Procedures en reglementen

Zoals bij elke organisatie heeft Rijn IJssel ook procedures die gevolgd moeten worden en verschillende reglementen.

De meeste van deze procedures en reglementen zijn bedoeld om duidelijk aan te geven waar wij als Rijn IJssel ons aan moeten houden en welke rechten en plichten een (potentiële) student, cursist of andere relatie heeft.

Procedures en reglementen

Voor verschillende overeenkomsten bestaan er bijbehorende algemene voorwaarden. Je kunt deze hieronder lezen of downloaden.

Het bestuursreglement is hier te downloaden of na te lezen.

Bezwaar of beroep examens en
beroep tegen (negatief) bindend studieadvies

Elke student heeft het recht om bezwaar aan te tekenen of in beroep te gaan tegen zaken die te maken hebben met toetsen en examens. Rijn IJssel heeft hiervoor een reglement.

In geval van verschillen tussen de tekst van deze folder en de tekst van het reglement geldt altijd de tekst van het reglement van de commissie van beroep voor de examens.

Wanneer je het niet eens bent met een beslissing van de examencommissie of met een beslissing over je examinering, bijvoorbeeld over een cijfer of een beoordeling, kun je bezwaar aantekenen. 
Dat doe je bij de examencommissie van je cluster. Meer informatie over het indienen van een bezwaar kun je lezen in het examenreglement mbo of examenreglement VAVO. Als je niet tevreden bent over de beslissing op jouw bezwaar, kun je schriftelijk in beroep gaan bij de Commissie van Beroep voor de Examens.

Het aantekenen van bezwaar en het in beroep gaan en de afhandeling daarvan zijn gebonden aan regels. Hier staan deze regels kort beschreven.

Waar teken je bezwaar aan en waar ga je in beroep?
Bezwaren over toetsen en examens worden in eerste instantie gericht aan de examencommissie van je school. De naam van de secretaris van de examencommissie kun je vinden in de St-OER/opleidingsgids of vragen bij de administratie, de teamleider of een docent.

Als je het niet eens bent met de uitspraak van de examencommissie over het ingediende bezwaar, richt je je tot de Commissie van Beroep voor de Examens van Rijn IJssel, Postbus 5162, 6802 ED Arnhem of commissievanberoep@rijnijssel.nl Je gaat dan in beroep tegen het besluit van de examencommissie.

Wat te doen wanneer je bezwaar wilt aantekenen tegen een besluit van de examencommissie of in beroep wilt gaan?
Een bezwaar moet je binnen tien werkdagen schriftelijk indienen bij de examencommissie van je school. Een formulier daarvoor vind je hier.

Als je in beroep gaat, moet je dat doen binnen tien werkdagen nadat de beslissing van de examencommissie aan jou bekend is gemaakt. Voor studenten VAVO geldt een termijn van 5 werkdagen. Tips voor het schrijven van de brief vind je hier.

Wat te doen als je in beroep wilt gaan tegen het besluit van de directeur over een (negatief) bindend studieadvies?
In het eerste jaar krijg je van je loopbaancoach te horen of je op de opleiding mag blijven of dat je moet stoppen. Dat is bij een éénjarige opleiding uiterlijk binnen vier kalendermaanden en bij meerjarige opleidingen tussen 9 en 12 maanden na de start van de opleiding. Als dat laatste het geval is, krijg je daarover een brief van de directeur. Dit heet een (negatief) bindend studieadvies.

Het kan natuurlijk zijn dat je het niet eens bent met deze beslissing. Dan kun je een brief sturen naar de Commissie van Beroep voor de Examens. Dit heet ’in beroep gaan’. Tips voor het schrijven van een brief vind je hier. Je kunt de brief sturen naar de Commissie van Beroep voor de Examens, Postbus 5162, 6802 ED Arnhem of naar commissievanberoep@rijnijssel.nl.

Zorg dat je de brief hebt verstuurd binnen 10 werkdagen nadat het besluit van de directeur aan jou bekend gemaakt is. Als je nog geen 18 jaar bent, moet je dit doen samen met je ouders/verzorgers.

Gebruik de tips en schrijf duidelijk waarom je het niet eens bent met de beslissing van de directeur. Stuur ook een kopie van de brief die je van de directeur hebt gekregen mee.

De secretaris van de commissie neemt in ieder geval contact met je op over hoe het verder gaat. Meestal komt er een zitting. Je mag dan iemand meenemen om je te helpen, een familielid of iemand anders die je vertrouwt.

De commissie neemt binnen vier weken een besluit en stuurt je daarover een brief.

Brief en inhoud bezwaar of beroep
In de brief, waarin je het bezwaar of het beroep kenbaar maakt, vermeld je in ieder geval:

  • je naam, adres, woonplaats, telefoonnummer en e-mailadres;
  • opleiding en onderwijslocatie;
  • de datum waarop je de brief schrijft;
  • een korte en duidelijke omschrijving van het bezwaar of het beroep;
  • wat je van de Examencommissie of de Commissie van Beroep voor de Examens verwacht;
  • je handtekening.

Doe bij de brief eventuele bewijsstukken. Je moet bij een beroep naar aanleiding van een bezwaar dat je hebt ingediend bij de Examencommissie óók een kopie van de beslissing van de Examencommissie meesturen. De brief moet duidelijk leesbaar zijn. Als je een bezwaar of beroep niet binnen de gestelde termijn hebt ingediend, komt dit niet in aanmerking voor behandeling, uitzonderingen daargelaten.

Nadat je beroep is ontvangen door de Commissie van Beroep voor de Examens, krijg je binnen een week een ontvangstbevestiging.

Procedure van de Commissie van Beroep voor de Examens
Het  reglement van Commissie van Beroep voor de Examens geeft de regels die gelden voor de afhandeling van een beroep. Hieronder volgt een korte samenvatting:

  • De secretaris van de commissie onderzoekt eerst of de brief, waarin het beroep is verwoord, de voorgeschreven gegevens bevat.
  • Wanneer het beroep in behandeling wordt genomen door de commissie, kun je worden uitgenodigd voor een gesprek (zitting). Je kunt je laten bijstaan door een familielid, een ander vertrouwd persoon of een adviseur.
  • Indien nodig vraagt de commissie advies aan deskundigen of doet onderzoek op de werkplek.
  • Op basis van deze informatie doet de commissie een uitspraak. De uitspraak van de Commissie van Beroep voor de Examens is bindend voor de partijen.

De commissie neemt binnen de genoemde termijn een besluit. Deze termijn kan door omstandigheden met ten hoogste twee weken worden verlengd. Je wordt daarvan schriftelijk op de hoogte gesteld.

Schema van de procedure bezwaar-beroep
Let op: voor VAVO gelden aparte termijnen.

Brief met bezwaar binnen 10 werkdagen versturen naar examencommissie
Behandeling bezwaar
mbo - Examencommissie beslist binnen
10 werkdagen
VAVO - Examencommissie beslist binnen
5 werkdagen
  Niet tevreden?
Beroep aantekenen binnen 10 werkdagen  
Behandeling beroep  
 mbo - Uitspraak binnen vier weken na ontvangst beroepsschrift  VAVO - Uitspraak binnen twee weken na ontvangst beroepsschrift

Het examenreglement is een wettelijke verplicht document dat elke school in Nederland moet opstellen. Rijn IJssel heeft voor elk type onderwijs een apart examenreglement. Er is een reglement voor het middelbaar beroepsonderwijs, voortgezet volwassenenonderwijs en de inburgering.

In het examenreglement staan alle afspraken over de organisatie en afname van examens. Ook staat er in het examenreglement wat je moet doen als je het niet eens bent met een beslissing van een betrokkene bij je examen of de examencommissie. Verder vind je in het reglement het adres van de examencommissie van jouw opleiding.

Hieronder kun je het examenreglement voor het betreffende onderwijstype downloaden.

Vrijstelling

Voor het verlenen van vrijstelling van het volgen van bepaalde vakken is er de 'Regeling vrijstelling van examinering'.

De Rijn IJssel gedragscode integriteit is hier te downloaden of na te lezen.

Aangemeld… en dan?

Je hebt je aangemeld voor een opleiding bij Rijn IJssel… En nu?

Bevestigingsmail en digitaal doorstroomdossier

Als je je hebt aangemeld, krijg je van Rijn IJssel een bevestigingsmail. In deze mail vragen we je ook om een digitaal doorstroomdossier (DDD) in te vullen. In het doorstroomdossier beantwoord je vragen over je huidige of vroegere school, over werk- en stage-ervaringen. We vragen je ook naar je motivatie voor de gekozen opleiding. De informatie in dit doorstroomdossier bespreken we tijdens het intakegesprek. Belangrijk daarbij is ook dat jouw mentor/decaan een gedeelte van het doorstroomdossier invult. Dit in ieder geval wanneer je nog geen 18 jaar bent. Graag ontvangen we je DDD zo snel mogelijk na je aanmelding, zodat we je kunnen uitnodigen voor de intake.

