Mooie verhalen

Hier vind je échte verhalen uit onze school. Over studenten die inspireren, plezier maken en soms ook iets moeilijk vinden. Kortom: hoe het er in de praktijk aan toegaat.

Ieder heeft een eigen verhaal

Maandenlang werkten de eindejaarsstudenten van de opleiding AV-specialist aan hun examenfilms. Uren beeldmateriaal brachten ze terug naar video’s van zo’n tien minuten. De een maakte iets experimenteels, de ander een documentaire of een thriller. Drie filmmakers over hun examenwerken.

Judith Bannink – Piraten van de Achterhoek

Illegale radiozenders: ze bestaan. Al generaties lang. In een dag tijd verrijzen metershoge masten in weilanden. Fans stellen hun eigen radio af op het geheime kanaal en zingen vervolgens uit volle borst mee met de Nederlands- en Duitstalige muziek.

Dat in haar eigen woonplaats Zelhem alleen al vier of vijf illegale zenders zitten, wist filmmaker Judith eerst niet. Daar komt ze achter via haar overbuurjongen, die op dat moment tegels zet in haar keuken. “Hij moest en zou iedere keer zijn eigen radio meenemen”, vertelt Judith lachend. “Zodat hij naar piratenzenders kon luisteren. Dat deden al zijn vrienden. Omdat in Hilversum geen goede muziek wordt gedraaid. Ze willen mee kunnen zingen.”

Judith gaat vervolgens in haar eigen woonplaats op onderzoek uit en dat resulteert in een documentaire van 8 minuten waarin ze verschillende ‘piraten’ volgt. “Het mooiste vind ik de samenhorigheid die terugkomt in de film”, vertelt de Zelhemse. “Je ziet er echt in terug hoe leuk iedereen het met elkaar heeft en hoe fijn het is om hier te wonen. Daar ben ik trots op.”

Yeison Volkerkink-Kranenburg (20) - Apparition

Fear doesn’t need to be elimenated. Fear means growth. Op deze twee zinnen is de thriller van Yeison Volkerink-Kranenburg (20) gebaseerd. Yeison liet zich inspireren door films als The Blair Witch Project, Hereditary en The Quiet Place. “Er moet ook iets filosofisch in een film zitten. Het moet ergens overgaan", vertelt hij.

De film van Yeison gaat over een man met een trauma: Graham. “Dat trauma draagt hij mee in zijn dagelijkse leven”, vertelt de regisseur. “Daardoor kan Graham niet meer doen en laten wat-ie wil. Uiteindelijk moet hij z’n trauma onder ogen zien te komen.”

Het resultaat is een spannende, onvoorspelbare en op sommige momenten enge thriller. Yeison is er reuzetrots op. “Bij de opleiding stond ik bekend als iemand die vooral actiefilms maakte. Ik vond het leuk om te bewijzen dat ik ook een thriller kan maken met een goed verhaal. En dat is gelukt.”

Ties van der Snee (20) – Leven met aangezichtspijn

Aangezichtspijn. Veel mensen weten niet dat het bestaat, laat staan wat het is. Precies daarom gaat de einddocumentaire van Ties voor zijn opleiding AV-specialist over deze aandoening. “De film was nog niet af en had meteen al impact.” Lees zijn hele verhaal hier.

Voor Yasmin en Mohamad was donderdag 7 juli een bijzondere dag. Onder toeziend oog van hun twee kinderen namen zij allebei vol trots hun diploma in ontvangst voor de opleiding Verkoper 23+.

“Normaal gesproken vragen we studenten om hun ouders mee te nemen naar de diploma-uitreiking, maar hoe leuk is het dat Yasmin en Mohamad hier met hun kinderen zijn”, vertelt Richard Huisman, docent economie en adviseur Leven Lang Ontwikkelen.

Elkaar versterken

Voordat de diploma’s worden uitgereikt, houdt Huisman een korte speech waarbij het fanatisme van Yasmin al een beetje naar voren komt. “Ik wilde graag eerder het diploma halen dan mijn man. Nu krijgen we tegelijk ons diploma, dat is eigenlijk wel heel leuk. Maar mijn cijfers zijn wel iets beter”, vertelt Yasmin lachend.

Mohamad lijkt er niet mee te zitten. “Dat mijn vrouw soms wat sneller was met de opleiding maakt voor mij niet uit. Soms was het zelfs handig, dan kon ze mij helpen bij dingen die zij al had gedaan. We hebben elkaar veel geholpen tijdens de opleiding en hebben het samen gedaan, daar ben ik heel trots op.”

Uitdagend timemanagement

Omdat ze tegelijk met hun opleiding bezig waren, was het een uitdaging om ook nog eens thuis alles te managen. “Maar ook daar hebben wij elkaar geholpen. We wisselden elkaar af, zodat de kinderen er geen last van hadden. Je moet soms gekke tijden uitkiezen om te kunnen studeren en hebt weinig vrije tijd over voor andere dingen”, vertelt Yasmin.

Nog niet klaar met studeren

Maar dan heb je ook wat! Met een stralende glimlach komen ze naar buiten met hun diploma. “Maar we zijn nog niet klaar”, zegt Mohamad. “Ik heb nu een baan gekregen bij Hornbach, mijn stageplek. Maar ik wil ook graag verder studeren, nog een niveau hoger.” Yasmin voegt toe: “Ik ga ook nog doorstuderen. Ik weet nog niet precies wat, maar ik denk iets op het gebied van financiële administratie.” Grote kans dus dat we Yasmin en Mohamad binnenkort weer terugzien bij Rijn IJssel.

Aangezichtspijn. Veel mensen weten niet dat het bestaat, laat staan wat het is. Precies daarom gaat de einddocumentaire van Ties van der Snee (19) voor zijn opleiding AV-specialist over deze aandoening. “De film was nog niet af, maar had meteen al impact.”

Ties van der SneeDe moeder van Ties leeft al 28 jaar lang met aangezichtspijn. “Ik weet dankzij haar hoe het is om je zo onbegrepen te voelen”, vertelt de filmmaker aan een tafeltje in Witte Villa. Want zo voelt zijn moeder zich. Jarenlang wordt ze door medici van het kastje naar de muur gestuurd. Simpelweg omdat er nog maar weinig over de aandoening – die heftige pijn in het gezicht veroorzaakt – bekend is. “De kans dat je een huisarts tegenkomt die gelijk weet wat het is, is heel klein. En dat kan ontzettend frustrerend zijn”, weet de Arnhemmer.

