Procedures en reglementen

Zoals bij elke organisatie heeft Rijn IJssel ook procedures die gevolgd moeten worden en verschillende reglementen.

De meeste van deze procedures en reglementen zijn bedoeld om duidelijk aan te geven waar wij als Rijn IJssel ons aan moeten houden en welke rechten en plichten een (potentiële) student, cursist of andere relatie heeft.

Procedures en reglementen

Als je een BOL-opleiding volgt, krijg je te maken met beroepspraktijkvorming (BPV) oftewel stage. Je sluit dan met Rijn IJssel en een (erkend) leerbedrijf een BPV-overeenkomst af waarbij de onderstaande algemene voorwaarden van toepassing zijn.

Artikel 1 - Definities

  1. Met de term ‘Leerbedrijf’ wordt het bedrijf of de werkgever bedoeld dat/die zorg draagt voor de beroepspraktijkvorming en de bijbehorende dagelijkse begeleiding als onderdeel van de opleiding en welke als zodanig is gedefinieerd op de Praktijkovereenkomst.
  2. Met de term ‘Opleiding’ wordt de opleiding bedoeld zoals gedefinieerd op de meest recent uitgegeven beroepspraktijkvormingsovereenkomst.
  3. Met de term ‘Ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s)’ wordt/worden de persoon/personen bedoeld zoals gedefinieerd op de beroepspraktijkvormingsovereenkomst.
  4. Met de term ‘Partijen’ worden de Student, Rijn IJssel en het Leerbedrijf samen aangeduid.
  5. Met de term ‘Praktijkovereenkomst’ wordt de beroepspraktijkvormingsovereenkomst tezamen met de algemene voorwaarden BPV versie 1-2017 bedoeld.
  6. Met de term ‘Rijn IJssel’ wordt de onderwijsinstelling bedoeld zoals gedefinieerd op de beroepspraktijkvormingsovereenkomst.
  7. Met de term ‘SBB’ wordt de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven bedoeld die zorgt draagt voor het erkennen en begeleiden van leerbedrijven.
  8. Met de term ‘St-OER’ wordt de studiegids onderwijs- en examenregeling bedoeld.
  9. Met de term ‘Student’ wordt de persoon bedoeld zoals gedefinieerd op de beroepspraktijkvormingsovereenkomst.
  10. Met de term ‘WEB’ wordt de Wet Educatie en Beroepsonderwijs bedoeld.

Artikel 2 - Randvoorwaarden

  1. De Praktijkovereenkomst wordt gesloten tussen Partijen en wordt beheerd door Rijn IJssel.
  2. De Student is ingeschreven bij Rijn IJssel op grond van een Onderwijsovereenkomst.
  3. Het bedrijf of de organisatie die de BPV verzorgt, het Leerbedrijf, beschikt op de datum van ondertekening van de Praktijkovereenkomst over een gunstige beoordeling van SBB voor de kwalificatie waarvoor de Student is ingeschreven bedoeld in artikel 7.2.10 van de WEB. Volgt een Student enkel een keuzedeel bij het Leerbedrijf, dan dient het Leerbedrijf over een kwalificatie te beschikken als bedoeld in artikel 7.2.10 van de WEB, maar niet noodzakelijkerwijs voor de kwalificatie waarvoor de Student is ingeschreven.
  4. De Studentenraad van Rijn IJssel heeft ingestemd met het model Praktijkovereenkomst (inclusief deze algemene voorwaarden BPV versie 1-2017).
  5. Rijn IJssel is na instemming van de Studentenraad van Rijn IJssel bevoegd wijzigingen in deze algemene voorwaarden BPV versie 1-2017 aan te brengen. Deze wijzigingen treden in werking op het aangekondigde tijdstip tenzij de Student zich hier binnen veertien dagen schriftelijk tegen heeft verzet. Rijn IJssel maakt de gewijzigde algemene voorwaarden tijdig aan de Student kenbaar.

Artikel 3 - Aarde van de overeenkomst

  1. De beroepspraktijkvormingsovereenkomst vormt samen met de algemene voorwaarden BPV versie 1-2017 de tussen de Partijen gesloten Praktijkovereenkomst als bedoeld in artikel 7.2.8 van de WEB. In de Praktijkovereenkomst staan de algemene rechten en plichten van Partijen.