Intake

Zodra we je digitale doorstroomdossier ontvangen hebben, krijg je een uitnodiging voor een intake. In de meeste gevallen is dit een gesprek. De intake vindt plaats binnen drie weken nadat we het DDD van je ontvangen hebben. Hoe eerder we je doorstroomdossier binnen hebben, des te eerder je dus een intake hebt.
Voor sommige opleidingen gelden aanvullende eisen zoals bijvoorbeeld een auditie, een praktijktest of een sporttest. Dit staat op de website bij de betreffende opleiding genoemd. In die gevallen is de procedure iets anders. Informatie daarover ontvang je na je aanmelding.

Advies

Na de intake en nadat er eventueel gekeken is naar aanvullende toelatingseisen, krijg je een toelatingsadvies. Het kan ook zijn dat we nog onvoldoende informatie hebben. In dat geval word je uitgenodigd voor een wat uitgebreidere intake (verdiepte intake). Een verdiepte intake vindt ook plaats wanneer we met elkaar constateren dat je extra ondersteuning nodig hebt om de gekozen opleiding met succes te volgen.

Er zijn normaal gesproken twee adviezen mogelijk:

  • Positief advies
  • Advies om voor een andere opleiding/traject te kiezen

In uitzonderlijke gevallen kan besloten worden dat je niet geplaatst kunt worden of kan besloten worden dat je wel wordt geplaatst zonder dat je aan de toelatingsvoorwaarden voldoet. Zie hieronder onder de kopjes 'Bijzondere gevallen' en 'Instromen zonder het vereiste diploma'.

Opleiding vol

Er is binnen Rijn IJssel een aantal opleidingen dat maar een beperkt aantal studenten kan plaatsen. Op de website kun je zien om welke opleidingen het gaat. Ook rondom de zomervakantie kan het voorkomen dat een opleiding geen studenten meer kan plaatsen. Meld je dus tijdig aan.
Mocht een opleiding vol zitten, dan krijg je daarvan uiteraard bericht. Wanneer je hulp wilt bij het zoeken naar een andere passende opleiding, kun je een afspraak maken door een mail te sturen naar loopbaan@rijnijssel.nl.

Bijzondere gevallen

In een uitzonderlijk geval kan het voorkomen dat een opleiding van mening is dat je niet geplaatst kunt worden. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer je al verschillende opleidingen bij Rijn IJssel hebt gevolgd zonder succes of wanneer de inschatting is dat Rijn IJssel je niet kan bieden wat je nodig hebt en er daarmee sprake is van onevenredige belasting van de school.

In deze gevallen worden je aanmeldgegevens en informatie uit de intakeprocedure voorgelegd aan de Adviescommissie toelating studenten. Deze commissie adviseert de directeur van de opleiding over je toelating. De directeur neemt hierover vervolgens een beslissing. Tegen deze beslissing kun je bezwaar maken. Zie hieronder onder het kopje 'Bezwaar en klachten'.

In de Adviescommissie toelating studenten hebben zitting:

  • een gedragsdeskundige
  • een loopbaanadviseur
  • een ambulant begeleider
  • een trajectbegeleider
  • een testdeskundige
  • een beleidsmedewerker in- en doorstroom
  • de coördinator in- en doorstroom

Instromen zonder het vereiste diploma

In sommige gevallen kun je worden toegelaten tot een opleiding waarvoor je niet over het vereiste diploma beschikt. Dit kan bijvoorbeeld wanneer je al enige werkervaring hebt of extra onderwijs/cursussen hebt gevolgd zonder dat dit tot een diploma heeft geleid of wanneer je in het buitenland onderwijs hebt gevolgd en niet over een geherwaardeerd diploma beschikt. Ook kan dit wanneer je twee keer gezakt bent voor je VMBO-T examen. Soms geldt dit ook voor VMBO-kader.

In deze gevallen wordt je aanmelding voorgelegd aan de Toelatingscommissie van Rijn IJssel. Deze bekijkt dan of er voldoende reden is om een Toelatingsonderzoek te doen. Is de Toelatingscommissie van mening dat dit het geval is, dan volgt er een Toelatingsonderzoek. Dit onderzoek bestaat in eerste instantie uit het inwinnen van informatie. Dit kan informatie zijn van de school waar je zit of gezeten hebt en/of informatie van een begeleider of een werkgever. Meestal wordt er vervolgens een capaciteitentest afgenomen. Wanneer dit positief is, volgt er nog een gesprek met de opleiding. Op basis van alle gegevens uit het Toelatingsonderzoek beslist vervolgens de Toelatingscommissie of je wordt toegelaten. Tegen deze beslissing is geen bezwaar mogelijk.

Bezwaar en klachten

Het kan zijn dat je het niet eens bent met een besluit dat door ons wordt genomen. Ook kan het zijn dat je ontevreden bent over de gang van zaken rond je aanmelding. Laat dit ons dan weten. Hoe je dit kunt doen, vind je hieronder bij het 'Klachtenreglement'.

Inleiding

Rijn IJssel beschikt over een ‘Reglement klachtencommissie’. Je hebt de mogelijkheid een klacht in te dienen wanneer je ontevreden bent over de gang van zaken op school. Het indienen en de afhandeling van een klacht zijn gebonden aan regels. Hier staan deze regels in het kort beschreven. Ook kun je lezen welke stappen je kunt zetten om een procedure te voorkomen.

In geval van verschillen tussen deze tekst en de tekst van het klachtenreglement geldt altijd de tekst van dat reglement.

Wat is een klacht?

Een klacht is een uiting van ongenoegen over het doen en laten van medewerkers van Rijn IJssel of over de gang van zaken op school. Een klacht kan over zaken gaan die volgens een student anders hadden moeten verlopen. De aard en de ernst van een klacht kunnen verschillen.

Een klacht zou kunnen gaan over:

  • het onderwijs op school
  • de BPV
  • handelwijze van medewerkers
  • handelwijze van medestudenten
  • ongewenste omgangsvormen
  • het niet nemen van een besluit of lang ergens op moeten wachten
  • het niet toelaten tot een opleiding
  • verwijdering van een student van een opleiding

Als je het niet eens bent met een besluit van de examencommissie is er een apart reglement.

Iedere student heeft het recht om een klacht in te dienen. Als je nog geen 18 jaar bent, kun je samen met je ouder(s) of verzorger(s) de klacht indienen.

Wat te doen wanneer je een klacht hebt?

Wat voor een klacht je ook hebt, praat erover. Bespreek het eerst met degene die de klacht heeft veroorzaakt of met iemand die voor een oplossing kan zorgen. Je bent niet verplicht om eerst in gesprek te gaan; je kunt ook direct kiezen voor het schriftelijk indienen van je klacht. Je mag van deze persoon verwachten dat deze op korte termijn ingaat op je vraag of klacht en zich goed voorbereidt op het gesprek. Ook mag je verwachten dat deze persoon opening van zaken geeft en ernaar streeft om de situatie te verbeteren.

Het indienen van een klacht bij de klachtencommissie

Als je niet kiest voor een gesprek met betrokkene of als het gesprek niet de gewenste uitkomst had, kun je een officiële klacht indienen. Een klacht dien je schriftelijk in bij de klachtencommissie van Rijn IJssel. Het adres is Postbus 5162, 6802 ED Arnhem of via de mail naar klachtencommissie@rijnijssel.nl.

In de meeste gevallen is het verstandig een kopie te sturen naar de directeur van de opleiding.

Hier vind je tips bij het schrijven van de brief.

In je brief vermeld je in ieder geval:

  • je naam, adres, woonplaats, telefoonnummer en e-mailadres
  • opleiding en onderwijslocatie
  • de datum waarop je de brief schrijft
  • een korte en duidelijke omschrijving van de klacht en over wie of wat de klacht gaat
  • wat je met je klacht wilt bereiken
  • je handtekening.

De klacht moet duidelijk leesbaar zijn. Klachten die niet binnen één jaar na het voorval zijn ingediend, komen niet in aanmerking voor behandeling, uitzonderingen daargelaten. Nadat je klacht is ontvangen door de commissie, krijg je binnen een week een ontvangstbevestiging.

Klachtenbemiddeling

Nadat de klacht is ontvangen door de klachtencommissie kan de commissie voorstellen eerst tot bemiddeling over te gaan. In dat geval zal de secretaris van de klachtencommissie binnen een week contact opnemen met beide partijen met de vraag of zij openstaan voor bemiddeling. Als dat zo is dan start de bemiddeling.

De bemiddeling wordt in handen gelegd van de verantwoordelijk leidinggevende.