Geen aaifactor

Onbegrepen voelen mensen met aangezichtspijn zich ook vaak door buitenstaanders. De aandoening is voor hen onzichtbaar. “Het is geen gebroken arm”, vertelt Ties. “Dat vinden mensen zielig, het heeft de aaifactor. Maar dat heeft aangezichtspijn niet.” Precies daarom kiest hij ervoor om de pijn juist zo visueel mogelijk te maken in zijn documentaire. “Ik wilde eigenlijk wat erin zit, naar buiten halen.”

Pijn visualiseren

Dat doet de filmmaker op verschillende manieren. Hij laat zijn moeder de pijn die ze heeft bijvoorbeeld tekenen. En dat projecteert hij vervolgens op een paspop.

Ook de pijnaanvallen die Daphne Blonk-Hermans al 11 jaar lang heeft, weet Ties in zijn documentaire om te zetten naar iets visueels. Wanneer zij vertelt dat het voelt alsof ‘iemand met een priem in je gezicht staat te prikken’, is dat precies wat je als kijker bij een pop ziet gebeuren. De rillingen lopen over je rug.

Ties visualiseert de pijn die mensen met aangezichtspijn hebben op verschillende manieren,
bijvoorbeeld met Mikado-stokjes.

Meteen impact

Vlak na het maken van die beelden, gebeurt er iets bijzonders. De moeder van Ties plaatst een van de visuals op Instagram. Iemand die haar volgt, herkent de pijn bij zichzelf en gaat met de foto naar de huisarts. Uiteindelijk blijkt dat zij ook aangezichtspijn heeft. “De film was nog niet eens af, maar had dus al impact. Dat vind ik eeuwig mooi.”

Échte verhalen

Het doel van Ties is daarmee bereikt. Trots is hij dus ook zeker op zijn eindfilm. “Ik ben heel blij dat het precies is geworden wat ik wilde. En dat terwijl mijn stijl eigenlijk heel anders is. Normaal ben ik echt van de promotionele, dynamische films. Dit is veel statischer. Maar het persoonlijke wat ik altijd mooi vind, zit er wel in. Het is niet zomaar een verstrekking van informatie, maar het zijn twee échte verhalen.”

Benieuwd geworden naar de film? Bekijk ‘m hieronder.

Je moet het maar durven. Op je zestiende zonder ouders op Sportcentrum Papendal gaan wonen, beginnen aan een opleiding en daarnaast 30 uur per week sporten. Twee jaar geleden waagde Yannick Paredis de sprong in het diepe. Met succes, want de topsporter is nu afgestudeerd.

Yannick was de eerste van de klas die alle opdrachten voor het examen van de opleiding Financieel administratief medewerker inleverde. Het zegt wat over zijn doorzettingsvermogen en discipline. Want dat heb je nodig als topsporter, zeker als je daarnaast ook studeert. Maar voor Yannick lijkt het vanzelfsprekend. “Het is belangrijk om het op school goed te doen, want anders neem je dat mee naar de training. Dan loopt het niet lekker”, vertelt de achttienjarige op een terras op Sportcentrum Papendal.

Dubbelhandig paratafeltennis

YannickYannick speelt op hoog niveau paratafeltennis: tafeltennis voor mensen met een beperking. Want dat laatste heeft hij. Op jonge leeftijd begon het lichaam van Yannick vreemde bewegingen te maken die hij zelf niet onder controle had. Het bleek een hersenaandoening: gegeneraliseerde dystonie. Na veel behandelingen betekent het nu dat hij regelmatig verkrampingen heeft in zijn voet en arm. Ook zijn spraak wordt erdoor beïnvloed. Pijn heeft hij gelukkig vanwege een hersenstimulator niet. En als de Arnhemmer verkrampingen krijgt tijdens tafeltennis, pakt hij met gemak zijn batje van de rechterhand over in de linkerhand.

Met beide benen op de grond

In 2028 hoopt Yannick op de Paralympische Spelen te staan in Los Angeles. Lachend: “Dat is mijn grootste droom.” Maar de van oorsprong Brabander staat ook met beide benen op de grond. “Het is heel belangrijk om óók een goede basis te hebben in de vorm van een opleiding. Als het dan niet lukt, heb ik altijd iets om op terug te vallen.”

Die basis werd twee jaar geleden de opleiding Financieel Administratief Medewerker. Eigenlijk niet omdat dat hem nou zo leuk leek, maar de studie was vooral goed te combineren met topsport. Ook later. “Een andere droom is om kinderen met een beperking te helpen met sporten. Administratief werk kan ik daarnaast dan mooi voor een aantal uur in de week doen.”

Veel ballen hoog te houden

Om die doelen te bereiken, werkte Yannick zich de afgelopen twee jaar letterlijk in het zweet. Loopbaancoach Mirjam Ahsman zag het van dichtbij. “Als hij ’s ochtends de school binnenkwam, had hij er al een training van twee uur opzitten”, vertelt ze. “Smoesjes had hij nooit, Yannick was er gewoon altijd. Hij combineerde zoveel: een opleiding, topsport, een vriendin en ouders die zich nog weleens zorgen konden maken. Maar hij heeft echt laten zien dat hij het allemaal aan kan. Dat vind ik bewonderenswaardig.”

Leuk om te doen, niet om te leren

En nu? Doorstuderen ziet Yannick niet zitten. “Ik vind administratief werk leuk om te doen, maar niet om te leren.” Maar iets anders wil hij wél graag leren: tafeltennistraining geven. “Ik heb al een leuke cursus gevonden. En dan kan ik daarnaast mooi administratief werk gaan doen.”

Yannick op Papendal

Yannick Paredis en loopbaancoach Mirjam Ahsman bij Sportcentrum Papendal.
Mirjam: "Ik ben ook eens bij een training gaan kijken. Zo leuk om te zien dat hij met rechts én links kan tafeltennissen."

Geslaagd! Xander Willemsen (20) heeft zijn diploma Interieuradviseur binnengesleept. Reuze blij is hij ermee. Maar misschien is hij wel nóg trotser op zijn eigen ontwikkeling: “Ik heb zelfvertrouwen gekregen en weet nu dat ik echt wat kan.”

