Mooie verhalen

Hier vind je échte verhalen uit onze school. Over studenten die inspireren, plezier maken en soms ook iets moeilijk vinden. Kortom: hoe het er in de praktijk aan toegaat.

Ieder heeft een eigen verhaal

Carlijn van der Meer (20), student Mediaredactiemedewerker én voorzitter van de studentenraad, heeft een pittig jaar achter de rug. “Ik trok me alle ellende in de wereld aan.”

Houvast

“Aan het begin van corona liep ik stage bij een bureau dat trainingen aan bedrijven geeft. Ik beheerde de socialmediakanalen met iemand samen. Van de ene op de andere dag moesten we thuis werken. Door corona was er nauwelijks werk meer voor mij en de andere stagiairs. Dat gaf de stagebegeleider ook eerlijk aan. Daarom kregen we vervangende opdrachten van het opleidingsteam van school. Bijvoorbeeld teksten schrijven en video’s maken. Vaak was je daar in een uurtje klaar mee en het was ook niet zo uitdagend. We hadden dus in feite bijna niks te doen. Dat is heel demotiverend.”

Studentenraad

“In die periode hebben we met de studentenraad wel een leuk initiatief bedacht, namelijk een must-do-lijstje voor docenten om hun online les leuker te maken. Het is best saai om als student naar een les te kijken waarin alleen maar wordt gepraat. Een van de tips is dus om niet langer dan vijftig procent van de les aan het woord te zijn. We raden het ook aan om tools zoals Kahoot en Flipgrid te gebruiken.”

Studentenhuis

“Ik heb me een tijd heel sad gevoeld. Ik woon in een studentenhuis en mijn kamer is zestien vierkante meter groot. Daar studeer, woon, slaap en eet je. Best deprimerend. Iedere dag ziet er hetzelfde uit. Ik heb me een flinke tijd afgesloten voor de buitenwereld, omdat ik me niet op m’n gemak voelde. Geen zin in mensen om me heen. Alleen maar netflixen. Het gevoel dat niets kan. Ik trok me alle ellende in de wereld ook aan. Lichtelijk depressief kan je het wel noemen.

Inmiddels kan ik beter met de situatie omgaan, omdat het toch een soort gewenning is. Ik heb nu ook een schoonmaakbaantje en een vriend. Factoren die helpen. M’n studiepunten heb ik ook allemaal gehaald, dus nog even en dan ben ik afgestudeerd. Volgend jaar ga ik Bestuurskunde studeren in Deventer.”

Toekomst

“Ik zit nu 2,5 jaar in de studentenraad, maar daar moet ik dus afscheid van gaan nemen. De studentenraad is echt m’n kindje, dus dat vind ik lastig. Ik ben wel heel blij dat we binnenkort weer fysiek kunnen vergaderen. Dat is zoveel beter voor de sfeer. Online kun je moeilijk met elkaar discussiëren. En ik heb de borrels ook echt gemist.

Nog iets waar ik zin in heb: College Tour. Dat organiseren we op 30 juni. Er komt dan een gast en studenten kunnen vragen stellen. Daar hebben we vanuit alle clusters hard naartoe gewerkt. Dat gevoel van samenhorigheid: daar kijk ik echt naar uit.”

Sheroo Abdelkader (24), derdejaarsstudent Verpleegkundige, liep stage op de covid-afdeling van ziekenhuis Rijnstate. “Ik zei iedere dag tegen mezelf dat ik moest volhouden.”

Taalbarrière

“Wat ik meteen moeilijk vond aan de coronasituatie, was de overgang naar online communicatie. Ik kom uit Syrië en woon nu vijf jaar in Nederland. Communiceren via de telefoon en computer vind ik lastig, omdat ik niet altijd uit mijn woorden kom. Ik maak mijn punt ook duidelijk met gebaren. Als mensen in een vergadering door elkaar heen praten, kan ik het niet volgen. Daarom moest ik naast de online lessen heel veel zelf nalezen om de stof goed te begrijpen.”