Artikel 4 - Inhoud en inrichting

  1. Beroepspraktijkvorming maakt onderdeel uit van elke beroepsopleiding zoals bedoeld in de WEB. De beroepspraktijkvorming vindt plaats bij een door de SBB erkend leerbedrijf op grondslag van een Praktijkovereenkomst. In de Praktijkovereenkomst worden afspraken over de beroepspraktijkvorming vastgelegd zodat de Student in staat wordt gesteld de voor de kwalificatie/keuzedeel benodigde kennis en ervaring op te doen. De activiteiten die door de Student in het kader van de praktijkovereenkomst worden uitgevoerd, hebben een leerfunctie.
  2. Uitgangspunt van de beroepspraktijkvorming zijn de voor de Opleiding geldende onderwijs- en vormingsdoelen zoals die staan beschreven in de St-OER van de Opleiding. Aan de beroepspraktijkvorming ligt een inhoudelijk plan voor de beroepspraktijkvorming ten grondslag dat in de St-OER is opgenomen of waarnaar in de St-OER wordt verwezen. Het dient voor het Leerbedrijf helder te zijn welk deel van de kwalificatie de Student tijdens zijn BPV moet behalen. De St-OER is in te zien via de digitale leeromgeving of op te vragen bij het onderwijscluster.
  3. Van de Opleiding op basis van de herziene kwalificatiedossiers maken keuzedelen onlosmakelijk onderdeel uit. Het volgen van keuzedelen en afsluiten met een examen is een verplicht onderdeel van de Opleiding. De Student kiest bij aanvang van of gedurende de Opleiding keuzedelen. Dit wordt vastgelegd in de Onderwijsovereenkomst. De Student kan kiezen voor een keuzedeel dat in de beroepspraktijkvorming wordt ingevuld. In dat geval wordt dit geregistreerd in een aanvullende Praktijkovereenkomst. Er kunnen meerdere keuzedelen bij één Leerbedrijf worden gevolgd aanvullend op de lopende Praktijkovereenkomst. Deze keuzedelen worden telkens op een nieuwe Praktijkovereenkomst – die de voorgaande aanvult – vermeld. Rijn IJssel bewaart alle Praktijkovereenkomst in het dossier van de Student.

Artikel 5 - (Inspannings)verplichting Leerbedrijf

  1. Het Leerbedrijf stelt de Student in staat om de afgesproken leerdoelen te behalen en zo zijn BPV te behalen. Het Leerbedrijf draagt zorg voor voldoende dagelijkse begeleiding en Opleiding van de Student op de werkvloer.
  2. Het Leerbedrijf wijst een praktijkopleider aan die is belast met de begeleiding van de Student tijdens de beroepspraktijkvorming. De Student weet bij aanvang van de BPV wie de praktijkopleider is. De gegevens van de praktijkopleider zijn te vinden via de digitale leeromgeving.
  3. Het Leerbedrijf verklaart zich bereid om beoordeling van de BPV door een functionaris van Rijn IJssel in het Leerbedrijf mogelijk te maken.
  4. De Student wordt door het Leerbedrijf in staat gesteld om tijdens de BPV-periode deel te nemen aan het onderwijs dat door Rijn IJssel volgens het geldende rooster wordt aangeboden evenals aan toetsen of examens.

Artikel 6 - (Inspannings)verplichting Rijn IJssel

  1. Rijn IJssel draagt zorg voor voldoende begeleiding door de BPV-begeleider. De Student weet bij aanvang van de BPV wie zijn begeleider is. De gegevens van de BPV-begeleider zijn te vinden via de digitale leeromgeving.
  2. De BPV-begeleider vanuit Rijn IJssel volgt het verloop van de BPV door het onderhouden van regelmatige contacten met de Student en met de praktijkopleider van het Leerbedrijf en bewaakt de voortgang en de aansluiting van de leerdoelen van de Student op de leermogelijkheden in het Leerbedrijf.
  3. Rijn IJssel maakt het rooster tijdig bekend zodat de Student en het Leerbedrijf hier rekening mee kunnen houden.
  4. Rijn IJssel heeft de eindverantwoordelijkheid bij de beoordeling of de Student die onderdelen van de kwalificatie die in de beroepspraktijkvorming zijn gevolgd, heeft behaald. De procedure van de beoordeling en de wijze van beoordeling van de BPV, staan beschreven in de St-OER van de Opleiding.
  5. Rijn IJssel neemt het oordeel van het Leerbedrijf over de Student mee als onderdeel van de beoordeling van de Student.