Het verschil met hoe Xander zich vorig jaar rond deze tijd voelde, is groot. Toen had de Elstenaar net gehoord dat hij het vierde jaar over moest doen. “Dat was echt niet leuk. Ik was heel verdrietig en ook een beetje boos. Op school, alles en iedereen. Waarom lukte het nou niet?”, vraagt hij zich hardop af aan een tafeltje in het Ketelhuis van Witte Villa.

‘Misschien was het wel fate’

Eigenlijk weet Xander het antwoord op die vraag wel. “Ik had veel te veel afleiding. Stage ging niet goed, ik was heel zenuwachtig voor het examen en het werd me allemaal te veel. Het ging gewoon niet goed. Maar achteraf was het misschien wel fate: het had zo moeten zijn.”
Wat bedoelt de interieuradviseur daar precies mee? “Nou, ik had eigenlijk gewoon niet genoeg zelfvertrouwen. Mentaal was ik toen echt niet klaar geweest voor het hbo, want daar wil ik hierna naartoe.”

‘Eerst viel ik niet zo op in de klas’

Het lukte Xander afgelopen zomer om zijn verdriet en boosheid om te zetten in iets positiefs. “Ik was vastberaden om er nog een jaar tegenaan te gaan en me vol in te zetten. Dat lukte ook echt. Eerst viel ik niet zo op in de klas. Ik was altijd erg op de achtergrond, haalde wel voldoendes, maar sprong er niet uit. Toen ik beter mijn best ging doen, trok ik positieve aandacht naar me toe. Ook van de docenten. Daardoor kreeg ik een positiever beeld over mezelf en meer zelfvertrouwen.”

‘Je eigen manier is altijd de beste’

Mentor Ingrid Wiendels speelde daarbij een belangrijke rol, vertelt Xander glimlachend. “Dat is echt een topper. Ze heeft me geleerd dat het goed is wat ik doe. En dat het goed is om je eigen ding te doen, ook al doet de rest van de klas iets anders: jouw eigen manier is altijd de beste. Daar heb ik veel zelfvertrouwen van gekregen.”

‘Ik kán het gewoon’

Nu denkt Xander écht klaar te zijn voor de opleiding Interieurarchitectuur bij ArtEZ in Zwolle. “Ik begon bij Rijn IJssel toen ik vijftien was. Nu ben ik twintig. Eigenlijk groei je hier dus op. Je maakt zoveel mee. Ik ben hier volwassen geworden. In het laatste jaar zie je eindelijk waarvoor je geleerd hebt. Dat je het eindwerk voor je ziet liggen en denkt: hier heb ik het voor gedaan. En ik kán het gewoon. Dat is echt heel erg fijn.”

Geslaagd! Ozan Maras (28) heeft zijn Entree-diploma Dienstverlening en Zorg binnengesleept. Maar uitgeleerd is hij nog lang niet. “Ik wil graag allround installatiemonteur worden op hbo-niveau en heel goed Nederlands leren praten.”

Ozan MarasOzan weet pas enkele maanden waar hij écht gelukkig van wordt: klanten helpen en badkamers installeren. Dat had hij zich een paar jaar geleden niet voor kunnen stellen. Toen woonde hij nog in Turkije, droeg een bril en werkte als ict’er acht uur per dag achter zijn computer. “Het was een goede baan”, vertelt Ozan, die eerder ook aan een Turkse Universiteit studeerde. “Maar ik werkte constant met mijn hoofd en had geen collega’s. Dat is eigenlijk niet gezond. Aan het einde van de dag had ik hoofd- en oogpijn. Vandaar ook die bril.”

‘Werken in de bouw is mooi’
Toen vertrok hij naar Nederland en lag zijn carrièrepad ineens weer open. Ozan koos voor de Entree-opleiding Dienstverlening en Zorg. In eerste instantie omdat zijn vrouw zei dat de zorg wel bij hem paste. Maar gaandeweg bleek juist de dienstverlenende kant een betere match. Een stage bij Kuipers Badkamers in Huissen bevestigde wat Ozan al dacht: in de bouw werken, is mooi werk.

‘Elke week een andere badkamer’
Eerst mocht Ozan koffie serveren aan klanten en korte gesprekken voeren. Maar al snel kwam daar installatiewerk bij. Inmiddels hangt hij aan de lopende band badkamermeubels op maat op bij klanten. Wat hij zo mooi vindt aan het vak? "Elke week een ander huis en een andere badkamer. Lekker met m'n handen werken. Geen monotone baan meer. Ik ben hier écht blij”, vertelt hij opgetogen. En die bril? Die draagt Ozan inmiddels niet meer. De hoofd- en oogpijn zijn weg.

‘Ik weet zeker dat het gaat lukken’
Ozan is zo enthousiast over zijn nieuwe vak dat hij er nu ook echt alles over wil leren. Volgend jaar start hij dus met Installatietechniek op niveau 2. En wie denkt dat dat zijn eindpunt is, heeft het mis. Zijn dromen gaan veel verder. “Rekenen en alle andere vakken gaan heel goed. Alleen Nederlands is lastig. Eén woord heeft meerdere betekenissen. Soms denk ik: wat bedoel je nu precies? Maar ik weet zeker dat het gaat lukken om goed Nederlands te praten. En als dat lukt, ga ik voor een hbo-diploma.”

Ozan bij Kuipers

Ozan Maras bij zijn stageplek: Kuipers Badkamers in Huissen.

Mo en Nouri: over vluchten, kansen en CIOS

Mo en NouriVanwege je geloof moeten vluchten uit je geboorteland. Terechtkomen in een volstrekt vreemd land, duizenden kilometers weg van vrienden en familieleden. Ondanks al je verdriet en wanhoop er daar toch het beste van maken. En vijf jaar later een succesvolle CIOS-student zijn op Rijn IJssel. Dat is het verhaal van Mo Saeidi uit Iran én Nouri Sedo uit Irak. Twee jongemannen uit twee verschillende landen. Maar met een grotendeels overeenkomstig verhaal.

“Maandag hoor ik dat ik mijn diploma krijg.” De nu 21-jarige Mo Saeidi zegt het vol overtuiging, in vlekkeloos Nederlands. Want nu al weet de vierdejaarsstudent dat hij met het felbegeerde papiertje de deur uitwandelt van het CIOS. “Het gaat wel goed ja. Ik was ook de eerste van mijn klas die alles heeft ingeleverd.”