Wanneer het bemiddelingsgesprek heeft plaatsgevonden, rapporteert de verantwoordelijk leidinggevende het resultaat binnen een week aan de klachtencommissie. De secretaris informeert bij de klager of er een oplossing gevonden is.

De student kan hierbij de zaak alsnog aan de klachtencommissie voorleggen. De student meldt dit bij de secretaris.

Procedure van de klachtencommissie

Het Reglement klachtencommissie geeft de regels die gelden voor de afhandeling van de klacht. Hieronder volgt een korte samenvatting:
De secretaris van de commissie onderzoekt eerst of de brief waarin de klacht is verwoord de voorgeschreven gegevens bevat. Daarna kan de commissie voorstellen eerst tot klachtenbemiddeling over te gaan. De werkwijze van bemiddelen staat hierboven beschreven.

Wanneer de klacht in behandeling wordt genomen door middel van een zitting, kunnen beide partijen afzonderlijk uitgenodigd worden voor een gesprek (zitting). De klager kan zich eventueel laten bijstaan door een familielid, een ander vertrouwd persoon of een juridisch adviseur.
Indien nodig vraagt de commissie advies aan deskundigen of doet onderzoek op de werkplek. Op basis van de informatie uit deze behandeling doet de commissie een uitspraak.

De uitspraak van de klachtencommissie is een advies aan het college van bestuur. Het college van bestuur neemt een besluit en informeert binnen een week de klager en de clusterdirecteur. Het besluit van het college van bestuur is bindend voor beide partijen. Als de student het niet eens is met het besluit van het college van bestuur kan hij/zij zich wenden tot de civiele rechter in Arnhem.

Een klacht wordt binnen tien weken na de ontvangst afgehandeld, tenzij verlenging noodzakelijk is.

Wanneer de klacht niet in behandeling wordt genomen, ontvang je hiervan zo spoedig mogelijk bericht, uiterlijk binnen drie weken.

De procedure is hieronder schematisch weergegeven.

 

 

Definitief besluit tot verwijdering

In het ernstige geval dat er sprake is van een verwijdering van een student, moet de school volgens een voorgeschreven werkwijze handelen. Meer informatie hierover vind je in de Algemene voorwaarden bij de Onderwijsovereenkomst. Als je het als student er niet mee eens bent, kun je dat kenbaar maken op de volgende manier:

Als je als student een brief ontvangt met het voornemen tot definitieve verwijdering en hiertegen bezwaar wilt maken, moet je binnen een week na ontvangst van de brief schriftelijk reageren naar de clusterdirecteur. De clusterdirecteur neemt vervolgens binnen twee weken na dagtekening van de brief (waarin het voornemen tot definitieve verwijdering staat beschreven), een besluit tot wel of niet verwijdering. Als de clusterdirecteur afziet van het besluit, kun je weer naar school. Als het besluit tot verwijdering definitief is, kun je een volgende stap doen door schriftelijk in beroep te gaan bij de klachtencommissie. Het is heel belangrijk dat je je aan de termijn houdt.

Klachten over inburgering

De klachtenregeling geldt ook voor klachten die gaan over de Onderwijsovereenkomst Inburgering.

Als je het niet eens bent met een besluit van het college van bestuur over een klacht die gaat over de Onderwijsovereenkomst Inburgering kan je in beroep gaan bij het College van Arbitrage van Blik op Werk en/of de civiele rechtbank.

Regeling inzake het omgaan met een vermoeden van een ernstige misstand (klokkenluidersregeling) van Rijn IJssel (Stichting Regionaal Opleidingscentrum Arnhem)

Inhoudsopgave

Rijn IJssel acht het van maatschappelijk belang dat medewerkers en deelnemers op adequate en veilige wijze melding kunnen doen van eventuele vermoedens van ernstige misstanden bij Rijn IJssel.

Toelichting

Algemeen
Op basis van de Governance Code BVE geldt voor elke BVE-instelling de verplichting om een klokken-luidersregeling vast te stellen.

Inhoud van de regeling
De regeling dient als houvast bij het melden van een ernstige misstand voor zowel de werknemer en de deelnemer als de werkgever.

Zorgvuldigheidseisen
In zijn algemeenheid gelden een aantal materiële en formele zorgvuldigheidseisen, die de klokkenluider in acht dient te nemen.

Van materiële zorgvuldigheid is sprake indien:

  • de werknemer of de deelnemer een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden heeft dat sprake is van een ernstige (dreigende) misstand, zoals een (dreigend) ernstig strafbaar feit, het misleiden van justitie of het bewust achterhouden van informatie over deze feiten, en
  • met de openbaarmaking een maatschappelijk belang gediend wordt, en
  • het belang van de openbaarmaking in maatschappelijk opzicht prevaleert boven het belang van de werkgever bij geheimhouding.

Van formele zorgvuldigheid is sprake indien:

  • de werknemer of de deelnemer de betreffende feiten eerst intern aan de orde stelt, tenzij dit in redelijkheid niet van hem/haar kan worden gevergd, zinloos is of strijdig met het maatschappelijk belang, en
  • de werknemer of de deelnemer, indien interne melding niet is geboden of niet tot cor-rectieve actie leidt, de feiten op een passende en evenwichtige wijze bekend maakt.

Rechtsbescherming
Medewerkers die volgens de omschreven procedure een ernstige misstand aan de orde stellen, ge-dragen zich op een wijze die bij een goede uitoefening van de functie hoort. Zij mogen niet in hun belangen worden geschaad en dienen derhalve voldoende rechtsbescherming te krijgen. Het melden van de ernstige misstand mag geen ontslaggrond vormen noch leiden tot het treffen van maatregelen.
Hetzelfde geldt voor de deelnemer. Het melden van een ernstige misstand mag geen grond zijn om de onderwijsovereenkomst met de deelnemer te beëindigen noch tot het treffen van maatregelen.

Externe bekendmaking / publiciteit
In zijn algemeenheid geldt dat er sprake is van plichtsverzuim als de medewerker zonder het vermoe-den van de ernstige misstand intern aan de orde te hebben gesteld naar buiten treedt. Bij een deelnemer is in dat geval de classificatie ‘ernstig wangedrag’ van toepassing.
De omstandigheden van het geval dienen bij de beoordeling echter altijd meegewogen te worden.

Definities

Artikel 1

  • de werknemer: degene die al dan niet in dienst werkzaam is ten behoeve van Rijn IJssel;
  • de deelnemer: degene met ene geldige onderwijsovereenkomst met Rijn IJssel;
  • leidinggevende: degene die direct leiding geeft aan de werknemer;
  • de klachtencommissie deelnemers: de commissie die door het college van bestuur van Rijn IJssel is ingesteld om als zodanig te functioneren;
  • de interne geschillencommissie: de commissie die door het college van bestuur van Rijn IJssel is ingesteld om als geschillencommissie voor medewerkers te functioneren; deze commissie bestaat uit drie externe leden, maar wordt door de term ‘interne’ onderscheiden van de externe geschil-lencommissie voor de bve-sector in Woerden;
  • een vermoeden van een ernstige misstand: een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden met betrekking tot Rijn IJssel, ondermeer in verband met:
    a. een (dreigend) strafbaar feit;
    b. een (dreigende) schending van wet- en regelgeving;
    c. een (dreiging van) bewust onjuist of onrechtmatig informeren van ondermeer publieke organen;
    d. een gevaar voor de volksgezondheid, de veiligheid of het milieu; of
    e. (een dreiging van) het bewust achterhouden, vernietigen of manipuleren van informatie over deze feiten of andere feiten.