Artikel 7 - (Inspannings)verplichting Student

  1. De Student spant zich zo goed mogelijk in om zijn leerdoelen binnen de afgesproken termijn met succes af te ronden. Dat is voor of uiterlijk op de geplande einddatum die is opgenomen op de Praktijkovereenkomst. In het bijzonder is de Student verplicht daadwerkelijk de BPV te volgen en op de met het Leerbedrijf afgesproken dagen en tijden aanwezig te zijn tenzij dit om zwaarwegende redenen niet van de Student kan worden verwacht.
  2. Voor afwezigheid van de BPV gelden voor de Student de regels zoals deze door het Leerbedrijf gehanteerd worden evenals de regels zoals deze in de Onderwijsovereenkomst tussen de Student en Rijn IJssel zijn afgesproken.

Artikel 8 - Nadere afspraken met de Student

  1. Indien gewenst kunnen Partijen nadere individuele afspraken maken. Bijvoorbeeld over de leerdoelen, de begeleiding of de beoordeling van de Student.
  2. Deze afspraken zullen schriftelijk worden vastgelegd in een addendum en onderdeel uitmaken van de Praktijkovereenkomst.

Artikel 9 - Gedragsregels, veiligheid en aansprakelijkheid

  1. De Student is verplicht de binnen het Leerbedrijf geldende regels, voorschriften en aanwijzingen in het belang van de orde, veiligheid en gezondheid in acht te nemen. Het Leerbedrijf licht de Student voor aanvang van de BPV over deze regels in.
  2. De Student is verplicht alles geheim te houden wat de Student onder geheimhouding wordt toevertrouwd of wat er als geheim te zijner kennis is gekomen of waarvan de Student het vertrouwelijke karakter redelijkerwijs moet begrijpen.
  3. Het Leerbedrijf treft overeenkomstig de Arbeidsomstandighedenwet, maatregelen die gericht zijn op de bescherming van lichamelijke en geestelijke veiligheid van de Student.
  4. Het Leerbedrijf is aansprakelijk voor schade die de Student tijdens of in verband met de BPV mocht lijden, tenzij het Leerbedrijf aantoont dat zij de in artikel 7:658 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek genoemde verplichtingen is nagekomen, of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de Student.
  5. Het Leerbedrijf is aansprakelijk voor de schade die de Student in de uitoefening van zijn werkzaamheden tijdens of in verband met de BPV toebrengt aan de (eigendommen van het) Leerbedrijf of aan (de eigendommen van) derden, tenzij sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de Student.
  6. De Student en het Leerbedrijf vrijwaren Rijn IJssel voor schade die is ontstaan aan de Student, het Leerbedrijf of derden in de uitoefening van de BPV.
  7. De aansprakelijkheid van Rijn IJssel is in alle gevallen beperkt tot de voorwaarden en de daarop gebaseerde dekking in de afgesloten verzekering van Rijn IJssel. Dit betekent dat die aansprakelijkheid beperkt is tot het uit te keren bedrag door de verzekeringsmaatschappij van Rijn IJssel.