Twee landen, één verhaal

Dan schuift de 20-jarige Nouri Sedo aan bij het gesprek. Hij zit gebroederlijk naast Mo. Of ze elkaar al langer kennen? “Ja, sinds we op het AZC terechtkwamen in Arnhem-Zuid.” Maar Iraniër Mo en Irakees Nouri delen veel meer dan alleen die locatie. Eerstgenoemde kwam in 2016 naar Nederland met zijn familie vanuit de stad Ahwaz, op de vlucht voor het regime.

Een jaar later liet ook Nouri huis en haard achter. Bekeerd tot het christendom was er – met de opkomst van Islamitische Staat – geen keus: “Het was óf vluchten, of doodgaan. IS heeft vrouwen meegenomen, kinderen vermoord. En alleen omdat ze een ander geloof hadden…”

Het gesprek valt even stil. “Weet u, mijn neef is in 2014 gevangengenomen. Sindsdien heb ik niets meer van hem gehoord”, vervolgt Nouri zijn verhaal dan zichtbaar geëmotioneerd. “En gisteren nog zijn er in de straat waar ik heb gewoond twee bommen ontploft. Wéér een dode.”

Drive

Na wat omzwervingen belandden Mo en Nouri uiteindelijk in azc Elderhoeve in Arnhem. Het was jarenlang hun verblijfplaats. Een onzekere toekomst dreigde jarenlang. Maar het weerhield de twee er niet van de Nederlandse taal zich zo snel mogelijk eigen te maken en naar school te gaan. Mo: “Ik wilde heel erg op de taal focussen, omdat ik in contact wilde komen met Nederlandse jongeren. En weet je: je kunt wel zielig in je kamertje blijven zitten, maar waarom zou je dat doen als je ook iets kunt bereiken?”

Een jaar in de Internationale Schakelklas (ISK) volgde. Mo wist toen al: ik wil meer. In zijn geboorteland voetbalde hij in de jeugdopleiding van een profclub en de student werd in 2018 zelfs gescout door De Graafschap. Hoewel het niet tot een verbintenis kwam, is sport toch dé uitlaatklep voor de Iraniër. “Ik kreeg het advies om een niveau 2-opleiding te gaan doen, maar dat vond ik echt té gemakkelijk. Dus heb ik veel gesprekken gevoerd om op niveau 3-4 te mogen beginnen bij het CIOS. Dat is gelukt.” Meer dan dat: in het eerste jaar scoorde Mo er gemiddeld de hoogste cijfers.

Het verhaal van Nouri laat zich vergelijken met dat van Mo. Ook hij volgde de ISK voordat de stap naar het CIOS volgde. De Irakees besloot echter wél eerst niveau 2 te doen. “Dat papiertje ga ik nu halen, dus nu ga ik op niveau 3-4 verder.”

Nouri en Mo

Kansrijk

Inmiddels weten beide studenten tot hun grote blijdschap dat ze in Nederland mogen blijven. Heeft de noodgedwongen vlucht uit hun thuisland dan ook wat goeds gebracht? “Om eerlijk te zijn is het CIOS de beste school van alle scholen waar ik op heb gezeten. Docenten helpen je altijd en met mijn loopbaancoach kan ik soms uren praten en lachen. Hij is echt tof”, zegt Nouri openhartig. “Ook ik heb ervoor gekozen heel goed mijn best te doen. Want hier, in Nederland, liggen er veel kansen.”

Mo knikt. “Er is hier altijd ruimte om jezelf verder te ontwikkelen. Je krijgt hier kansen genoeg. En als je die kansen pakt, dan word je daar zelf beter van. Dus doe gewoon wat je zelf leuk vindt. Als je het wilt, dan lukt het.”

Naar school gaan, leren uit boeken en een opleiding afmaken was in het verleden niets voor de 45-jarige Bjorn Kampen. Maar onlangs sleepte hij bij Rijn IJssel tóch een belangrijk papiertje binnen: een praktijkverklaring voor zijn horecawerk in het Arnhemse T-Huis. “Mooi dat ik dit heb bereikt.”

Naar eigen zeggen is Bjorn ‘geen theoriemens’. Zijn ADHD en concentratieproblemen maken dat hij met zijn handen bezig wil zijn. Dat was lastig bij de grafische opleiding die hij in het verleden deed. “De laatste drie maanden van de studie had ik er geen zin meer in, dus toen ben ik ermee gestopt”, vertelt hij nu.

Daarna zat de Arnhemmer jaren thuis zonder werk. “In sommige periodes deed ik mijn telefoon uit en dacht ik: bekijk het allemaal maar. Ik ben de komende weken gewoon niet bereikbaar.”

Plek in de samenleving
Maar eigenlijk is Bjorn op dat moment helemaal niet blij met zijn situatie. Hij wil wat doen. Een plekje hebben in de samenleving. Via de wijkcoach komt hij dan in contact met het T-Huis: een kleine bistro in Presikhaaf waar mensen met een arbeidshandicap de fijne kneepjes van het horecavak leren. Hij gaat er aan de slag. “De keuken heeft me altijd al geïnteresseerd, dus ik dacht: waarom niet?”

Praktijkleren
Dan blijkt dat Bjorn naast zijn werk óók een praktijkverklaring bij Rijn IJssel kan halen. Daarvoor hoeft hij niet naar school. Wel krijgt hij van een begeleider van Rijn IJssel praktijkopdrachten om uit te voeren bij het T-Huis. Een leermeester van zorginstelling Siza begeleidt en beoordeelt hem. Er blijft gaandeweg ook contact tussen Bjorn, de leermeester van Siza en de begeleider van Rijn IJssel om de voortgang te bepalen.

Basisvaardigheden
Bjorn: “Ik heb geleerd hoe ik goed moet schoonmaken en ik ken nu verschillende snijtechnieken. Als eindopdracht moest ik zelf een gerecht bedenken. Gezien het seizoen heb ik toen een apfelstrudel gemaakt met vanillesaus. Daar waren klanten zeer over te spreken.”

