Mooie verhalen

Hier vind je échte verhalen uit onze school. Over studenten die inspireren, plezier maken en soms ook iets moeilijk vinden. Kortom: hoe het er in de praktijk aan toegaat.

Ieder heeft een eigen verhaal

Naar school gaan, leren uit boeken en een opleiding afmaken was in het verleden niets voor de 45-jarige Bjorn Kampen. Maar onlangs sleepte hij bij Rijn IJssel tóch een belangrijk papiertje binnen: een praktijkverklaring voor zijn horecawerk in het Arnhemse T-Huis. “Mooi dat ik dit heb bereikt.”

Naar eigen zeggen is Bjorn ‘geen theoriemens’. Zijn ADHD en concentratieproblemen maken dat hij met zijn handen bezig wil zijn. Dat was lastig bij de grafische opleiding die hij in het verleden deed. “De laatste drie maanden van de studie had ik er geen zin meer in, dus toen ben ik ermee gestopt”, vertelt hij nu.

Daarna zat de Arnhemmer jaren thuis zonder werk. “In sommige periodes deed ik mijn telefoon uit en dacht ik: bekijk het allemaal maar. Ik ben de komende weken gewoon niet bereikbaar.”

Plek in de samenleving
Maar eigenlijk is Bjorn op dat moment helemaal niet blij met zijn situatie. Hij wil wat doen. Een plekje hebben in de samenleving. Via de wijkcoach komt hij dan in contact met het T-Huis: een kleine bistro in Presikhaaf waar mensen met een arbeidshandicap de fijne kneepjes van het horecavak leren. Hij gaat er aan de slag. “De keuken heeft me altijd al geïnteresseerd, dus ik dacht: waarom niet?”

Praktijkleren
Dan blijkt dat Bjorn naast zijn werk óók een praktijkverklaring bij Rijn IJssel kan halen. Daarvoor hoeft hij niet naar school. Wel krijgt hij van een begeleider van Rijn IJssel praktijkopdrachten om uit te voeren bij het T-Huis. Een leermeester van zorginstelling Siza begeleidt en beoordeelt hem. Er blijft gaandeweg ook contact tussen Bjorn, de leermeester van Siza en de begeleider van Rijn IJssel om de voortgang te bepalen.

Basisvaardigheden
Bjorn: “Ik heb geleerd hoe ik goed moet schoonmaken en ik ken nu verschillende snijtechnieken. Als eindopdracht moest ik zelf een gerecht bedenken. Gezien het seizoen heb ik toen een apfelstrudel gemaakt met vanillesaus. Daar waren klanten zeer over te spreken.”

Uiteindelijk heeft Bjorn in zes maanden tijd alle opdrachten volbracht. Hij is niet afgehaakt vlak voor het einde, zoals hij misschien van tevoren had verwacht. Iedere dag meldt hij zich stipt op tijd. “Ik heb weer structuur in mijn leven. En ik vind het nog leuk ook. Het contact met mensen bevalt me goed. Als ik iets heb bereid en mensen ervan zie genieten, dan denk ik: dat hebben we toch maar mooi met z’n allen gedaan.”

Officieel papiertje
Bjorn is een van de eersten bij Rijn IJssel die een praktijkverklaring in ontvangst mag nemen. Daarmee zijn zijn vaardigheden officieel vastgelegd. Zo’n verklaring van het mbo wordt landelijk erkend en dat maakt het voor andere bedrijven aantrekkelijker om Bjorn aan te nemen.

Toch is hij voorlopig niet van plan om te vertrekken bij het T-Huis. “Ik wil de BBL-niveau-2 opleiding tot Kok gaan volgen bij Rijn IJssel en hier blijven werken. Mijn ultieme droom is om uiteindelijk een cateringbedrijf te beginnen voor de minderbedeelden. Maaltijden maken voor een paar euro. Daar streef ik naar.”