Artikel 10 - Problemen en conflicten tijdens de beroepspraktijkvorming

  1. Bij problemen of conflicten tijdens de BPV richt de Student zich in eerste instantie tot de praktijkopleider van het Leerbedrijf en/of de BPV-begeleider van Rijn IJssel. Deze proberen om samen met de Student tot een oplossing te komen.
  2. Wanneer de Student of het Leerbedrijf vindt dat het probleem of conflict niet naar tevredenheid is opgelost en de oorzaak van het probleem of conflict is dat een van Partijen de afspraken in de Praktijkovereenkomst niet of onvoldoende nakomt, dan kan de Student of het Leerbedrijf een klacht indienen via de klachtenregeling van Rijn IJssel. De procedure voor het indienen van een klacht staat op de website van Rijn IJssel (http://www.rijnijssel.nl/).
  3. Het Leerbedrijf treft maatregelen die gericht zijn op voorkoming of bestrijding van vormen van seksuele intimidatie, discriminatie, agressie of geweld. In het geval van seksuele intimidatie, discriminatie, agressie en/of geweld heeft de Student het recht om de werkzaamheden per direct neer te leggen zonder dat dit reden is voor een negatieve beoordeling. De Student moet de werkonderbreking direct melden bij de praktijkopleider en de BPV-begeleider. Wanneer dit niet mogelijk is, dan meldt de Student de werkonderbreking bij de vertrouwenspersoon van het Leerbedrijf of van Rijn IJssel.

Artikel 11 - Gegevensuitwisseling en privacy

  1. De Student heeft recht op inzage in het eigen studentendossier en meer in het bijzonder in de door Rijn IJssel verwerkte BPV-gegevens.
  2. Bij het uitwisselen van gegevens over de Student nemen Rijn IJssel en het Leerbedrijf de Wet Bescherming persoonsgegevens in acht. Dit betekent onder meer dat zij zorgvuldig omgaan met de persoonsgegevens van de Student en dat zij daarover transparant zijn richting de Student. In het privacyreglement van Rijn IJssel is opgenomen welke gegevens van de Student onder welke voorwaarden worden verstrekt aan het Leerbedrijf en wanneer de toestemming van de Student daarvoor vereist is.

Artikel 12 - Duur en beëindiging overeenkomst

  1. De Praktijkovereenkomst treedt na ondertekening daarvan in werking en wordt in principe aangegaan voor de duur van de BPV-periode zoals vermeld op de Praktijkovereenkomst.
  2. De Praktijkovereenkomst eindigt van rechtswege, zonder dat een ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst is vereist:
    a. Op het moment dat de Student de BPV met positieve beoordeling heeft voltooid of in het geval van een keuzedeel indien de Student de BPV heeft voltooid.
    b. Door het verstrijken van de geplande einddatum zoals vermeld op de Praktijkovereenkomst.
    c. Door het eindigen van de Onderwijsovereenkomst tussen de Student en Rijn IJssel.
    d. Door ontbinding of door verlies van rechtspersoonlijkheid van het Leerbedrijf of wanneer het Leerbedrijf ophoudt het in de Praktijkovereenkomst bedoelde beroep in het genoemde bedrijf uit te oefenen.
    e. Wanneer de erkenning van het Leerbedrijf zoals bedoeld in artikel 7.2.10 van de WEB is verlopen of ingetrokken;
    f. bij wederzijds goedvinden tussen partijen;
    Een beëindiging van rechtswege zal door Rijn IJssel schriftelijk worden bevestigd aan de Student en het Leerbedrijf.
  3. De Praktijkovereenkomst kan (buitengerechtelijk) worden ontbonden:
    a. Door het Leerbedrijf als de Student zich ondanks nadrukkelijke (herhaalde) waarschuwing, niet houdt aan gedragsregels zoals onder meer genoemd in artikel 9.1 en 9.2 van deze algemene voorwaarden BPV versie 1-2017.
    b. Door een van de Partijen als op grond van zwaarwegende omstandigheden in redelijkheid niet langer van deze partij kan worden verlangd de Praktijkovereenkomst te laten voortduren.
    c. Door een van de Partijen als Rijn IJssel, de Student of het Leerbedrijf de hem/haar bij wet of in de Praktijkovereenkomst opgelegde verplichtingen niet nakomt.
    d. Door de Student of het Leerbedrijf, als de arbeidsovereenkomst (indien aanwezig) tussen de Student en het Leerbedrijf wordt beëindigd.
  4. Een ontbinding door een van de Partijen op grond van artikel 12.3 vindt schriftelijk plaats aan de andere Partijen met vermelding van de reden van ontbinding.
  5. Voorafgaand aan een ontbinding op grond van artikel 12.3 onder c dient de partij die zijn verplichtingen niet nakomt door de andere Partijen in de gelegenheid te worden gesteld om binnen een termijn van twee weken alsnog zijn/haar verplichtingen na te komen. Een schriftelijke ingebrekestelling is niet nodig indien nakoming blijvend onmogelijk is of als de partij reeds te kennen heeft gegeven zijn verplichtingen niet meer na te zullen komen en het stellen van een termijn overbodig is.