Uiteindelijk heeft Bjorn in zes maanden tijd alle opdrachten volbracht. Hij is niet afgehaakt vlak voor het einde, zoals hij misschien van tevoren had verwacht. Iedere dag meldt hij zich stipt op tijd. “Ik heb weer structuur in mijn leven. En ik vind het nog leuk ook. Het contact met mensen bevalt me goed. Als ik iets heb bereid en mensen ervan zie genieten, dan denk ik: dat hebben we toch maar mooi met z’n allen gedaan.”

Officieel papiertje
Bjorn is een van de eersten bij Rijn IJssel die een praktijkverklaring in ontvangst mag nemen. Daarmee zijn zijn vaardigheden officieel vastgelegd. Zo’n verklaring van het mbo wordt landelijk erkend en dat maakt het voor andere bedrijven aantrekkelijker om Bjorn aan te nemen.

Toch is hij voorlopig niet van plan om te vertrekken bij het T-Huis. “Ik wil de BBL-niveau-2 opleiding tot Kok gaan volgen bij Rijn IJssel en hier blijven werken. Mijn ultieme droom is om uiteindelijk een cateringbedrijf te beginnen voor de minderbedeelden. Maaltijden maken voor een paar euro. Daar streef ik naar.”

Studeren, inburgeren én werken: combinatietraject van start

De winkel netjes houden, servies in- en uitpakken én Nederlands leren. Dat hoopt de 45-jarige Linda Berklou op haar werkervaringsplek bij servieszaak Pollmann in Arnhem te leren. Ze is een van de vijftien statushouders die bij Rijn IJssel een inburgeringstraject combineert met een Entree-opleiding.

Deze maandagmiddag gaan de studenten op de Rijn IJssel-locatie aan de Alexanderstraat op speeddate met consulenten van de gemeente Arnhem, RSD de Liemers, WerkgeversServicepunt Midden-Gelderland en Leerwerkloket Midden-Gelderland. Eigenlijk zijn het korte sollicitatiegesprekken waarin de studenten oefenen hoe ze zich moeten presenteren. Ze beantwoorden vragen als: Wat zijn je kwaliteiten? Wat wil je leren? En wat is je ambitie?

Passend werk
De consulenten gaan aan de hand van deze gesprekken op zoek naar een passende werkplek voor de studenten. Sommigen hebben al een plek gevonden, zoals Linda, maar anderen nog niet. De komende anderhalf jaar volgen de studenten, die nog inburgeringsplichtig zijn, twee dagen per week onderwijs bij Rijn IJssel. De overige drie dagen gaan ze aan de slag op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld in de logistiek, de horeca, dienstverlening of de zorg.

Linda Berklou licht haar curriculum vitae toe aan een consulent van Gemeente Arnhem.

Contract aangeboden
Het duale traject heeft grote voordelen voor de studenten, vertelt Annet Schriemer, loopbaancoach bij Rijn IJssel. “Aan het eind van de rit zijn ze ingeburgerd, hebben ze een Entree-diploma én anderhalf jaar werkervaring. Soms bieden werkgevers de student bovendien een contract aan. Dat gebeurde vorig jaar bij een vrouw die in een verpleeghuis werkte. Nu volgt ze daar de niveau-2-opleiding Helpende zorg en welzijn in BBL-vorm.”

Positie op de arbeidsmarkt
Ook als dat laatste niet gebeurt, heeft de positie van de statushouders op de arbeidsmarkt aan het eind van het traject een flinke boost gekregen. Schriemer: “Ze tonen hiermee aan dat ze betrouwbare werknemers zijn, arbeidsvaardigheden hebben geleerd en initiatief op de werkvloer kunnen tonen.”

Doorstuderen
Linda, die de Entree-opleiding Assistent logistiek volgt, heeft weinig moeite met het beantwoorden van de vragen die een consulent haar tijdens de speeddate stelt. Wat haar kwaliteiten zijn? “Ik ben heel actief en flexibel”, vertelt ze opgetogen. “En ik wil heel graag leren. Uiteindelijk wil ik een niveau-3-opleiding afronden. Misschien in de logistiek, maar als ik dat niet leuk vind, dan wil ik iets in de kinderopvang doen.”

Eerst aan de slag bij servieszaak Pollmann. Daar leert de van oorsprong Ghanese hoe ze de Nederlandse taal gebruikt op de werkvloer en wat er bij een baan van haar wordt verwacht. “Ik kijk er heel erg naar uit."

Sem Vermeulen(22) heeft zijn eigen likeur in de schappen.
Precisie, perfectie, passie. Dat is te lezen op de mintgroene fles Kafi Liqueur die Sem Vermeulen (22), student Gespecialiseerd kok niveau 4, in zijn hand heeft. Er is geen woord aan gelogen. Sem werkte ruim drie jaar lang aan het recept van zijn likeur. Nu ligt die eindelijk in de winkel.

Trots haalt Sem deze ochtend bij café Jans in Arnhem een fles uit zijn tas. Lachend: “Als je erover schrijft, moet je het wel gedronken hebben.” Een sterke limoengeur komt vrij als hij de dop er vanaf haalt. De smaken? Fris, zuur, maar ook een bittertje. Veel aroma. “Het is echt voor de smaakliefhebber”, vertelt de Rijn IJssel-student. “Het proeft heerlijk na een lange werkdag.”

Wit bolletje

Sem VermeulenHet gemak waarmee de Arnhemmer nu praat over zijn likeur laat je bijna vergeten dat de weg ernaartoe ruim drie jaar duurde. Het verhaal begint als hij als BBL’er bij restaurant Rijnzicht in Doornenburg werkt. Op een avond ziet hij achterin de vriezer een wit bolletje liggen. Het blijkt een kaffir limoen omhuld met ijs. “Ik rook eraan en was meteen verliefd op de sterke aroma. Het is veel sterker dan een gewone limoen of een citroen.”

Sems interesse wekt het enthousiasme van het hele keukenteam. Wat kunnen ze allemaal met de sterke vrucht? Ze raspen het over gerechten heen en leggen het op sterk water. Aan een docent vraagt Sem: kan ik hier ook likeur van maken? Ja, dat kan.

PTSS

Maar dan gaat het mis. Als Sem onderweg is naar zijn werk, krijgt hij een ongeluk met zijn brommer. Resultaat: een gekneusde ribbenkast, een gebroken arm én PTSS. Slapen doet hij op dat moment nog maar één à twee uur per nacht. Toch blijft hij stug doorwerken. Tot het niet meer gaat en hij in elkaar klapt. In de drie maanden die volgen, zit Sem met een dikke depressie thuis.