Studeren, inburgeren én werken: combinatietraject van start

De winkel netjes houden, servies in- en uitpakken én Nederlands leren. Dat hoopt de 45-jarige Linda Berklou op haar werkervaringsplek bij servieszaak Pollmann in Arnhem te leren. Ze is een van de vijftien statushouders die bij Rijn IJssel een inburgeringstraject combineert met een Entree-opleiding.

Deze maandagmiddag gaan de studenten op de Rijn IJssel-locatie aan de Alexanderstraat op speeddate met consulenten van de gemeente Arnhem, RSD de Liemers, WerkgeversServicepunt Midden-Gelderland en Leerwerkloket Midden-Gelderland. Eigenlijk zijn het korte sollicitatiegesprekken waarin de studenten oefenen hoe ze zich moeten presenteren. Ze beantwoorden vragen als: Wat zijn je kwaliteiten? Wat wil je leren? En wat is je ambitie?

Passend werk
De consulenten gaan aan de hand van deze gesprekken op zoek naar een passende werkplek voor de studenten. Sommigen hebben al een plek gevonden, zoals Linda, maar anderen nog niet. De komende anderhalf jaar volgen de studenten, die nog inburgeringsplichtig zijn, twee dagen per week onderwijs bij Rijn IJssel. De overige drie dagen gaan ze aan de slag op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld in de logistiek, de horeca, dienstverlening of de zorg.

Linda Berklou licht haar curriculum vitae toe aan een consulent van Gemeente Arnhem.

Contract aangeboden
Het duale traject heeft grote voordelen voor de studenten, vertelt Annet Schriemer, loopbaancoach bij Rijn IJssel. “Aan het eind van de rit zijn ze ingeburgerd, hebben ze een Entree-diploma én anderhalf jaar werkervaring. Soms bieden werkgevers de student bovendien een contract aan. Dat gebeurde vorig jaar bij een vrouw die in een verpleeghuis werkte. Nu volgt ze daar de niveau-2-opleiding Helpende zorg en welzijn in BBL-vorm.”

Positie op de arbeidsmarkt
Ook als dat laatste niet gebeurt, heeft de positie van de statushouders op de arbeidsmarkt aan het eind van het traject een flinke boost gekregen. Schriemer: “Ze tonen hiermee aan dat ze betrouwbare werknemers zijn, arbeidsvaardigheden hebben geleerd en initiatief op de werkvloer kunnen tonen.”

Doorstuderen
Linda, die de Entree-opleiding Assistent logistiek volgt, heeft weinig moeite met het beantwoorden van de vragen die een consulent haar tijdens de speeddate stelt. Wat haar kwaliteiten zijn? “Ik ben heel actief en flexibel”, vertelt ze opgetogen. “En ik wil heel graag leren. Uiteindelijk wil ik een niveau-3-opleiding afronden. Misschien in de logistiek, maar als ik dat niet leuk vind, dan wil ik iets in de kinderopvang doen.”

Eerst aan de slag bij servieszaak Pollmann. Daar leert de van oorsprong Ghanese hoe ze de Nederlandse taal gebruikt op de werkvloer en wat er bij een baan van haar wordt verwacht. “Ik kijk er heel erg naar uit."

Sem Vermeulen(22) heeft zijn eigen likeur in de schappen.
Precisie, perfectie, passie. Dat is te lezen op de mintgroene fles Kafi Liqueur die Sem Vermeulen (22), student Gespecialiseerd kok niveau 4, in zijn hand heeft. Er is geen woord aan gelogen. Sem werkte ruim drie jaar lang aan het recept van zijn likeur. Nu ligt die eindelijk in de winkel.

Trots haalt Sem deze ochtend bij café Jans in Arnhem een fles uit zijn tas. Lachend: “Als je erover schrijft, moet je het wel gedronken hebben.” Een sterke limoengeur komt vrij als hij de dop er vanaf haalt. De smaken? Fris, zuur, maar ook een bittertje. Veel aroma. “Het is echt voor de smaakliefhebber”, vertelt de Rijn IJssel-student. “Het proeft heerlijk na een lange werkdag.”