Artikel 13 - Vervangende praktijkplaats

  1. Indien de Praktijkovereenkomst wordt beëindigd omdat het Leerbedrijf niet aan zijn/haar verplichtingen voldoet (bijvoorbeeld omdat de praktijkplaats niet of niet volledig beschikbaar is, de begeleiding tekortschiet of ontbreekt, het Leerbedrijf niet langer beschikt over een gunstige beoordeling als bedoeld in artikel 7.2.10 van de WEB of er sprake is van andere omstandigheden die maken dat de BPV niet langer naar behoren kan plaatsvinden), dan bevordert Rijn IJssel na overleg met SBB dat een toereikende vervangende voorziening zo snel als mogelijk beschikbaar wordt gesteld voor de Student.

Artikel 14 - Slotbepalingen

  1. Partijen verklaren kennis te hebben genomen van en in te stemmen met deze algemene voorwaarden BPV versie 1-2017 die deel uitmaken van de Praktijkovereenkomst, alsmede kennis te nemen van en zich te houden aan alle van toepassing zijnde regelingen, reglementen en protocollen.
  2. Op de Praktijkovereenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing. Eventuele geschillen voortvloeiend uit de Praktijkovereenkomst worden voorgelegd aan de bevoegde rechter te Arnhem. In de gevallen waarin de Praktijkovereenkomst niet voorziet, beslist het college van bestuur van Rijn IJssel na overleg met de Student en het Leerbedrijf. Als het om zaken gaat die de verantwoordelijkheid van SBB raken, dan wordt SBB bij dit overleg betrokken.

Om formeel (wettelijk) ingeschreven te zijn bij een opleiding van Rijn IJssel sluit je een overeenkomst met Rijn IJssel. Deze overeenkomst is een contract waarop de onderstaande algemene voorwaarden van toepassing zijn. Ben je nog geen 18 jaar dan tekenen jouw ouders/verzorgers.

Artikel 1 - Definities

  1. Met de term ‘Student’ wordt de persoon bedoeld zoals gedefinieerd op het Opleidingsblad.
  2. Met de term ‘Ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s)’ wordt/worden de persoon/personen bedoeld zoals gedefinieerd op het Opleidingsblad.
  3. Met de term ‘Rijn IJssel’ wordt de onderwijsinstelling bedoeld zoals gedefinieerd op het Opleidingsblad.
  4. Met de term ‘Partijen’ worden de Student en Rijn IJssel samen aangeduid.
  5. Met de term ‘Opleidingsblad’ wordt het deel van de Onderwijsovereenkomst aangeduid waarop wordt aangegeven: de Partijen, de Ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s), de naam van het domein of het kwalificatiedossier of de kwalificatie afhankelijk van de aard van de inschrijving, de keuzedelen of keuzedeelverplichting, de code van de Opleiding (CREBO); de leerweg van de Opleiding; het (beoogd) niveau van de Opleiding en de duur van de Opleiding. Dit Opleidingsblad maakt onlosmakelijk onderdeel uit van de Onderwijsovereenkomst.
  6. Met de term ‘Onderwijsovereenkomst’ worden het Opleidingsblad en de algemene voorwaarden versie 1-2017 bedoeld, en - indien van toepassing - de bijlagen ‘wijziging Opleidingsblad onderwijsovereenkomst’, het ‘ondersteuningsprofiel’ en het ‘Opleidingsblad Entree’.
  7. Met de term ‘St-OER’ wordt de studiegids onderwijs- en examenregeling bedoeld zoals gedefinieerd op het Opleidingsblad.
  8. Met de term ‘Opleiding’ wordt de opleiding bedoeld zoals gedefinieerd op het meest recent uitgegeven Opleidingsblad.
  9. Met de term ‘Leerbedrijf’ wordt het bedrijf of de werkgever bedoeld dat/die zorg draagt voor de beroepspraktijkvorming en de bijbehorende dagelijkse begeleiding als onderdeel van de Opleiding.
  10. Met de term ‘WEB’ wordt de Wet educatie en beroepsonderwijs bedoeld.
  11. Met de term ‘Locatie’ wordt de plaats waar het onderwijs wordt gevolgd bedoeld die als zodanig ook is vermeld op het meest recente Opleidingsblad.