“Ik kon mijn passie niet meer uitoefenen. Niet meer werken in de horeca”, vertelt de student nu. “Maar ik had wél tijd om te experimenten met recepten voor m’n kaffirlikeur. Daar kreeg ik energie van.”

Proeven, proeven, proeven

Studieloopbaanbegeleider Ingmar van Bostelen ondersteunt Sem bij het hele proces. Samen proeven ze tientallen samples. Wat ruik je? Wat proef je? Wat mis je? Een schilletje erbij, een blaadje eraf en is de zoetigheid wel in orde zo?

Gesloten wereld

Via docenten komt Sem vervolgens in contact met meer experts, want dat hij zijn uiteindelijke likeur wil gaan verkopen, staat al snel vast. Maar hoe zit het met accijnzen en douanekosten? Daar heeft hij veel vragen over. “De drank business is best gesloten. Bedrijven wilden me niet echt helpen. Ik weet ook niet waarom. Daarom heb ik zoveel aan mijn docenten gehad. Zij konden me wél in contact brengen met de juiste mensen.”

Loon

Ondertussen gaat het steeds beter met Sem. Hij werkt weer en stort zich buiten schooltijd volledig op het perfecte recept voor zijn likeur. Zeventig procent van zijn verdiende loon belandt in een spaarpot. Dat geld is straks hard nodig voor de productie.

Dan is het zover: het recept is klaar. De geliefde kaffir limoenen worden vanuit Thailand, Maleisië en Indonesië naar Nederland verscheept en bij een destilleerderij in Zevenaar kan het productieproces beginnen. Zus Sanne, professioneel vormgeefster, ontwerpt een etiket en bouwt een website.

In de schappen

Vijfduizend flessen worden er in eerste instantie gemaakt. Daarvan heeft Sem er al zeshonderd verkocht. “Heel Rijn IJssel neemt af, dat is echt leuk. En vrienden en familie willen het natuurlijk hebben.” Maar dat niet alleen: ook steeds meer slijterijen, restaurants en groothandelaren tonen interesse in zijn product. Bij Wijnhandel Barrique in Arnhem staat Kafi Liqueur zelfs al in de schappen.

Voldoening

En nu? Rijk hoeft Sem niet te worden. Dat is geen doel op zich, zegt hij. “Wat mij voldoening geeft, is op zaterdagavond over de Korenmarkt lopen en mensen op het terras zien nippen aan Kafi. Dat lijkt me nou écht mooi.”

Fles kopen?

Zelf een fles kopen? Kafi Liqueur is verkrijgbaar bij Wijnhandel Barrique in Arnhem voor 24,99 euro. Neem ook een kijkje op de website van Sem.

Carlijn van der Meer (20), student Mediaredactiemedewerker én voorzitter van de studentenraad, heeft een pittig jaar achter de rug. “Ik trok me alle ellende in de wereld aan.”

Houvast

“Aan het begin van corona liep ik stage bij een bureau dat trainingen aan bedrijven geeft. Ik beheerde de socialmediakanalen met iemand samen. Van de ene op de andere dag moesten we thuis werken. Door corona was er nauwelijks werk meer voor mij en de andere stagiairs. Dat gaf de stagebegeleider ook eerlijk aan. Daarom kregen we vervangende opdrachten van het opleidingsteam van school. Bijvoorbeeld teksten schrijven en video’s maken. Vaak was je daar in een uurtje klaar mee en het was ook niet zo uitdagend. We hadden dus in feite bijna niks te doen. Dat is heel demotiverend.”

Studentenraad

“In die periode hebben we met de studentenraad wel een leuk initiatief bedacht, namelijk een must-do-lijstje voor docenten om hun online les leuker te maken. Het is best saai om als student naar een les te kijken waarin alleen maar wordt gepraat. Een van de tips is dus om niet langer dan vijftig procent van de les aan het woord te zijn. We raden het ook aan om tools zoals Kahoot en Flipgrid te gebruiken.”

Studentenhuis

“Ik heb me een tijd heel sad gevoeld. Ik woon in een studentenhuis en mijn kamer is zestien vierkante meter groot. Daar studeer, woon, slaap en eet je. Best deprimerend. Iedere dag ziet er hetzelfde uit. Ik heb me een flinke tijd afgesloten voor de buitenwereld, omdat ik me niet op m’n gemak voelde. Geen zin in mensen om me heen. Alleen maar netflixen. Het gevoel dat niets kan. Ik trok me alle ellende in de wereld ook aan. Lichtelijk depressief kan je het wel noemen.

Inmiddels kan ik beter met de situatie omgaan, omdat het toch een soort gewenning is. Ik heb nu ook een schoonmaakbaantje en een vriend. Factoren die helpen. M’n studiepunten heb ik ook allemaal gehaald, dus nog even en dan ben ik afgestudeerd. Volgend jaar ga ik Bestuurskunde studeren in Deventer.”

Toekomst

“Ik zit nu 2,5 jaar in de studentenraad, maar daar moet ik dus afscheid van gaan nemen. De studentenraad is echt m’n kindje, dus dat vind ik lastig. Ik ben wel heel blij dat we binnenkort weer fysiek kunnen vergaderen. Dat is zoveel beter voor de sfeer. Online kun je moeilijk met elkaar discussiëren. En ik heb de borrels ook echt gemist.

Nog iets waar ik zin in heb: College Tour. Dat organiseren we op 30 juni. Er komt dan een gast en studenten kunnen vragen stellen. Daar hebben we vanuit alle clusters hard naartoe gewerkt. Dat gevoel van samenhorigheid: daar kijk ik echt naar uit.”

Sheroo Abdelkader (24), derdejaarsstudent Verpleegkundige, liep stage op de covid-afdeling van ziekenhuis Rijnstate. “Ik zei iedere dag tegen mezelf dat ik moest volhouden.”

Taalbarrière

“Wat ik meteen moeilijk vond aan de coronasituatie, was de overgang naar online communicatie. Ik kom uit Syrië en woon nu vijf jaar in Nederland. Communiceren via de telefoon en computer vind ik lastig, omdat ik niet altijd uit mijn woorden kom. Ik maak mijn punt ook duidelijk met gebaren. Als mensen in een vergadering door elkaar heen praten, kan ik het niet volgen. Daarom moest ik naast de online lessen heel veel zelf nalezen om de stof goed te begrijpen.”