Wit bolletje

Sem VermeulenHet gemak waarmee de Arnhemmer nu praat over zijn likeur laat je bijna vergeten dat de weg ernaartoe ruim drie jaar duurde. Het verhaal begint als hij als BBL’er bij restaurant Rijnzicht in Doornenburg werkt. Op een avond ziet hij achterin de vriezer een wit bolletje liggen. Het blijkt een kaffir limoen omhuld met ijs. “Ik rook eraan en was meteen verliefd op de sterke aroma. Het is veel sterker dan een gewone limoen of een citroen.”

Sems interesse wekt het enthousiasme van het hele keukenteam. Wat kunnen ze allemaal met de sterke vrucht? Ze raspen het over gerechten heen en leggen het op sterk water. Aan een docent vraagt Sem: kan ik hier ook likeur van maken? Ja, dat kan.

PTSS

Maar dan gaat het mis. Als Sem onderweg is naar zijn werk, krijgt hij een ongeluk met zijn brommer. Resultaat: een gekneusde ribbenkast, een gebroken arm én PTSS. Slapen doet hij op dat moment nog maar één à twee uur per nacht. Toch blijft hij stug doorwerken. Tot het niet meer gaat en hij in elkaar klapt. In de drie maanden die volgen, zit Sem met een dikke depressie thuis.

“Ik kon mijn passie niet meer uitoefenen. Niet meer werken in de horeca”, vertelt de student nu. “Maar ik had wél tijd om te experimenten met recepten voor m’n kaffirlikeur. Daar kreeg ik energie van.”

Proeven, proeven, proeven

Studieloopbaanbegeleider Ingmar van Bostelen ondersteunt Sem bij het hele proces. Samen proeven ze tientallen samples. Wat ruik je? Wat proef je? Wat mis je? Een schilletje erbij, een blaadje eraf en is de zoetigheid wel in orde zo?

Gesloten wereld

Via docenten komt Sem vervolgens in contact met meer experts, want dat hij zijn uiteindelijke likeur wil gaan verkopen, staat al snel vast. Maar hoe zit het met accijnzen en douanekosten? Daar heeft hij veel vragen over. “De drank business is best gesloten. Bedrijven wilden me niet echt helpen. Ik weet ook niet waarom. Daarom heb ik zoveel aan mijn docenten gehad. Zij konden me wél in contact brengen met de juiste mensen.”

Loon

Ondertussen gaat het steeds beter met Sem. Hij werkt weer en stort zich buiten schooltijd volledig op het perfecte recept voor zijn likeur. Zeventig procent van zijn verdiende loon belandt in een spaarpot. Dat geld is straks hard nodig voor de productie.

Dan is het zover: het recept is klaar. De geliefde kaffir limoenen worden vanuit Thailand, Maleisië en Indonesië naar Nederland verscheept en bij een destilleerderij in Zevenaar kan het productieproces beginnen. Zus Sanne, professioneel vormgeefster, ontwerpt een etiket en bouwt een website.

In de schappen

Vijfduizend flessen worden er in eerste instantie gemaakt. Daarvan heeft Sem er al zeshonderd verkocht. “Heel Rijn IJssel neemt af, dat is echt leuk. En vrienden en familie willen het natuurlijk hebben.” Maar dat niet alleen: ook steeds meer slijterijen, restaurants en groothandelaren tonen interesse in zijn product. Bij Wijnhandel Barrique in Arnhem staat Kafi Liqueur zelfs al in de schappen.

Voldoening

En nu? Rijk hoeft Sem niet te worden. Dat is geen doel op zich, zegt hij. “Wat mij voldoening geeft, is op zaterdagavond over de Korenmarkt lopen en mensen op het terras zien nippen aan Kafi. Dat lijkt me nou écht mooi.”

Fles kopen?

Zelf een fles kopen? Kafi Liqueur is verkrijgbaar bij Wijnhandel Barrique in Arnhem voor 24,99 euro. Neem ook een kijkje op de website van Sem.

Carlijn van der Meer (20), student Mediaredactiemedewerker én voorzitter van de studentenraad, heeft een pittig jaar achter de rug. “Ik trok me alle ellende in de wereld aan.”