Artikel 2 - Aard van de overeenkomst

  1. Deze algemene voorwaarden versie 1-2017 vormen samen met het Opleidingsblad de tussen Partijen gesloten Onderwijsovereenkomst als bedoeld in artikel 8.1.3 WEB. In de Onderwijsovereenkomst staan de algemene rechten en plichten van Partijen. Bepalingen die specifiek gaan over de door de Student te volgen Opleiding staan in het Opleidingsblad. Het Opleidingsblad is onlosmakelijk onderdeel van de Onderwijsovereenkomst.
  2. De opleidingsgegevens zoals vermeld op het Opleidingsblad kunnen gedurende de Opleiding met wederzijdse instemming van Partijen worden gewijzigd en/of aangevuld, zonder dat het gewijzigde en/of aangevulde Opleidingsblad opnieuw ondertekend hoeft te worden.
  3. De Student en Rijn IJssel kunnen beiden het initiatief nemen voor de totstandkoming van wijziging(en) en/of aanvulling(en) van de opleidingsgegevens op het Opleidingsblad, maar wijziging(en) en/of aanvulling(en) op het Opleidingsblad kunnen door Rijn IJssel alleen met instemming van de Student daadwerkelijk worden doorgevoerd. Rijn IJssel kan de Student hierin actief adviseren.
  4. Rijn IJssel verwerkt de met instemming van de Student doorgevoerde wijziging(en) en/of aanvulling(en) van de opleidingsgegevens gedurende de looptijd van de Opleiding op een nieuw Opleidingsblad met daarop alle actuele opleidingsgegevens inclusief de wijziging(en) en/of aanvulling(en). Rijn IJssel stuurt het nieuwe gewijzigde en/of aangevulde Opleidingsblad via de digitale leeromgeving (zoals N@tschool) of per e-mailadres aan de Student en tevens per post via het op het Opleidingsblad vermelde adres naar de Ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) bij een minderjarige Student.
  5. Als de Student of bij een minderjarige Student de Ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) niet akkoord gaat/gaan met de inhoud van het nieuwe Opleidingsblad, bijvoorbeeld omdat de aangepaste opleidingsgegevens niet correct zijn, dan moet hij/zij dit binnen tien werkdagen schriftelijk bij de studentenadministratie op de Locatie van Rijn IJssel melden. In dit geval blijft de Student de Opleiding volgen zoals vermeld op het vorige Opleidingsblad, tenzij Rijn IJssel met de voorgestelde aangepaste opleidingsgegevens van de Student of bij een minderjarige Student de Ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) instemt. De opleidingsgegevens worden in dergelijk geval gecorrigeerd en wederom door Rijn IJssel schriftelijk verstuurd per e-mailadres aan de meerderjarige Student of per post naar de Ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) bij een minderjarige Student. Als de Student of bij een minderjarige Student de Ouder(s) en/of wettelijk vertegenwoordiger(s) niet binnen tien werkdagen schriftelijk bij de studentenadministratie op de Locatie van Rijn IJssel meldt dat het nieuwe Opleidingsblad niet correct is, wordt ervan uitgegaan dat de Student akkoord gaat met de wijziging(en) en vervangt het nieuwe Opleidingsblad het vorige Opleidingsblad waarmee dit een onlosmakelijk onderdeel van de Onderwijsovereenkomst vormt.
  6. Rijn IJssel bewaart het Opleidingsblad en alle voorgaande Opleidingsbladen in het dossier van de Student. De Student en bij diens minderjarigheid de Ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s), heeft (hebben) altijd recht op inzage in alle Opleidingsbladen.
  7. De Studentenraad van Rijn IJssel heeft ingestemd met het model Opleidingsblad, deze algemene voorwaarden versie 1-2017 en de bijlagen.
  8. Rijn IJssel is na instemming van de Studentenraad van Rijn IJssel bevoegd wijzigingen in deze algemene voorwaarden versie 1-2017 aan te brengen. Deze wijzigingen treden in werking op het aangekondigde tijdstip tenzij de Student zich hier binnen veertien dagen schriftelijk tegen heeft verzet. Rijn IJssel maakt de gewijzigde algemene voorwaarden tijdig aan de Student kenbaar.