Uitdaging

“Eigenlijk zou ik in september stage lopen bij de afdeling Oncologie/heelkunde bij Rijnstate, maar daar waren te veel stagiairs geplaatst. Daarom werd me gevraagd of ik op de long- en covid-afdeling wilde werken. Volgens mijn begeleider was dat een heftige afdeling, maar wel een leerzame met goede begeleiding. Toen heb ik gezegd: ik hou wel van een uitdaging.”

Slechthorend

“Ik ben er bij Rijnstate achter gekomen dat ik slechthorend ben. Omdat alle mensen op de longafdeling mondkapjes droegen, kon ik ze heel moeilijk verstaan. Ik blijk afhankelijk te zijn van liplezen, maar dat kon natuurlijk ook niet. De artsen praatten er bovendien op een hoog tempo en vaak door elkaar heen. Ik moest tussendoor opzoeken wat woorden betekenden. Dat maakte het extra lastig.”

Spanning

“De long- en covid-afdeling was zwaarder dan ik dacht. Normaal zorg je als verpleegkundige voor vier patiënten: twee hoog-complexe en twee laag-complexe. Op de covid-afdeling was iedere patiënt hoog-complex. De werkdruk was daardoor extra hoog. Er waren veel handelingen die je moest verrichten in korte tijd en protocollen om je aan te houden.

Elke keer als ik naar de wc ging, zei ik tegen mezelf: even volhouden, het gaat goed komen. Achter de wolken schijnt de zon. Ik probeerde mezelf te motiveren zodat ik de dag door zou komen. Zo heb ik tien weken doorgebracht. Onder extreme spanning.”

Stoppen

“De begeleiding vanuit Rijnstate en Rijn IJssel was gelukkig erg goed. In het ziekenhuis was mijn begeleider eigenlijk altijd bij me. Ik kon alles vragen. Het was een kundig iemand met veel ervaring. Dat ik zoveel stress had, heb ik haar niet verteld. Maar ze merkte het zelf ook. Na tien weken had ik een evaluatie en toen hebben mijn twee begeleiders aangegeven dat het beter voor me zou zijn om te stoppen. Het ging niet goed. Daar was ik het zelf ook wel mee eens.”

Verwerking

“Ik heb vijf maanden nodig gehad om te herstellen. Het leek alsof ik een trauma had. Tijdens mijn stage ging ik maar door, omdat de druk zo hoog was. Maar toen ik daarna rust had, kwam de verwerking van wat ik allemaal had meegemaakt. Alles kwam terug. Ik moest denken aan een patiënt waar het helemaal mee misging. Gelukkig kwam het met diegene uiteindelijk goed, maar dat heeft wel impact op me gehad.”

Revalidatie

“Het gaat nu gelukkig veel beter met me. Ik maak mijn stage momenteel af op de revalidatie-afdeling van Pleyade. De patiënten zijn hier niet hoog-complex en hoeven niet acuut behandeld te worden. Ik kan de tijd voor ze nemen, want ik ben hier echt boventallig. Ik heb meer vrijheid dan ik had gedacht, mag mijn eigen diensten inplannen en aangeven wat ik graag wil leren. Hier voel ik me veel beter.”

Hij is pas krap een jaar afgestudeerd, maar bestiert al een eigen keuken en een succesvolle maaltijdservice. Ali Zamani (26), oud Rijn IJssel-student, voorziet Arnhemmers van een voedzame, lekkere én betaalbare maaltijd. Zijn uitvalsbasis: de keuken van Rijn IJssel aan de Alexanderstraat.

Ali Zamani

Wie deze woensdagmiddag het oude schoolgebouw binnenstapt, ruikt het in de gang al: hier wordt vers gekookt. Dorade, krieltjes en gegrilde groentes staan er vanavond op het menu. “Maar ik maak net zo makkelijk een Frans, Afghaans of ander internationaal gerecht klaar”, vertelt de oud-student Assistent Horeca, Voeding & voedingsindustrie enthousiast.

Angstig

Het initiatief om maaltijden bij mensen thuis te bezorgen, ontstaat aan het begin van de coronapandemie. Ali komt dan in contact met Huis voor de Wijk, het buurtcentrum van de Arnhemse wijk Malburgen. Daar merken vrijwilligers dat met name ouderen niet meer naar de supermarkt durven. Met een maaltijdservice aan huis kunnen angstige buurtbewoners toch aan een gezonde maaltijd voor een zacht prijsje komen. Ali kan meteen als chef-kok beginnen.

Hulp

In een mum van tijd zet hij een professionele keuken op poten. Eerst zijn de maaltijden alleen bedoeld voor inwoners uit Malburgen, maar inmiddels maakt heel Arnhem er gebruik van. In de keuken krijgt hij hulp van zijn vriendin Lisa en een tweetal Entree-studenten van Rijn IJssel. Die hulp is hoognodig, want inmiddels worden per dag zeventig bakjes eten klaargemaakt. Omdat de keuken van Huis voor de Wijk tijdelijk wordt verbouwd, werken Ali en zijn team vanuit de keuken van de Entree-lunchroom van Rijn IJssel.

24/7

Wie denkt dat Ali en zijn crew alleen kóken, heeft het mis. Op een dag zijn ze ook bezig met inkopen doen, recepten bedenken, administratie en natuurlijk: maaltijden bezorgen. Tientallen adressen in en rondom Arnhem. Lisa en Ali rijden er dagelijks in één auto langs. Het duo werkt zeven dagen per week, negen uur per dag. Pittig? “Dat hoort nu eenmaal bij werken in de horeca”, zegt de chef-kok lachend.

Ervaring

Ali krijgt regelmatig aanbiedingen om in andere keukens te werken. Niet gek, want hij heeft flink wat internationale horeca-ervaring. De Arnhemmer groeide op in Afghanistan, maar werkte ook in Iraanse en Griekse keukens. Waarom hij er niet op ingaat? “Huis voor de Wijk is genoeg. Hier heb ik iets voor mezelf. Iets wat ik kan opbouwen.”

Toekomstplannen

Dat laatste gaat binnenkort heel concreet worden. Als de verbouwingen bij Huis voor de Wijk klaar zijn, werken Ali en de stagiaires van Rijn IJssel verder vanuit de gloednieuwe horecakeuken van het buurthuis. Bovendien komt er een buitenterras waar klanten kunnen eten. “Het wordt een soort bistro, met kwalitatief natuurlijk heel goed eten.”