Houvast

“Aan het begin van corona liep ik stage bij een bureau dat trainingen aan bedrijven geeft. Ik beheerde de socialmediakanalen met iemand samen. Van de ene op de andere dag moesten we thuis werken. Door corona was er nauwelijks werk meer voor mij en de andere stagiairs. Dat gaf de stagebegeleider ook eerlijk aan. Daarom kregen we vervangende opdrachten van het opleidingsteam van school. Bijvoorbeeld teksten schrijven en video’s maken. Vaak was je daar in een uurtje klaar mee en het was ook niet zo uitdagend. We hadden dus in feite bijna niks te doen. Dat is heel demotiverend.”

Studentenraad

“In die periode hebben we met de studentenraad wel een leuk initiatief bedacht, namelijk een must-do-lijstje voor docenten om hun online les leuker te maken. Het is best saai om als student naar een les te kijken waarin alleen maar wordt gepraat. Een van de tips is dus om niet langer dan vijftig procent van de les aan het woord te zijn. We raden het ook aan om tools zoals Kahoot en Flipgrid te gebruiken.”

Studentenhuis

“Ik heb me een tijd heel sad gevoeld. Ik woon in een studentenhuis en mijn kamer is zestien vierkante meter groot. Daar studeer, woon, slaap en eet je. Best deprimerend. Iedere dag ziet er hetzelfde uit. Ik heb me een flinke tijd afgesloten voor de buitenwereld, omdat ik me niet op m’n gemak voelde. Geen zin in mensen om me heen. Alleen maar netflixen. Het gevoel dat niets kan. Ik trok me alle ellende in de wereld ook aan. Lichtelijk depressief kan je het wel noemen.

Inmiddels kan ik beter met de situatie omgaan, omdat het toch een soort gewenning is. Ik heb nu ook een schoonmaakbaantje en een vriend. Factoren die helpen. M’n studiepunten heb ik ook allemaal gehaald, dus nog even en dan ben ik afgestudeerd. Volgend jaar ga ik Bestuurskunde studeren in Deventer.”

Toekomst

“Ik zit nu 2,5 jaar in de studentenraad, maar daar moet ik dus afscheid van gaan nemen. De studentenraad is echt m’n kindje, dus dat vind ik lastig. Ik ben wel heel blij dat we binnenkort weer fysiek kunnen vergaderen. Dat is zoveel beter voor de sfeer. Online kun je moeilijk met elkaar discussiëren. En ik heb de borrels ook echt gemist.

Nog iets waar ik zin in heb: College Tour. Dat organiseren we op 30 juni. Er komt dan een gast en studenten kunnen vragen stellen. Daar hebben we vanuit alle clusters hard naartoe gewerkt. Dat gevoel van samenhorigheid: daar kijk ik echt naar uit.”

Sheroo Abdelkader (24), derdejaarsstudent Verpleegkundige, liep stage op de covid-afdeling van ziekenhuis Rijnstate. “Ik zei iedere dag tegen mezelf dat ik moest volhouden.”

Taalbarrière

“Wat ik meteen moeilijk vond aan de coronasituatie, was de overgang naar online communicatie. Ik kom uit Syrië en woon nu vijf jaar in Nederland. Communiceren via de telefoon en computer vind ik lastig, omdat ik niet altijd uit mijn woorden kom. Ik maak mijn punt ook duidelijk met gebaren. Als mensen in een vergadering door elkaar heen praten, kan ik het niet volgen. Daarom moest ik naast de online lessen heel veel zelf nalezen om de stof goed te begrijpen.”

Uitdaging

“Eigenlijk zou ik in september stage lopen bij de afdeling Oncologie/heelkunde bij Rijnstate, maar daar waren te veel stagiairs geplaatst. Daarom werd me gevraagd of ik op de long- en covid-afdeling wilde werken. Volgens mijn begeleider was dat een heftige afdeling, maar wel een leerzame met goede begeleiding. Toen heb ik gezegd: ik hou wel van een uitdaging.”