Uitdaging

“Eigenlijk zou ik in september stage lopen bij de afdeling Oncologie/heelkunde bij Rijnstate, maar daar waren te veel stagiairs geplaatst. Daarom werd me gevraagd of ik op de long- en covid-afdeling wilde werken. Volgens mijn begeleider was dat een heftige afdeling, maar wel een leerzame met goede begeleiding. Toen heb ik gezegd: ik hou wel van een uitdaging.”

Slechthorend

“Ik ben er bij Rijnstate achter gekomen dat ik slechthorend ben. Omdat alle mensen op de longafdeling mondkapjes droegen, kon ik ze heel moeilijk verstaan. Ik blijk afhankelijk te zijn van liplezen, maar dat kon natuurlijk ook niet. De artsen praatten er bovendien op een hoog tempo en vaak door elkaar heen. Ik moest tussendoor opzoeken wat woorden betekenden. Dat maakte het extra lastig.”

Spanning

“De long- en covid-afdeling was zwaarder dan ik dacht. Normaal zorg je als verpleegkundige voor vier patiënten: twee hoog-complexe en twee laag-complexe. Op de covid-afdeling was iedere patiënt hoog-complex. De werkdruk was daardoor extra hoog. Er waren veel handelingen die je moest verrichten in korte tijd en protocollen om je aan te houden.

Elke keer als ik naar de wc ging, zei ik tegen mezelf: even volhouden, het gaat goed komen. Achter de wolken schijnt de zon. Ik probeerde mezelf te motiveren zodat ik de dag door zou komen. Zo heb ik tien weken doorgebracht. Onder extreme spanning.”

Stoppen

“De begeleiding vanuit Rijnstate en Rijn IJssel was gelukkig erg goed. In het ziekenhuis was mijn begeleider eigenlijk altijd bij me. Ik kon alles vragen. Het was een kundig iemand met veel ervaring. Dat ik zoveel stress had, heb ik haar niet verteld. Maar ze merkte het zelf ook. Na tien weken had ik een evaluatie en toen hebben mijn twee begeleiders aangegeven dat het beter voor me zou zijn om te stoppen. Het ging niet goed. Daar was ik het zelf ook wel mee eens.”

Verwerking

“Ik heb vijf maanden nodig gehad om te herstellen. Het leek alsof ik een trauma had. Tijdens mijn stage ging ik maar door, omdat de druk zo hoog was. Maar toen ik daarna rust had, kwam de verwerking van wat ik allemaal had meegemaakt. Alles kwam terug. Ik moest denken aan een patiënt waar het helemaal mee misging. Gelukkig kwam het met diegene uiteindelijk goed, maar dat heeft wel impact op me gehad.”

Revalidatie

“Het gaat nu gelukkig veel beter met me. Ik maak mijn stage momenteel af op de revalidatie-afdeling van Pleyade. De patiënten zijn hier niet hoog-complex en hoeven niet acuut behandeld te worden. Ik kan de tijd voor ze nemen, want ik ben hier echt boventallig. Ik heb meer vrijheid dan ik had gedacht, mag mijn eigen diensten inplannen en aangeven wat ik graag wil leren. Hier voel ik me veel beter.”

Hij is pas krap een jaar afgestudeerd, maar bestiert al een eigen keuken en een succesvolle maaltijdservice. Ali Zamani (26), oud Rijn IJssel-student, voorziet Arnhemmers van een voedzame, lekkere én betaalbare maaltijd. Zijn uitvalsbasis: de keuken van Rijn IJssel aan de Alexanderstraat.

Ali Zamani

Wie deze woensdagmiddag het oude schoolgebouw binnenstapt, ruikt het in de gang al: hier wordt vers gekookt. Dorade, krieltjes en gegrilde groentes staan er vanavond op het menu. “Maar ik maak net zo makkelijk een Frans, Afghaans of ander internationaal gerecht klaar”, vertelt de oud-student Assistent Horeca, Voeding & voedingsindustrie enthousiast.

Angstig

Het initiatief om maaltijden bij mensen thuis te bezorgen, ontstaat aan het begin van de coronapandemie. Ali komt dan in contact met Huis voor de Wijk, het buurtcentrum van de Arnhemse wijk Malburgen. Daar merken vrijwilligers dat met name ouderen niet meer naar de supermarkt durven. Met een maaltijdservice aan huis kunnen angstige buurtbewoners toch aan een gezonde maaltijd voor een zacht prijsje komen. Ali kan meteen als chef-kok beginnen.