Procedure

Artikel 2

Procedure werknemer

  1. Tenzij sprake is van een uitzonderingsgrond als bedoeld in artikel 3 lid 2, meldt de werknemer een vermoeden van een ernstige misstand intern bij zijn leidinggevende of indien hij melding aan zijn leidinggevende niet wenselijk acht bij een lid van het college van bestuur. Melding aan het college van bestuur kan ook plaatsvinden naast de melding aan zijn leidinggevende.
  2. De leidinggevende of het lid van het college van bestuur legt de melding, met de datum waarop deze ontvangen is, schriftelijk vast en laat die vastlegging voor akkoord tekenen door de werknemer, die daarvan een afschrift ontvangt. De leidinggevende of het lid van het college van bestuur draagt er zorg voor dat de voorzitter van de interne geschillencommissie onverwijld op de hoogte wordt gesteld van een gemeld vermoeden van een ernstige misstand en van de datum waarop de melding ontvangen is en dat de voorzitter van de interne geschillencommissie een afschrift van de vastlegging ontvangt. Ook de voorzitter van het college van bestuur, voor zover deze nog niet op de hoogte is, wordt van de melding in kennis gesteld, tenzij sprake is van een uitzonderingsgrond als bedoeld in artikel 3 lid 1.
  3. De voorzitter van de interne geschillencommissie stuurt een ontvangstbevestiging aan de werk-nemer die een vermoeden van een ernstige misstand heeft gemeld.
  4. Onverwijld wordt door de Interne geschillencommissie een onderzoek gestart naar aanleiding van de melding van een vermoeden van een ernstige misstand.
  5. De werknemer die het vermoeden van een ernstige misstand meldt en degene(n) aan wie het vermoeden van de ernstige misstand is gemeld behandelen de melding vertrouwelijk. Zonder toe-stemming van de voorzitter van de interne geschillencommissie wordt geen informatie verschaft aan derden binnen of buiten Rijn IJssel. Bij het verschaffen van informatie zal de naam van de werknemer niet worden genoemd en ook overigens de informatie zo worden verstrekt dat de anonimiteit van de werknemer voor zover mogelijk gewaarborgd is.
  6. Binnen een periode van vier weken vanaf het moment van de interne melding wordt de werknemer door of namens de voorzitter van de interne geschillencommissie schriftelijk op de hoogte gebracht van een inhoudelijk standpunt omtrent het gemeld vermoeden van een ernstige misstand (dan wel omtrent een verlengingstermijn voor behandeling). Daarbij wordt aangegeven óf de melding tot stappen heeft geleid en zo ja, tot welke stappen. Ook de voorzitter van het college van bestuur, voorzover deze nog niet op de hoogte is, wordt van het standpunt in kennis gesteld, tenzij sprake is van een uitzonderingsgrond als bedoeld in artikel 3 lid 1.

    Procedure deelnemer
  7. Tenzij sprake is van een uitzonderingsgrond als bedoeld in artikel 3 lid 2, meldt de deelnemer een vermoeden van een ernstige misstand intern bij de directeur van de sector waar zijn/haar opleiding onder valt of indien hij/zij melding aan de directeur niet wenselijk acht, bij een lid van het college van bestuur. Melding aan de directeur kan ook plaatsvinden naast de melding aan het college van bestuur.
  8. De directeur of het lid van het college van bestuur legt de melding, met de datum waarop deze ontvangen is, schriftelijk vast en laat die vastlegging voor akkoord tekenen door de deelnemer, die daarvan een afschrift ontvangt. De directeur of het lid van het college van bestuur draagt er zorg voor dat de voorzitter van de Klachtencommissie deelnemers zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen één week op de hoogte wordt gesteld van een gemeld vermoeden van een ernstige misstand en van de datum waarop de melding ontvangen is en dat de voorzitter van de Klachtencommissie deelnemers een afschrift van de vastlegging ontvangt. Ook de voorzitter van het college van bestuur, voor zover deze nog niet op de hoogte is, wordt van de melding in kennis gesteld, tenzij sprake is van een uitzonderingsgrond als bedoeld in artikel 3 lid 1.
  9. De voorzitter van de Klachtencommissie deelnemers stuurt een ontvangstbevestiging aan de deel-nemer die een vermoeden van een ernstige misstand heeft gemeld.
  10. Uiterlijk binnen één week na ontvangst van de melding wordt door de Klachtencommissie deel-nemers een onderzoek gestart naar aanleiding van de melding van een vermoeden van een ernstige misstand.
  11. De deelnemer die het vermoeden van een ernstige misstand meldt en degene(n) aan wie het vermoeden van de ernstige misstand is gemeld behandelen de melding vertrouwelijk. Zonder toe-stemming van de voorzitter van de klachtencommissie deelnemers wordt geen informatie verschaft aan derden binnen of buiten Rijn IJssel. Bij het verschaffen van informatie zal de naam van de deelnemer niet worden genoemd en ook overigens de informatie zo worden verstrekt dat de anonimiteit van de deelnemer voor zover mogelijk gewaarborgd is.
  12. Binnen een periode van vier weken vanaf het moment van de interne melding wordt de deelnemer door of namens de voorzitter van de Klachtencommissie deelnemers schriftelijk op de hoogte gebracht van een inhoudelijk standpunt omtrent het gemeld vermoeden van een ernstige misstand (dan wel omtrent een verlengingstermijn voor behandeling). Daarbij wordt aangegeven óf de melding tot stappen heeft geleid en zo ja, tot welke stappen. Ook de voorzitter van het college van bestuur, voorzover deze nog niet op de hoogte is, wordt van het standpunt in kennis gesteld, tenzij sprake is van een uitzonderingsgrond als bedoeld in artikel 3 lid 1.

Melding aan de voorzitter van de raad van toezicht

Artikel 3

  1. De werknemer of de deelnemer kan het vermoeden van een ernstige misstand melden bij de voorzitter van de raad van toezicht, indien:
    a. hij/zij het niet eens is met het standpunt of de verlengingstermijn voor behandeling als bedoeld in artikel 2; of
    b. het vermoeden van een ernstige misstand een lid van de Interne geschillencommissie resp. deelnemers betreft; of
    c. het vermoeden van een ernstige misstand een lid van het college van bestuur betreft; of
    d. sprake is van een uitzonderingsgrond als bedoeld in het volgende lid.
  2. Een uitzonderingsgrond als bedoeld in het vorige lid onder d doet zich voor, indien sprake is van
    a. acuut gevaar, waarbij een zwaarwegend en spoedeisend maatschappelijk belang onmiddellijke externe melding noodzakelijk maakt;
    b. een situatie waarin de werknemer of de deelnemer in redelijkheid kan vrezen voor tegenmaat-regelen als gevolg van een interne melding;
    c. een eerdere interne melding conform de procedure van in wezen dezelfde ernstige misstand, die de ernstige misstand niet heeft weggenomen;
    d. een wettelijke plicht tot direct extern melden.
  3. De voorzitter van de raad van toezicht legt de melding, met de datum waarop deze ontvangen is, schriftelijk vast en laat die vastlegging voor akkoord tekenen door de werknemer of de deelnemer, die daarvan een afschrift ontvangt.
  4. De voorzitter van de raad van toezicht stuurt een ontvangstbevestiging aan de werknemer of de deelnemer die een vermoeden van een ernstige misstand heeft gemeld.
  5. Uiterlijk binnen één week na ontvangst van de melding wordt door of namens de voorzitter van de raad van toezicht een onderzoek naar aanleiding van de melding van een vermoeden van een ernstige misstand gestart. Dit onderzoek dient omwille van de zorgvuldigheid geheel buiten Rijn IJssel uitgevoerd te worden. Hiertoe kan de voorzitter van de raad van toezicht een bureau of een persoon/personen inschakelen dat gekwalificeerd is / die gekwalificeerd zijn om met inachtneming van de bepalingen in deze regeling de melding te onderzoeken.
  6. De werknemer of de deelnemer die het vermoeden van een ernstige misstand meldt en degene(n) aan wie het vermoeden van de ernstige misstand is gemeld behandelen de melding vertrouwelijk. Zonder toestemming van de voorzitter van de raad van toezicht wordt geen informatie verschaft aan derden binnen of buiten Rijn IJssel. Bij het verschaffen van informatie zal de naam van de werknemer of deelnemer niet worden genoemd en ook overigens zal de informatie zo worden verstrekt dat de anonimiteit van de werknemer of deelnemer voor zover mogelijk gewaarborgd is.
  7. Binnen een periode van vier weken vanaf het moment van de melding wordt de werknemer of deelnemer door of namens de voorzitter van de raad van toezicht schriftelijk op de hoogte gebracht van een inhoudelijk standpunt omtrent het gemeld vermoeden van een ernstige misstand (dan wel omtrent een verlengingstermijn voor behandeling). Daarbij wordt aangegeven of de melding tot stappen heeft geleid en zo ja, tot welke stappen.

Rechtsbescherming

Artikel 4
De werknemer of deelnemer die met inachtneming van de bepalingen in deze regeling een vermoeden van een ernstige misstand heeft gemeld, wordt op geen enkele wijze in zijn positie benadeeld als gevolg van het melden daarvan.

Inwerkingtreding

Artikel 5
Deze regeling treedt in werking op 30 oktober 2007 en kan worden aangehaald als ‘Klokkenluidersregeling Rijn IJssel 2007’. De regeling is geldig voor onbepaalde tijd.

Privacyreglement van Rijn IJssel ten behoeve van de verwerking van deelnemersgegevens door bve-instellingen in het kader van de Wet Bescherming Persoonsgegevens, de Wet op het Onderwijs en de Wet Educatie Beroepsonderwijs.

Algemene bepalingen

A. Begripsbepalingen

  1. Persoonsgegevens
    Elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. Anonieme gegevens zijn geen persoonsgegevens en vallen niet onder dit reglement.

    Personalia en identificatiegegevens
    Persoonsgegevens, die betrekking hebben op persoonlijke bijzonderheden van betrokkene (naam, adres, woonplaats, e.d.).

    Medische of psychologische gegevens
    Persoonsgegevens, direct of indirect betrekking hebbend op de lichamelijke of geestelijke gesteldheid van betrokkene.