Slechthorend

“Ik ben er bij Rijnstate achter gekomen dat ik slechthorend ben. Omdat alle mensen op de longafdeling mondkapjes droegen, kon ik ze heel moeilijk verstaan. Ik blijk afhankelijk te zijn van liplezen, maar dat kon natuurlijk ook niet. De artsen praatten er bovendien op een hoog tempo en vaak door elkaar heen. Ik moest tussendoor opzoeken wat woorden betekenden. Dat maakte het extra lastig.”

Spanning

“De long- en covid-afdeling was zwaarder dan ik dacht. Normaal zorg je als verpleegkundige voor vier patiënten: twee hoog-complexe en twee laag-complexe. Op de covid-afdeling was iedere patiënt hoog-complex. De werkdruk was daardoor extra hoog. Er waren veel handelingen die je moest verrichten in korte tijd en protocollen om je aan te houden.

Elke keer als ik naar de wc ging, zei ik tegen mezelf: even volhouden, het gaat goed komen. Achter de wolken schijnt de zon. Ik probeerde mezelf te motiveren zodat ik de dag door zou komen. Zo heb ik tien weken doorgebracht. Onder extreme spanning.”

Stoppen

“De begeleiding vanuit Rijnstate en Rijn IJssel was gelukkig erg goed. In het ziekenhuis was mijn begeleider eigenlijk altijd bij me. Ik kon alles vragen. Het was een kundig iemand met veel ervaring. Dat ik zoveel stress had, heb ik haar niet verteld. Maar ze merkte het zelf ook. Na tien weken had ik een evaluatie en toen hebben mijn twee begeleiders aangegeven dat het beter voor me zou zijn om te stoppen. Het ging niet goed. Daar was ik het zelf ook wel mee eens.”

Verwerking

“Ik heb vijf maanden nodig gehad om te herstellen. Het leek alsof ik een trauma had. Tijdens mijn stage ging ik maar door, omdat de druk zo hoog was. Maar toen ik daarna rust had, kwam de verwerking van wat ik allemaal had meegemaakt. Alles kwam terug. Ik moest denken aan een patiënt waar het helemaal mee misging. Gelukkig kwam het met diegene uiteindelijk goed, maar dat heeft wel impact op me gehad.”

Revalidatie

“Het gaat nu gelukkig veel beter met me. Ik maak mijn stage momenteel af op de revalidatie-afdeling van Pleyade. De patiënten zijn hier niet hoog-complex en hoeven niet acuut behandeld te worden. Ik kan de tijd voor ze nemen, want ik ben hier echt boventallig. Ik heb meer vrijheid dan ik had gedacht, mag mijn eigen diensten inplannen en aangeven wat ik graag wil leren. Hier voel ik me veel beter.”

Hij is pas krap een jaar afgestudeerd, maar bestiert al een eigen keuken en een succesvolle maaltijdservice. Ali Zamani (26), oud Rijn IJssel-student, voorziet Arnhemmers van een voedzame, lekkere én betaalbare maaltijd. Zijn uitvalsbasis: de keuken van Rijn IJssel aan de Alexanderstraat.

Ali Zamani

Wie deze woensdagmiddag het oude schoolgebouw binnenstapt, ruikt het in de gang al: hier wordt vers gekookt. Dorade, krieltjes en gegrilde groentes staan er vanavond op het menu. “Maar ik maak net zo makkelijk een Frans, Afghaans of ander internationaal gerecht klaar”, vertelt de oud-student Assistent Horeca, Voeding & voedingsindustrie enthousiast.

Angstig

Het initiatief om maaltijden bij mensen thuis te bezorgen, ontstaat aan het begin van de coronapandemie. Ali komt dan in contact met Huis voor de Wijk, het buurtcentrum van de Arnhemse wijk Malburgen. Daar merken vrijwilligers dat met name ouderen niet meer naar de supermarkt durven. Met een maaltijdservice aan huis kunnen angstige buurtbewoners toch aan een gezonde maaltijd voor een zacht prijsje komen. Ali kan meteen als chef-kok beginnen.