Hulp

In een mum van tijd zet hij een professionele keuken op poten. Eerst zijn de maaltijden alleen bedoeld voor inwoners uit Malburgen, maar inmiddels maakt heel Arnhem er gebruik van. In de keuken krijgt hij hulp van zijn vriendin Lisa en een tweetal Entree-studenten van Rijn IJssel. Die hulp is hoognodig, want inmiddels worden per dag zeventig bakjes eten klaargemaakt. Omdat de keuken van Huis voor de Wijk tijdelijk wordt verbouwd, werken Ali en zijn team vanuit de keuken van de Entree-lunchroom van Rijn IJssel.

24/7

Wie denkt dat Ali en zijn crew alleen kóken, heeft het mis. Op een dag zijn ze ook bezig met inkopen doen, recepten bedenken, administratie en natuurlijk: maaltijden bezorgen. Tientallen adressen in en rondom Arnhem. Lisa en Ali rijden er dagelijks in één auto langs. Het duo werkt zeven dagen per week, negen uur per dag. Pittig? “Dat hoort nu eenmaal bij werken in de horeca”, zegt de chef-kok lachend.

Ervaring

Ali krijgt regelmatig aanbiedingen om in andere keukens te werken. Niet gek, want hij heeft flink wat internationale horeca-ervaring. De Arnhemmer groeide op in Afghanistan, maar werkte ook in Iraanse en Griekse keukens. Waarom hij er niet op ingaat? “Huis voor de Wijk is genoeg. Hier heb ik iets voor mezelf. Iets wat ik kan opbouwen.”

Toekomstplannen

Dat laatste gaat binnenkort heel concreet worden. Als de verbouwingen bij Huis voor de Wijk klaar zijn, werken Ali en de stagiaires van Rijn IJssel verder vanuit de gloednieuwe horecakeuken van het buurthuis. Bovendien komt er een buitenterras waar klanten kunnen eten. “Het wordt een soort bistro, met kwalitatief natuurlijk heel goed eten.”

Ook is er contact met andere buurthuizen in Arnhem, want die willen ook een maaltijdservice beginnen. Daar gaat Ali ze bij helpen. “Dat lijkt me heel mooi.”

Maaltijd bestellen

Woon je in Arnhem of omstreken en wil je een maaltijd van Ali proeven? Voor € 5,00 inclusief bezorgkosten bestel je er een. Klik hier voor het menu en bekijk hoe je kunt bestellen.

Lisa Scheltus, de vriendin van Ali, helpt dagelijks in de keuken.

Studeren aan het mbo in tijden van corona. Hoe is dat? Onze studenten hebben inmiddels vijftien maanden ervaring.  Thomas Kuik (20), vierdejaarsstudent CIOS: “Mijn sociale leven is juist groter geworden.”

Eerste lockdown

“Bij de allereerste lockdown dacht ik: prachtig. Niet meer naar school. Maar dat gevoel hield niet lang aan. Thuis bij mijn ouders was er namelijk ook helemaal niks te doen. Ik verveelde me, ging echt van alles naar helemaal niets. Dat voelde vooral heel raar.”

Online les

“De eerste drie à vier weken nadat de school dicht ging, hadden we nog geen online les. Dat moest op gang komen, want het was voor docenten ook allemaal nieuw. Ik heb ook geen handige studie voor online les: CIOS met richting buitensport. Na die paar lege weken volgden lessen via video’s. Dan legde een docent op beeld uit hoe je een knoop moest maken in een touw. Als ik heel eerlijk ben, werkte dat niet. Knopen leren leggen via een video. Dat is toch gek.”

Klasgenoten

“Vreemd genoeg is de band met een paar klasgenoten het afgelopen jaar veel hechter geworden. Normaal zie je altijd de hele klas, maar nu spraken we af met een kleiner groepje. We hebben elkaar veel opgezocht, want wat moest je anders? Er was zo weinig te beleven. We zaten veel bij mensen thuis, of trokken er juist op uit. We houden allemaal van touwtechnieken en hoe je daarmee op hoge gebouwen kan klimmen, dus dan gingen we op pad en bespraken de gebouwen om ons heen.”