    Financiële en administratieve gegevens
    Gegevens die in de administratie van de Rijn IJssel en de persoonsdossiers zijn opgenomen, niet zijnde personalia, identificatie-, medische of psychologische gegevens, die noodzakelijk zijn voor de financiering en / of administratieve afhandeling.

  2. Persoonsgebonden nummer
    Het sociaal-fiscaalnummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder j, van de Algemene wet
    inzake rijksbelastingen, dan wel het door de Informatie Beheer Groep uitgegeven
    onderwijsnummer, bedoeld in artikel 8.1.1,a, vierde lid van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs.

  3. Verwerking van persoonsgegevens
    Elke handeling of geheel van handelingen met betrekking tot persoonsgegevens, waaronder in ieder geval het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van >doorzending, verspreiding of enige vorm van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van gegevens.

  4. Bestand
    Elk gestructureerd geheel van persoonsgegevens, ongeacht of dit geheel van gegevens gecentraliseerd is of verspreid is op een functioneel of geografische wijze, dat volgens bepaalde criteria toegankelijk is en betrekking heeft op verschillende personen.

  5. Verantwoordelijke
    Het college van bestuur van Rijn IJssel dat krachtens delegatie door de Raad van Toezicht het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt.

  6. Beheerder
    Degene die onder verantwoordelijkheid van de verantwoordelijke is belast met de dagelijkse zorg voor een persoonsregistratie of een gedeelte daarvan.

  7. Gebruiker
    Degene die geautoriseerd is gegevens in een persoonsregistratie in te voeren en /of te muteren, dan wel van enigerlei uitvoer van de persoonsregistratie kennis te
    nemen (zie bijlage A).

  8. Bewerker
    Externe persoon of organisatie niet verbonden aan Rijn IJssel, die ten behoeve van de verantwoordelijke persoonsgegevens verwerkt, zonder aan zijn rechtsgezag te zijn onderworpen.

  9. Betrokkene
    Degene op wie een persoonsgegeven betrekking heeft.

  10. Derde
    Ieder ander dan de betrokkene, de verantwoordelijke, de bewerker, of degene(n) die onder gezag van de verantwoordelijke of de bewerker gemachtigd is (zijn) om persoonsgegevens te verwerken.

  11. Ontvanger
    Degene aan wie de persoonsgegevens worden verstrekt.

  12. Toestemming van betrokkene
    Elke vrije, specifieke en op informatie berustende wilsuiting waarmee de betrokkene aanvaardt dat zijn persoonsgegevens worden verwerkt.

  13. College bescherming persoonsgegevens
    Het College dat tot taak heeft toe te zien op de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig de wet, hierna te noemen 'het College'.

  14. De functionaris gegevensbescherming
    Een functionaris voor de gegevensbescherming (FG) die bij besluit wordt benoemd door de verantwoordelijke. De bevoegdheden van het College blijven onverminderd van kracht.

  15. Voorafgaand onderzoek
    Een onderzoek door het College voorafgaand aan de verwerking van persoonsgegevens.

  16. Verstrekken van persoonsgegevens
    Het bekend maken of ter beschikking stellen van persoonsgegevens.

  17. Rijn IJssel
    De Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Arnhem, tevens handelend onder de naam Rijn IJssel met als doel: het (doen) geven en bevorderen van beroepsonderwijs en volwasseneneducatie en het (doen) uitvoeren van vormings- en ontwikkelingswerk, één en ander in de zin van de daarop betrekking hebbende wet- en regelgeving en op algemeen bijzondere grondslag, met specifieke aandacht voor groepen in de samenleving die een laag onderwijs en/of ontwikkelingsniveau hebben.

  18. De WBP
    De Wet Bescherming Persoonsgegevens, waarin de belangrijkste regels voor het verzamelen, vastleggen en gebruiken van persoonsgegevens zijn opgenomen.

  19. De WEB
    De Wet Educatie en Beroepsonderwijs. In dit verband is met name de wetswijziging die gerelateerd is aan het gebruik van de persoonsgebonden nummers van belang zoals opgenomen in Staatsblad 2001 nr. 681.

2. Reikwijdte

  1. Dit reglement is van toepassing op zowel geautomatiseerde als handmatige verwerking van persoonsgegevens in relatie tot de deelnemers binnen Rijn IJssel.
  2. Elk gebruik van persoonsgegevens berust op ten minste één van de volgende gronden:
    a. toestemming van betrokkene;
    b. noodzakelijkheid voor de uitvoering of voorbereiding van een overeenkomst met betrokkene;
    c. het nakomen van een wettelijke verplichting door de instelling;
    d. noodzakelijkheid ter vrijwaring van vitale belangen van de betrokkene (zoals een ernstig gevaar voor de gezondheid);
    e. noodzakelijkheid voor een goede vervulling van een publiekrechtelijke taak van de instelling;
    f. noodzakelijkheid in verband met een gerechtvaardigd belang van de verantwoordelijke.
  3. Voor de verwerking van de deelnemergegevens heeft de instelling de volgende rechtvaardigingsgronden:
    a. Artikel 8.1.1. van WEB: dit schrijft voor dat de instelling een deelnemerregistratie voert. Hiermee is voldaan aan de voorwaarde, genoemd onder artikel 2.2 sub c van dit reglement.
    b. Artikel 8.1.3. Onderwijsovereenkomst en 7.2.8. De beroepspraktijkvorming van de WEB:
    deze schrijven voor dat de instelling een onderwijs- en praktijkovereenkomst afsluit met de deelnemer. Hiermee is voldaan aan de voorwaarde, genoemd onder artikel 2.2 sub b van dit reglement.
    c. Artikel 2.2 sub d (in geval van een ernstig gevaar voor de gezondheid) en sub f (functioneren eigen organisatie) van dit reglement.
    d. Artikel 49 t/m 51 van de Wet Inburgering

Verwerking van persoonsgegevens

3. Doel van de verwerking van persoonsgegevens

  1. De verwerking van persoonsgegevens door Rijn IJssel geschiedt conform artikel 19 van het Vrijstellingsbesluit WBP slechts voor:
    a. de organisatie of het geven van het onderwijs, de begeleiding van leerlingen, deelnemers of studenten, dan wel het geven van studieadviezen;
    b. het verstrekken of ter beschikking stellen van leermiddelen;
    c. het berekenen, vastleggen en innen van inschrijvingsgelden, school- en lesgelden en bijdragen of vergoedingen voor leermiddelen en buitenschoolse activiteiten, waaronder begrepen het in handen van derden stellen van vorderingen, alsmede andere activiteiten van intern beheer;
    d. het behandelen van geschillen en het doen uitoefenen van accountantscontrole;
    e. de uitvoering of toepassing van een andere wet.

4. Verwerking van persoonsgegevens

  1. Conform artikel 19 van het Vrijstellingsbesluit WBP worden geen andere persoonsgegevens verwerkt dan:
    a. naam, voornamen, voorletters, titulatuur, geslacht, geboortedatum, adres, postcode, woonplaats, telefoonnummer en soortgelijke voor communicatie bedoelde gegevens, alsmede bank- en girorekeningnummer van de betrokkene;
    b. een administratienummer dat geen andere informatie bevat dan bedoeld onder a;
    c. nationaliteit en geboorteplaats;
    d. gegevens als bedoeld onder a, van de ouders, voogden of verzorgers van leerlingen, deelnemers of studenten;
    e. gegevens die noodzakelijk zijn met het oog op de gezondheid of het welzijn van betrokkene;
    f. gegevens betreffende de aard en het verloop van het onderwijs, alsmede de behaalde studieresultaten;
    g. gegevens met het oog op de organisatie van het onderwijs en het verstrekken of ter beschikking stellen van leermiddelen;
    h. gegevens met het oog op het berekenen, vastleggen en innen van inschrijvingsgelden, school- en lesgelden en bijdragen of vergoedingen voor leermiddelen en buitenschoolse activiteiten;
    i. andere dan de onder a tot en met i bedoelde gegevens waarvan de verwerking wordt vereist ingevolge of noodzakelijk is met het oog op de toepassing van een andere wet.
  2. 4.2 De verantwoordelijke verwerkt op basis van artikel 2.3.6a lid 2 WEB en artikel 47 t/m 51 van de Wet Inburgering ook de volgende gegevens in verband met uitwisseling met de Informatie Beheer Groep:
    a. de postcode van de woonplaats;
    b. de datum van inschrijving of einde inschrijving;
    c. de opleiding;
    d. de hoogste en de laatste vooropleiding;
    e. het al dan niet betalen van lesgeld;
    f. het al dan niet volgen van een educatief programma als bedoeld in artikel 6 lid 1, en 7 van de Wet inburgering nieuwkomers;
    g. het educatieprogramma (vakken);
    h. de behaalde certificaten;
    i. het uitstroomniveau of het behaalde diploma en de datum waarop het dipoma is behaald;
    j. het registratienummer van de instelling en locatie.