Hulp

In een mum van tijd zet hij een professionele keuken op poten. Eerst zijn de maaltijden alleen bedoeld voor inwoners uit Malburgen, maar inmiddels maakt heel Arnhem er gebruik van. In de keuken krijgt hij hulp van zijn vriendin Lisa en een tweetal Entree-studenten van Rijn IJssel. Die hulp is hoognodig, want inmiddels worden per dag zeventig bakjes eten klaargemaakt. Omdat de keuken van Huis voor de Wijk tijdelijk wordt verbouwd, werken Ali en zijn team vanuit de keuken van de Entree-lunchroom van Rijn IJssel.

24/7

Wie denkt dat Ali en zijn crew alleen kóken, heeft het mis. Op een dag zijn ze ook bezig met inkopen doen, recepten bedenken, administratie en natuurlijk: maaltijden bezorgen. Tientallen adressen in en rondom Arnhem. Lisa en Ali rijden er dagelijks in één auto langs. Het duo werkt zeven dagen per week, negen uur per dag. Pittig? “Dat hoort nu eenmaal bij werken in de horeca”, zegt de chef-kok lachend.

Ervaring

Ali krijgt regelmatig aanbiedingen om in andere keukens te werken. Niet gek, want hij heeft flink wat internationale horeca-ervaring. De Arnhemmer groeide op in Afghanistan, maar werkte ook in Iraanse en Griekse keukens. Waarom hij er niet op ingaat? “Huis voor de Wijk is genoeg. Hier heb ik iets voor mezelf. Iets wat ik kan opbouwen.”

Toekomstplannen

Dat laatste gaat binnenkort heel concreet worden. Als de verbouwingen bij Huis voor de Wijk klaar zijn, werken Ali en de stagiaires van Rijn IJssel verder vanuit de gloednieuwe horecakeuken van het buurthuis. Bovendien komt er een buitenterras waar klanten kunnen eten. “Het wordt een soort bistro, met kwalitatief natuurlijk heel goed eten.”

Ook is er contact met andere buurthuizen in Arnhem, want die willen ook een maaltijdservice beginnen. Daar gaat Ali ze bij helpen. “Dat lijkt me heel mooi.”

Maaltijd bestellen

Woon je in Arnhem of omstreken en wil je een maaltijd van Ali proeven? Voor € 5,00 inclusief bezorgkosten bestel je er een. Klik hier voor het menu en bekijk hoe je kunt bestellen.

Lisa Scheltus, de vriendin van Ali, helpt dagelijks in de keuken.

Studeren aan het mbo in tijden van corona. Hoe is dat? Onze studenten hebben inmiddels vijftien maanden ervaring.  Thomas Kuik (20), vierdejaarsstudent CIOS: “Mijn sociale leven is juist groter geworden.”

Eerste lockdown

“Bij de allereerste lockdown dacht ik: prachtig. Niet meer naar school. Maar dat gevoel hield niet lang aan. Thuis bij mijn ouders was er namelijk ook helemaal niks te doen. Ik verveelde me, ging echt van alles naar helemaal niets. Dat voelde vooral heel raar.”

Online les

“De eerste drie à vier weken nadat de school dicht ging, hadden we nog geen online les. Dat moest op gang komen, want het was voor docenten ook allemaal nieuw. Ik heb ook geen handige studie voor online les: CIOS met richting buitensport. Na die paar lege weken volgden lessen via video’s. Dan legde een docent op beeld uit hoe je een knoop moest maken in een touw. Als ik heel eerlijk ben, werkte dat niet. Knopen leren leggen via een video. Dat is toch gek.”

Klasgenoten

“Vreemd genoeg is de band met een paar klasgenoten het afgelopen jaar veel hechter geworden. Normaal zie je altijd de hele klas, maar nu spraken we af met een kleiner groepje. We hebben elkaar veel opgezocht, want wat moest je anders? Er was zo weinig te beleven. We zaten veel bij mensen thuis, of trokken er juist op uit. We houden allemaal van touwtechnieken en hoe je daarmee op hoge gebouwen kan klimmen, dus dan gingen we op pad en bespraken de gebouwen om ons heen.”