Motivatie

“Wat ik de grootste uitdaging vond het afgelopen jaar? Gemotiveerd blijven voor mijn studie. Dat is zó lastig vanuit huis. Ik deed andere dingen tijdens de lessen. Soms was ik aan het klimmen terwijl ik de les half volgde met een oortje in. Maar ik sloeg lessen soms ook helemaal over. Leverde matig werk in. Ik dacht vaak: laat ook maar zitten.

Mijn klasgenoten hebben me er echt doorheen gesleept. In een groepswhatsapp attendeerden we elkaar op online lessen. Zo van: ‘We hebben zo les, ben je er wel bij?’ Dat heeft me echt geholpen.”

Eenzaam

“Nee, eenzaam heb ik me in zekere zin niet gevoeld. Mijn sociale leven is juist groter geworden. Ik zag vaker mensen, omdat iedereen zich verveelde. Wat ik wel heb gemist: nieuwe mensen leren kennen.”

Gezondheid

“Bang voor corona ben ik niet geweest. Ik heb nog steeds niemand in mijn directe omgeving die het heeft gehad. En zelf ben ik ook gezond gebleven. Ik werk bij een klimhal in Utrecht en mocht ook tijdens de lockdowns binnen klimmen. Zo bleef ik fit.”

Afstuderen

“Als afstudeeropdracht was ik betrokken bij de onthulling van de ENKA-campus. Abseilend heb ik met een studiegenoot de naam van het gebouw bekendgemaakt. Daar had ik geluk mee, want klasgenoten konden moeilijker een opdracht vinden.

Als het goed is, studeer ik dit jaar nog af. Ik ben nu al zzp’er, dus daar ga ik mee door. Ik houd me bezig met industrieel klimmen. Dat betekent: klimmen op olieplatformen, in fabriekshallen of bijvoorbeeld op hoge windmolens. Plekken waar je met een hoogwerker niet kan komen, maar wel met een touw. Ik kijk er heel erg naar uit. Dan kan ik mijn eigen tijd indelen en hoef ik me niet meer te vervelen.”

Een afstudeeropdracht bedenken in de evenementenbranche: het moet je maar lukken in tijden van corona. Kim Wijkamp (18), student evenementenorganisatie, bewijst dat het wél kan. Op 29 mei organiseert ze een avond à la First Dates voor vrijgezellen in Dinxperlo: Cupido Achterhoek.

Samen met haar stageadres Figulus Welzijn wil Kim graag iets doen tegen eenzaamheid, vertelt ze. “Daten is natuurlijk heel lastig in deze tijd. Vrijgezellen kunnen zich extra alleen voelen. Daarom hebben we Cupido Achterhoek bedacht.”

First dates

Cupido Achterhoek is voor een groot deel gebaseerd op het populaire televisieprogramma First Dates. Daarbij worden mensen die op zoek zijn naar de liefde aan elkaar gekoppeld. Ze dineren samen en bepalen na afloop of ze elkaar nog een keer willen zien.

Cupido Achterhoek werkt voor een groot deel hetzelfde. “Als mensen zich aanmelden via de website, stuur ik ze daarna een vragenlijst toe", vertelt Kim. "Daarin vertellen ze wat hun hobby’s zijn, wat ze in een partner zoeken en wat ze juist niet aantrekkelijk vinden. Aan de hand daarvan bekijken we welke mensen bij elkaar passen.”

Denken in mogelijkheden

Op 29 mei gaan de aan elkaar gekoppelde duo’s met elkaar eten in Dinxperlo. Die activiteit is nog niet in beton gegoten, want als corona roet in het eten gooit, is een wandeltocht maken ook een alternatief. “Of we wijken uit naar een buitenterras als dat kan.”

In welke vorm het evenement ook door zal gaan, Kim heeft in elk geval al veel geleerd. Zo heeft ze het draaiboek voor 29 mei gemaakt, een flyer ontworpen en de vragenlijst voor deelnemers opgesteld. "Ik heb vooral gekeken naar wat wél kan in plaats naar wat niet kan."