    Bij ministeriële regeling kan een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens bedoeld in dit lid.
  3. De verantwoordelijke zorgt voor het goed functioneren van de verwerking van de
    persoonsgegevens. De verantwoordelijke is aansprakelijk voor eventuele schade als gevolg van het niet naleven van het reglement.
  4. De verantwoordelijke verplicht de bewerker bij civielrechtelijke overeenkomst dit reglement na te leven. De taken, rechten en verplichtingen van de bewerker worden door de verantwoordelijke schriftelijk vastgelegd. Dit houdt in dat de bewerker in ieder geval een geheimhoudingsplicht heeft en slechts toegang heeft tot, dan wel kennis neemt van persoonsgegevens voor zover dit, gelet op technische middelen ter voorkoming daarvan, strikt noodzakelijk is ten behoeve van door hem uit te voeren werkzaamheden. De bewerker is voorts verantwoordelijk voor het goed functioneren van de onder zijn beheer staande faciliteiten. Hij treft de noodzakelijke maatregelen met betrekking tot de beveiliging van onder andere apparatuur, programmatuur en de gegevens waarmee de persoonsregistraties worden gevoerd. De ter zake getroffen regelingen zijn bij de bewerker in te zien.
  5. De verantwoordelijke treft de nodige voorzieningen ter bevordering van de juistheid en volledigheid van de opgenomen gegevens en draagt zorg voor de nodige voorzieningen van technische en organisatorische aard ter beveiliging van de persoonsgegevens tegen verlies of aantasting van gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking daarvan. Gelijke plicht rust op de bewerker voor het geheel of het gedeelte van de faciliteiten dat hij onder zich heeft.

5. Vertegenwoordiging

  1. Indien persoonsgegevens verwerkt worden van jongeren jonger dan zestien jaar,
    treden de ouders die de ouderlijke macht uitoefenen, dan wel de voogd in de plaats
    van de betrokkene (cf art. 5 WBP).
  2. De persoon, die in de plaats treedt van de betrokkene, betracht de zorg van een
    goed vertegenwoordiger. Hij is gehouden de betrokkene zoveel mogelijk bij de
    vervulling van zijn taken te betrekken.
  3. De verantwoordelijke komt zijn verplichtingen die voortvloeien uit wet en reglement
    na jegens de vertegenwoordiger van de betrokkene, tenzij die nakoming niet
    verenigbaar is met de zorg van een goed verantwoordelijke.

6. Informatieplicht

  1. De verantwoordelijke informeert, conform artikel 30,lid 3, 33 en 34 WBP de betrokkene actief over:
    a. de persoonsgegevens die worden verwerkt,
    b. met welk doel dat gebeurt,
    c. wie toegang hebben tot de persoonsgegevens,
    d. aan wie de gegevens worden verstrekt,
    e. wie in of namens de instelling gerechtigd is c.q. zijn tot het gebruiken, beheren of bewerken van de persoonsgegevens. De verantwoordelijke dient zich ervan te overtuigen dat betrokkene over deze informatie kan beschikken. In de onderwijsovereenkomst zal uitdrukkelijk naar dit privacy/reglement verwezen dienen te worden.
  2. De verantwoordelijke informeert betrokkene over het verwerken van diens persoonsgegevens, voorafgaand aan de verzameling van de persoonsgegevens of, indien de gegevens van derden afkomstig zijn, voorafgaand aan de verwerking.

7. Verstrekking van gegevens

  1. De persoonsgegevens worden slechts verstrekt aan:
    a. degenen, waaronder begrepen derden, die leiding geven aan of belast zijn met de in artikel 3.1 (doel verwerking persoonsgegevens) van dit reglement bedoelde activiteiten of die daarbij noodzakelijk zijn betrokken;
    b. anderen, in de gevallen bedoeld in artikel 8 (rechtmatige grondslag), onder a, c en d, of artikel 9 (verenigbaar gebruik), derde lid, van de WBP;
    c. anderen, in de gevallen bedoeld in artikel 8 (rechtmatige grondslag), onder e en f, van de WBP, voor zover het slechts gegevens betreft als bedoeld in artikel 4.1 onder a van dit reglement, en nadat het voornemen daartoe aan betrokkene of diens wettelijk vertegenwoordiger is medegedeeld en deze gedurende een redelijke termijn in de gelegenheid is geweest het recht als bedoeld in artikel 40 of 41 (recht op verzet) van de WBP uit te oefenen.
  2. Indien persoonsgegevens dusdanig zijn geanonimiseerd, dat zij redelijkerwijs niet tot de individuele persoon herleidbaar zijn, kan de verantwoordelijke beslissen deze te verstrekken ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek en statistiek, zowel
    binnen als buiten de organisatie.
  3. Persoonsgegevens ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek kunnen alleen dan zonder toestemming van de betrokkene worden verstrekt, indien aan alle van de volgende voorwaarden is voldaan:
    • het vragen van gerichte toestemming is in redelijkheid niet mogelijk;
    • het onderzoek dient een algemeen belang;
    • het onderzoek kan niet zonder de desbetreffende gegevens worden uitgevoerd;
    • de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene wordt door het onderzoek niet onevenredig geschaad;
    • het onderzoek wordt verricht conform een op de onderzoeker betrekking hebbende gedragscode.
    Daarnaast dienen er tussen de verantwoordelijke en onderzoeker(s) afspraken te worden gemaakt over de te nemen maatregelen om de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene zo veel mogelijk te beschermen. Deze afspraken dienen schriftelijk te worden vastgelegd.
  4. De verantwoordelijke is verplicht alle gegevensverstrekkingen aan derden te registreren. Deze informatie blijft minstens twee jaar bewaard. De verantwoordelijke deelt de betrokkene op diens schriftelijke verzoek, schriftelijk, binnen vier weken mede of zijn persoonsgegevens in het jaar voorafgaand aan het verzoek uit het bestand aan derden zijn verstrekt.
  5. De verantwoordelijke kan het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding gebruiken in het verkeer met de deelnemer op wie het nummer betrekking heeft.
  6. De verantwoordelijke verstrekt het persoonsgebonden nummer van iedere deelnemer aan een opleiding aan de Informatie Beheer Groep tezamen met de gegevens van de deelnemer als bedoeld in artikel 2.3.6a, lid 4 van de WEB.
  7. De verantwoordelijke gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een inburgeringstraject als bedoeld in artikel 7 van de Wet Inburgering, in contacten met gemeenten ten behoeve van de registratie door de gemeente van de invan de Wet Inburgering bedoelde voortgang van het inburgeringsprogramma dat voor die deelnemer is vastgesteld, tezamen met de gegevens die voor die registratie noodzakelijk zijn.
  8. De verantwoordelijke gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding in het contact met een school of instelling voor ander onderwijs ten behoeve van de in- en uitschrijving van die deelnemer.
  9. De verantwoordelijke verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een deelnemer, die een opleiding educatie volgt, ter uitvoering van artikel 107, tweede en vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

8. Alumniregistratie

Vervallen.

9. Toegang tot persoonsgegevens

  1. Onverminderd eventuele wettelijke voorschriften ter zake hebben slechts toegang tot de persoonsgegevens :
    a. degenen, waaronder begrepen derden, die zijn belast met of leiding geven aan de activiteiten die in verband staan met de verwerking van de gegevens of die daarbij noodzakelijk zijn betrokken;
    b. anderen, in gevallen als bedoeld in artikel 8 (rechtmatige grondslag), onder a, c en d, en artikel 9 (verenigbaar gebruik), derde lid, van de WBP
  2. Voorts hebben toegang tot persoonsgegevens in het betreffende bestand de aangewezen gebruikers van de registratie, die binnen Rijn IJssel werkzaam zijn en die met name genoemd zijn in bijlage A bij dit reglement. Deze bijlage vormt één geheel met dit reglement en is in het bezit van de verantwoordelijke. Bij de in deze bijlage genoemde personen of functionarissen wordt aangegeven tot welke persoonsgegevens zij toegang hebben.