Motivatie

“Wat ik de grootste uitdaging vond het afgelopen jaar? Gemotiveerd blijven voor mijn studie. Dat is zó lastig vanuit huis. Ik deed andere dingen tijdens de lessen. Soms was ik aan het klimmen terwijl ik de les half volgde met een oortje in. Maar ik sloeg lessen soms ook helemaal over. Leverde matig werk in. Ik dacht vaak: laat ook maar zitten.

Mijn klasgenoten hebben me er echt doorheen gesleept. In een groepswhatsapp attendeerden we elkaar op online lessen. Zo van: ‘We hebben zo les, ben je er wel bij?’ Dat heeft me echt geholpen.”

Eenzaam

“Nee, eenzaam heb ik me in zekere zin niet gevoeld. Mijn sociale leven is juist groter geworden. Ik zag vaker mensen, omdat iedereen zich verveelde. Wat ik wel heb gemist: nieuwe mensen leren kennen.”

Gezondheid

“Bang voor corona ben ik niet geweest. Ik heb nog steeds niemand in mijn directe omgeving die het heeft gehad. En zelf ben ik ook gezond gebleven. Ik werk bij een klimhal in Utrecht en mocht ook tijdens de lockdowns binnen klimmen. Zo bleef ik fit.”

Afstuderen

“Als afstudeeropdracht was ik betrokken bij de onthulling van de ENKA-campus. Abseilend heb ik met een studiegenoot de naam van het gebouw bekendgemaakt. Daar had ik geluk mee, want klasgenoten konden moeilijker een opdracht vinden.

Als het goed is, studeer ik dit jaar nog af. Ik ben nu al zzp’er, dus daar ga ik mee door. Ik houd me bezig met industrieel klimmen. Dat betekent: klimmen op olieplatformen, in fabriekshallen of bijvoorbeeld op hoge windmolens. Plekken waar je met een hoogwerker niet kan komen, maar wel met een touw. Ik kijk er heel erg naar uit. Dan kan ik mijn eigen tijd indelen en hoef ik me niet meer te vervelen.”

Een afstudeeropdracht bedenken in de evenementenbranche: het moet je maar lukken in tijden van corona. Kim Wijkamp (18), student evenementenorganisatie, bewijst dat het wél kan. Op 29 mei organiseert ze een avond à la First Dates voor vrijgezellen in Dinxperlo: Cupido Achterhoek.

Samen met haar stageadres Figulus Welzijn wil Kim graag iets doen tegen eenzaamheid, vertelt ze. “Daten is natuurlijk heel lastig in deze tijd. Vrijgezellen kunnen zich extra alleen voelen. Daarom hebben we Cupido Achterhoek bedacht.”

First dates

Cupido Achterhoek is voor een groot deel gebaseerd op het populaire televisieprogramma First Dates. Daarbij worden mensen die op zoek zijn naar de liefde aan elkaar gekoppeld. Ze dineren samen en bepalen na afloop of ze elkaar nog een keer willen zien.

Cupido Achterhoek werkt voor een groot deel hetzelfde. “Als mensen zich aanmelden via de website, stuur ik ze daarna een vragenlijst toe", vertelt Kim. "Daarin vertellen ze wat hun hobby’s zijn, wat ze in een partner zoeken en wat ze juist niet aantrekkelijk vinden. Aan de hand daarvan bekijken we welke mensen bij elkaar passen.”

Denken in mogelijkheden

Op 29 mei gaan de aan elkaar gekoppelde duo’s met elkaar eten in Dinxperlo. Die activiteit is nog niet in beton gegoten, want als corona roet in het eten gooit, is een wandeltocht maken ook een alternatief. “Of we wijken uit naar een buitenterras als dat kan.”

In welke vorm het evenement ook door zal gaan, Kim heeft in elk geval al veel geleerd. Zo heeft ze het draaiboek voor 29 mei gemaakt, een flyer ontworpen en de vragenlijst voor deelnemers opgesteld. "Ik heb vooral gekeken naar wat wél kan in plaats naar wat niet kan."