Ook is er contact met andere buurthuizen in Arnhem, want die willen ook een maaltijdservice beginnen. Daar gaat Ali ze bij helpen. “Dat lijkt me heel mooi.”

Maaltijd bestellen

Woon je in Arnhem of omstreken en wil je een maaltijd van Ali proeven? Voor € 5,00 inclusief bezorgkosten bestel je er een. Klik hier voor het menu en bekijk hoe je kunt bestellen.

Lisa Scheltus, de vriendin van Ali, helpt dagelijks in de keuken.

Studeren aan het mbo in tijden van corona. Hoe is dat? Onze studenten hebben inmiddels vijftien maanden ervaring.  Thomas Kuik (20), vierdejaarsstudent CIOS: “Mijn sociale leven is juist groter geworden.”

Eerste lockdown

“Bij de allereerste lockdown dacht ik: prachtig. Niet meer naar school. Maar dat gevoel hield niet lang aan. Thuis bij mijn ouders was er namelijk ook helemaal niks te doen. Ik verveelde me, ging echt van alles naar helemaal niets. Dat voelde vooral heel raar.”

Online les

“De eerste drie à vier weken nadat de school dicht ging, hadden we nog geen online les. Dat moest op gang komen, want het was voor docenten ook allemaal nieuw. Ik heb ook geen handige studie voor online les: CIOS met richting buitensport. Na die paar lege weken volgden lessen via video’s. Dan legde een docent op beeld uit hoe je een knoop moest maken in een touw. Als ik heel eerlijk ben, werkte dat niet. Knopen leren leggen via een video. Dat is toch gek.”

Klasgenoten

“Vreemd genoeg is de band met een paar klasgenoten het afgelopen jaar veel hechter geworden. Normaal zie je altijd de hele klas, maar nu spraken we af met een kleiner groepje. We hebben elkaar veel opgezocht, want wat moest je anders? Er was zo weinig te beleven. We zaten veel bij mensen thuis, of trokken er juist op uit. We houden allemaal van touwtechnieken en hoe je daarmee op hoge gebouwen kan klimmen, dus dan gingen we op pad en bespraken de gebouwen om ons heen.”

Motivatie

“Wat ik de grootste uitdaging vond het afgelopen jaar? Gemotiveerd blijven voor mijn studie. Dat is zó lastig vanuit huis. Ik deed andere dingen tijdens de lessen. Soms was ik aan het klimmen terwijl ik de les half volgde met een oortje in. Maar ik sloeg lessen soms ook helemaal over. Leverde matig werk in. Ik dacht vaak: laat ook maar zitten.

Mijn klasgenoten hebben me er echt doorheen gesleept. In een groepswhatsapp attendeerden we elkaar op online lessen. Zo van: ‘We hebben zo les, ben je er wel bij?’ Dat heeft me echt geholpen.”

Eenzaam

“Nee, eenzaam heb ik me in zekere zin niet gevoeld. Mijn sociale leven is juist groter geworden. Ik zag vaker mensen, omdat iedereen zich verveelde. Wat ik wel heb gemist: nieuwe mensen leren kennen.”

Gezondheid

“Bang voor corona ben ik niet geweest. Ik heb nog steeds niemand in mijn directe omgeving die het heeft gehad. En zelf ben ik ook gezond gebleven. Ik werk bij een klimhal in Utrecht en mocht ook tijdens de lockdowns binnen klimmen. Zo bleef ik fit.”

Afstuderen

“Als afstudeeropdracht was ik betrokken bij de onthulling van de ENKA-campus. Abseilend heb ik met een studiegenoot de naam van het gebouw bekendgemaakt. Daar had ik geluk mee, want klasgenoten konden moeilijker een opdracht vinden.

Als het goed is, studeer ik dit jaar nog af. Ik ben nu al zzp’er, dus daar ga ik mee door. Ik houd me bezig met industrieel klimmen. Dat betekent: klimmen op olieplatformen, in fabriekshallen of bijvoorbeeld op hoge windmolens. Plekken waar je met een hoogwerker niet kan komen, maar wel met een touw. Ik kijk er heel erg naar uit. Dan kan ik mijn eigen tijd indelen en hoef ik me niet meer te vervelen.”

Een afstudeeropdracht bedenken in de evenementenbranche: het moet je maar lukken in tijden van corona. Kim Wijkamp (18), student evenementenorganisatie, bewijst dat het wél kan. Op 29 mei organiseert ze een avond à la First Dates voor vrijgezellen in Dinxperlo: Cupido Achterhoek.

Samen met haar stageadres Figulus Welzijn wil Kim graag iets doen tegen eenzaamheid, vertelt ze. “Daten is natuurlijk heel lastig in deze tijd. Vrijgezellen kunnen zich extra alleen voelen. Daarom hebben we Cupido Achterhoek bedacht.”

First dates

Cupido Achterhoek is voor een groot deel gebaseerd op het populaire televisieprogramma First Dates. Daarbij worden mensen die op zoek zijn naar de liefde aan elkaar gekoppeld. Ze dineren samen en bepalen na afloop of ze elkaar nog een keer willen zien.

Cupido Achterhoek werkt voor een groot deel hetzelfde. “Als mensen zich aanmelden via de website, stuur ik ze daarna een vragenlijst toe", vertelt Kim. "Daarin vertellen ze wat hun hobby’s zijn, wat ze in een partner zoeken en wat ze juist niet aantrekkelijk vinden. Aan de hand daarvan bekijken we welke mensen bij elkaar passen.”

Denken in mogelijkheden

Op 29 mei gaan de aan elkaar gekoppelde duo’s met elkaar eten in Dinxperlo. Die activiteit is nog niet in beton gegoten, want als corona roet in het eten gooit, is een wandeltocht maken ook een alternatief. “Of we wijken uit naar een buitenterras als dat kan.”

In welke vorm het evenement ook door zal gaan, Kim heeft in elk geval al veel geleerd. Zo heeft ze het draaiboek voor 29 mei gemaakt, een flyer ontworpen en de vragenlijst voor deelnemers opgesteld. "Ik heb vooral gekeken naar wat wél kan in plaats naar wat niet kan."