10. Rechten van de betrokkene

  1. Inzage- en kopierecht (artikel 35 WBP)
    De betrokkene heeft het recht zich vrijelijk en met redelijke tussenpozen schriftelijk tot de verantwoordelijke te wenden met het verzoek hem mede te delen of hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt. De verantwoordelijke deelt de betrokkene schriftelijk binnen vier weken mee of hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt. Indien zodanige gegevens worden verwerkt, bevat de mededeling een volledig overzicht daarvan in begrijpelijke vorm, met een omschrijving van het doel of de doeleinden van de verwerking, de categorieën van gegevens waarop de verwerking betrekking heeft en de ontvangers of categorieën van ontvangers, alsmede de beschikbare informatie over de herkomst van de gegevens.
  2. Gewichtige belangen van anderen dan de verzoeker, de verantwoordelijke daaronder begrepen, kunnen grond zijn voor weigering van inzage en verstrekking van een afschrift. De verantwoordelijke doet hiervan schriftelijk mededeling aan betrokkene, waarbij hij de redenen voor zijn beslissing uiteenzet.
  3. Voor de verstrekking van een afschrift van de verwerkte gegevens mag een redelijke vergoeding in rekening worden gebracht. Zie hiervoor het Besluit kostenvergoedingen rechten betrokkene WBP d.d. 13 juni 2001 Stb. 2001, 305.
  4. Recht op verbetering, aanvulling, verwijdering en afscherming (artikel 36 WBP)
    Degene aan wie kennis is gegeven van hem betreffende persoonsgegevens, kan de verantwoordelijke verzoeken deze te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen, of af te schermen, indien deze feitelijk onjuist zijn, voor het doel of doeleinden van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. De betrokkene of diens vertegenwoordiger dient schriftelijk een gemotiveerd verzoek tot wijziging in, met daarin opgenomen de aan te brengen wijzigingen, bij de verantwoordelijke van de registratie. De verantwoordelijke bericht de verzoeker binnen vier weken na ontvangst van het verzoek schriftelijk of, dan wel in hoeverre, hij daaraan voldoet. Een weigering is met redenen omkleed.
  5. De verantwoordelijke draagt er zorg voor dat een beslissing tot verbetering of aanvulling dan wel tot verwijdering, afscherming of buiten gebruik brengen van persoonsgegevens zo spoedig mogelijk wordt uitgevoerd.
  6. In geval van correctie c.q. aanvulling van persoonsgegevens worden derden aan wie de (onjuiste) gegevens van de betrokkene eerder werden verstrekt, van de wijzigingen op de hoogte gebracht, tenzij:
    a. het onmogelijk is om die derden op te sporen
    b. daartoe een onevenredige inspanning geleverd zou moeten worden.
  7. Recht op verzet (artikel 40 en 41 WBP)
    Wanneer de verwerking van persoonsgegevens plaatsvindt op de grondslag dat die verwerking:
    a. noodzakelijk is voor de goede vervulling van een door de verantwoordelijke verrichte publiekrechtelijke taak, of
    b. noodzakelijk is voor een gerechtvaardigd belang van de verantwoordelijke of een derde, of
    c. geschiedt voor direct marketingdoeleinden kan betrokkene schriftelijk verzet aantekenen tegen de verwerking van de gegevens, op basis van zijn bijzondere persoonlijke omstandigheden.
    De verantwoordelijke dient binnen vier weken na ontvangst van het verzet te beoordelen of het verzet terecht is. Is dat het geval, dan dient de verwerking van persoonsgegevens onmiddellijk te worden beëindigd.

11. Bewaartermijnen

  1. Met inachtneming van eventuele wettelijke voorschriften stelt de verantwoordelijke vast hoe lang de in de registratie(s) opgenomen persoonsgegevens bewaard blijven. Deze bewaartermijn bedraagt twee jaar nadat de studie van betrokkene is beëindigd, tenzij de persoonsgegevens noodzakelijk zijn ter voldoening aan een wettelijke bewaarplicht.
  2. De desbetreffende persoonsgegevens worden binnen één jaar na het verstrijken van de bewaartermijn verwijderd en vernietigd. Indien de desbetreffende gegevens zodanig zijn bewerkt dat herleiding tot individuele personen redelijkerwijs onmogelijk is, kunnen zij in geanonimiseerde vorm bewaard blijven.

12. Klachten

  1. Indien de betrokkene van mening is dat de bepalingen van dit reglement niet door de instelling worden nageleefd dient hij zich te wenden tot de verantwoordelijke.
  2. Indien de ingediende klacht voor de betrokkene niet leidt tot een voor hem acceptabel resultaat, heeft de betrokkene de volgende mogelijkheden. Allereerst dient hij zich te wenden tot de functionaris gegevensbescherming met het verzoek binnen vier weken te bemiddelen of te adviseren in zijn geschil met de verantwoordelijke. Mocht dit niet tot een voor hem acceptabel reslutaat leiden dan kan betrokkene zich wenden tot het College Bescherming Persoonsgegevens met het verzoek te bemiddelen of te adviseren in zijn geschil met de verantwoordelijke. Dit dient te geschieden binnen een termijn van zes weken na ontvangst van het antwoord van de verantwoordelijke.

Overgangs- en slotbepalingen

13. Looptijd van de registratie

  1. Onverminderd eventuele wettelijke bepalingen is dit reglement van kracht gedurende de hele looptijd van de verwerking van de persoonsgegevens.

14. Wijziging van het reglement

  1. Wijzigingen in dit reglement worden aangebracht door de verantwoordelijke. De wijzigingen in het reglement zijn van kracht vier weken nadat ze bekend zijn gemaakt aan belanghebbenden.

15. Inwerkingtreding

  1. Dit reglement is per 15 januari 2008 in werking getreden en heeft een looptijd van een jaar. Dit reglement wordt jaarlijks per 15 januari stilzwijgend verlengd met de periode van een jaar.
  2. Dit reglement is bij de verantwoordelijke in te zien. Desgewenst kan een afschrift van dit reglement worden verkregen.

16. Toepassing op overige regelgeving

  1. Indien er strijdigheid is, danwel ontstaat, tussen dit privacyreglement en overige regelgeving binnen Rijn IJssel, prevaleert onderhavig privacyreglement.
  2. Bij strijdigheid met enige wettelijke bepaling kan uitsluitend die betreffende bepaling uit de dit reglement nietig verklaard worden, de overige bepalingen van dit privacyreglement blijven onverkort van toepassing.

Bijlage A

Overzicht van de medewerkers van Rijn IJssel die toegang hebben tot de deelnemerregistratie van Rijn IJssel zoals bedoeld in artikel 9 lid 2 van dit reglement:

Functie en gebruikersgroep Toegang tot
Leden management Alle gegevens deelnemerregistratie
Degenen die deelnemers begeleiden in hun opleiding (zoals trajectbegeleiders en mentoren) Alle gegevens deelnemerregistratie
Leden Zorg Advies Team (ZAT) Gegevens uit deelnemerregistratie van deelnemers die onder een ZAT vallen

In de door het college van bestuur vastgestelde procuratieregeling wordt aan het management schriftelijk de bevoegdheid verleend om bepaalde (rechts)handelingen te verrichten. De aangewezen personen moeten steeds de voorwaarden zoals opgenomen in deze regeling in acht nemen. Het college van bestuur houdt de bevoegdheid om de genoemde (rechts)handelingen zelf te verrichten.

De volledige procuratieregeling is hier in te zien.

Het volledige studentenstatuut is hier te downloaden of na te lezen.

De Rijn IJssel statuten zijn hier te downloaden of na te lezen.

Samenwerking

Het subsidieloket Arnhem Nijmegen is een samenwerkingsverband tussen Rijn IJssel en ROC Nijmegen. Beide roc’s streven vergelijkbare inhoudelijke doelstellingen na en willen de regionale arbeidsmarkt ondersteunen door goed opgeleid personeel 'af te leveren'. De twee roc’s zijn actief in een grootstedelijke omgeving en bereiden met name jongeren voor om een goede positie op de arbeidsmarkt in te kunnen nemen en tegelijkertijd te kunnen participeren in de samenleving. Het werkterrein van beide roc’s bestrijkt voor een belangrijk deel de stadsregio Arnhem Nijmegen. De grootste werkgelegenheid ligt voor beide steden in de zorgsector, de zakelijke dienstverlening en er is in toenemende meer aandacht voor energie en milieutechnologie. Dat zijn elementen waarbij de twee roc’s elkaar goed aanvullen waardoor er een efficiencyslag gemaakt wordt. De mbo-sector pakt op het terrein van subsidieverwerving de kans om op basis van goede onderlinge afspraken de belangen van de gehele mbo-sector beter te behartigen.

Het subsidieloket signaleert en onderzoekt mogelijkheden om de innovatieve ontwikkelingen voor de toekomstige arbeidsmarkt in samenwerking met strategische partners financieel te ondersteunen. De kwaliteit van de uitvoering en verantwoording van subsidietrajecten wordt door het subsidieloket bewaakt.

Rijn IJssel bereidt studenten voor op een toekomstige carrière die zich steeds vaker in een internationale context zal afspelen. Studenten krijgen steeds vaker te maken met klanten, opdrachtgevers en collega’s die uit het buitenland (met name Duitsland) komen. In internationale trajecten krijgen studenten de kans zich op het buitenland te oriënteren. Naast de uitwisselingsprojecten zijn er ook internationale projecten waar in samenwerking met buitenlandse partners gewerkt wordt aan de ontwikkeling van de onderwijsinhoud.

Meer informatie?
Subsidieloket
Mathilde Kuiper, 06 19493658
subsidieloket@rijnijssel.nl

Binnen Rijn IJssel hebben we één aanpak voor alle studenten van alle mbo-beroepsopleidingen, BOL en BBL, voor de studenten van de Entree-opleidingen en voor de studenten van de VAVO en ISK. De folder over verzuim kun je hier downloaden.

Aanleiding
Verzuim wordt gezien als een signaal van onderliggende problematiek en een mogelijke voorloper van dreigende uitval: voortijdig schoolverlaten (VSV). Voor een aantal studenten is meer ondersteuning nodig omdat zij door persoonlijke problemen vastlopen in hun studie. Bijvoorbeeld als ze thuis problemen hebben, verslaafd zijn of als ze schulden hebben. Verzuim leidt voor de student tot achterstand en vertraging in het onderwijsproces. Preventie van verzuim en daarmee van VSV is van groot belang om studenten met een beroepsopleiding succesvol te laten zijn op de arbeidsmarkt.

Doel van het verzuimprotocol
Onderwijsinstellingen zijn verplicht om de wet op de leer- en kwalificatieplicht na te leven en melding te maken van verzuim. Binnen Rijn IJssel is er voor gekozen geen onderscheid te maken tussen studenten met of zonder startkwalificatie. Er wordt in procedures en protocollen ook geen onderscheid gemaakt tussen minderjarige of meerderjarige studenten.

We streven naar het succesvol afronden van de opleiding van álle studenten en willen alle studenten daarbij waar nodig ondersteunen. Voor studenten met een startkwalificatie worden om deze reden dezelfde procedures en protocollen gevolgd, met uitzondering van de landelijke vereisten wat betreft de melding aan het digitale verzuimloket.

Visie
De visie op aanpak van het verzuim binnen Rijn IJssel:

  • De student voelt verbondenheid met en door de school en weet zich gezien; “we missen je”;
  • Verzuim is een signaal en vraagt om direct en persoonlijk contact;
  • Verzuim vraagt om een brede aanpak met meerdere partners.


In dit verband is ook een belangrijke rol weggelegd voor de ouders/verzorgers. De ouders/verzorgers worden betrokken bij de aanpak van het voortijdig schoolverlaten. Dit geldt niet alleen voor de studenten onder de 18 jaar, maar ook voor studenten die ouder zijn dan 18 jaar, tenzij een student nadrukkelijk bij de directie heeft aangegeven niet in te stemmen met informatieoverdracht naar de ouders/verzorgers. Voor het al dan niet contact met de ouders op te mogen nemen is er een 'Contactformulier'.

Verzuimprocedures
Rijn IJssel heeft alle verzuimprocedures beschreven. Het gaat om:

  • Registreren van de aan- en afwezigheid van de student
    In elke les wordt de aanwezigheid geregistreerd in een digitaal registratiesysteem COMTAK. In dit systeem kunnen de student en de ouders/verzorgers het lesrooster en de aan- en afwezigheid zien.
  • Controleren van het dagelijkse verzuim
    Ieder cluster heeft een verzuimconsulent. De verzuimconsulent belt naar de ouders/verzorgers indien de student ongeoorloofd afwezig is.
  • Preventieve leerplicht en RMC-gesprekken (RMC=Regionaal Meld- en Coördinatiepunt)
    Het Regionaal Bureau Leerlingzaken van de gemeente Arnhem en Rijn IJssel werken samen om ongeoorloofd verzuim vroegtijdig te signaleren en terug te dringen. Als een student ongeoorloofd afwezig bent, kan het zijn dat de student wordt uitgenodigd voor een informatief en waarschuwend gesprek met de leerplichtconsulent of RMC-consulent. In dit gesprek wordt besproken wat de reden van afwezigheid is en wordt de student gewezen op de risico’s van veelvuldig verzuim. Na het gesprek ontvangen de student (of de wettelijk vertegenwoordiger(s)) en Rijn IJssel een brief van de leerplichtconsulent met daarin een waarschuwing en eventueel de gemaakte afspraken.
  • Melden van verzuim bij DUO
    Als een student meer dan 16 klokuren ongeoorloofd afwezig is, is Rijn IJssel verplicht om de student te melden bij de leerplichtconsulent (minderjarige studenten) of bij de RMC-consulent (meerderjarige studenten). Studenten jonger dan 18 jaar worden samen met de wettelijke vertegenwoordigers opgeroepen voor een verzuimgesprek met de leerplichtconsulent. Studenten vanaf 18 jaar worden opgeroepen door een RMC-consulent voor een verzuimgesprek.
  • Buitengewoon verlof
    • verlof belangrijke omstandigheden
      Zijn er belangrijke redenen waarom een student niet op school kan zijn, dan dient de student vijf dagen vooraf verlof aan te vragen. Dit kan gaan om een huwelijksjubileum, bezoek aan een arts/tandarts/ziekenhuis of een andere dringende reden om verlof aan te vragen. Het (gele) formulier ‘verlofaanvraag’ is af te halen bij de servicedesk.
    • extra vakantieverlof
      Wil een student buiten de reguliere Rijn IJssel vakantieplanning op vakantie? Dit kan alleen onder strikte voorwaarden. Dat is als de ouders een seizoensgebonden beroep hebben en wanneer het hele gezin in geen van de schoolvakanties in één schooljaar met vakantie kan en als de extra vakantie niet in de eerste twee weken van het schooljaar valt. Het (grijze) formulier ‘vakantieaanvraag’ is af te halen bij de servicedesk.
  • Langdurig ziek of zwangerschap
    Bij langdurige afwezigheid door ziekte of zwangerschap moet de student een doktersverklaring aan de studieloopbaanbegeleider overhandigen. Indien dit niet mogelijk is, wordt de student door de trajectbegeleider naar de schoolarts doorverwezen. Indien mogelijk wordt er een alternatief programma opgezet. Bij zwangerschap heeft de student recht op 16 weken zwangerschapsverlof.
  • Verwijderen uit de klas
    Het kan zijn dat een student om een van de volgende redenen door de docent uit de klas verwijderd wordt: boeken vergeten, gedrag, kleding en niet maken van huiswerk. Als dit gebeurt, gaat de student bij de servicedesk het (rode) formulier ‘verwijdering uit de les’ ophalen en vult dat in. Na de les meldt de student zich bij de docent om samen het formulier te bespreken en verder in te vullen. Vervolgens levert de student het ingevulde formulier in bij de servicedesk.
  • Schorsing, verwijdering en uitschrijven
    • Opstellen waarschuwingen; we hebben als doel dat iedere student een diploma behaalt. Lukt het een student niet om zich aan de opleidingseisen te houden of laat de student niet de gewenste inzet, houding en gedrag zien, dan krijg de student een studiecontract. In het studiecontract worden afspraken en verbeteracties vastgelegd en de begeleiding die de school daarin aanbiedt. Na een termijn van 10 weken wordt het contract geëvalueerd. Na deze evaluatie, afhankelijk van de vorderingen, worden de vervolgstappen bepaald.
    • Schorsing en gedwongen uitschrijving; wanneer een student de gedragsregels overtreedt door het vertonen van ernstig wangedrag (denk hierbij aan; bedreiging, mishandeling, discriminatie, seksuele intimidatie etc.) heeft Rijn IJssel het recht om de student te schorsen of kan Rijn IJssel zelfs overgaan tot definitieve uitschrijving.
    • Vroegtijdig uitschrijven; wanneer een student een verkeerde beroepskeuze heeft gemaakt of er zijn andere redenen om te stoppen met de opleiding, dan gaat de student in gesprek met de studieloopbaanbegeleider. Samen met de studieloopbaanbegeleider en de trajectbegeleider worden de vervolgacties uitgezet. Let op; als de student minderjarig is, mag Rijn IJssel de student niet uitschrijven totdat de student gaat beginnen bij een nieuwe opleiding.

Samenwerking Regionaal Bureau Leerlingzaken
De gemeente Arnhem heeft drie kwalificatiemedewerkers mbo - regio Arnhem voor Rijn IJssel aangesteld.

Theo Weijers
Techniek, Economie & Uiterlijke Verzorging
06 48951224 of 026 3773136
theo.weijers@rblmidden-gelre.nl

Frederieke Schilling
Creatieve Industrie, Vakschool Wageningen, Welzijn, Zorg, CIOS & Veiligheid, Welzijn breed
06 52513591 of 026 3775783
frederieke.schilling@rblmidden-gelre.nl

Rob Huberts
Entree, VAVO, ICT, Laboratoriumtechniek
06 46737453 of 026 3774164
rob.huberts@rblmidden-gelre.nl

Adres
RBL Midden-Gelre
Eusebiusbuitensingel 53
6828 HZ Arnhem