Artikel 3 - Inhoud en inrichting van de opleiding

  1. De inhoud en inrichting van de Opleiding en examenvoorzieningen staan in de St-OER. De St-OER is in te zien via de digitale leeromgeving of op te vragen bij het onderwijscluster.
  2. Van de Opleiding op basis van de herziene kwalificatiedossiers maken keuzedelen onlosmakelijk onderdeel uit. Het volgen van keuzedelen en afsluiten met een examen is een verplicht onderdeel van de Opleiding. De Student kiest bij aanvang van of gedurende de Opleiding keuzedelen. Wanneer een Student een keuze maakt om een keuzedeel te gaan volgen, wordt dit geregistreerd op het Opleidingsblad. Als de Student later in de Opleiding een keuze voor een keuzedeel maakt, dan wordt er een nieuw Opleidingsblad bij de Onderwijsovereenkomst verstrekt op de in artikel 2 omschreven wijze. De omvang van de keuzedeelverplichting is afhankelijk van de Opleiding en nader vastgelegd in de St-OER.
  3. Een Student kan met Rijn IJssel bij aanvang of gedurende de Opleiding aanvullende maatwerkafspraken maken over bijvoorbeeld extra begeleiding. Deze afspraken worden in een bijlage ‘ondersteuningsprofiel’ bij de Onderwijsovereenkomst vastgelegd. Dit ondersteuningsprofiel maakt deel uit van de Onderwijsovereenkomst.
  4. Op grond van bewijsstukken kan een Student mogelijk vrijstelling krijgen voor een bepaald examenonderdeel. De gevallen waarin dat kan, staan beschreven in het examenreglement MBO. Het bewijs van de vrijstelling komt in het dossier van de Student. Een vrijstelling kan de verwachte einddatum van de Opleiding doen wijzigen. Rijn IJssel geeft de Student een bewijs van de verkregen vrijstelling.
  5. De beroepspraktijkvorming is een onderdeel van de Opleiding. Afspraken over de beroepspraktijkvorming worden per stage vastgelegd in een afzonderlijk getekende beroepspraktijkvormingsovereenkomst (‘BPV-overeenkomst’) tussen Rijn IJssel, de Student en het Leerbedrijf dat de BPV verzorgt. Beroepspraktijkvorming vindt onder verantwoordelijkheid van het Leerbedrijf plaats bij het Leerbedrijf, tenzij anders wordt overeengekomen.
  6. Rijn IJssel heeft de zorgplicht een arbeidsmarktrelevante opleiding aan te bieden en de Student te helpen bij het vinden van een plaats voor de beroepspraktijkvorming. De Student moet zich inspannen om een beroepspraktijkvormingsplaats te vinden.

Artikel 4 - Studie- en beroepskeuzevoorlichting en studiebegeleiding

  1. Rijn IJssel draagt zorg voor studie- en beroepskeuzevoorlichting. Studie- en beroepskeuzevoorlichting door Rijn IJssel vindt plaats op verzoek van de Student.
  2. Op verzoek van de Student of bij onvoldoende studievoortgang, zorgt Rijn IJssel voor een passende en op de Student gerichte studiebegeleiding en regelmatige advisering over voortzetting van de studie binnen of buiten de Opleiding. Dit kan leiden tot wijziging van de Onderwijsovereenkomst (artikel 2) of beëindiging van de Onderwijsovereenkomst (artikel 15).

Artikel 5 - Tijdvakken en locaties

  1. Rijn IJssel maakt het rooster en de Locatie op tijd en ruim voor het begin van de lessen aan de Student bekend. De Opleiding kan op meerdere vestigingslocaties gegeven worden.
  2. De student moet de opleidingsactiviteiten volgens het geldende rooster volgen.
  3. Rijn IJssel mag het rooster en de Locatie om organisatorische, onderwijsinhoudelijke en/of andere reden(en) wijzigen. Rijn IJssel spant zich in wijzigingen van het rooster en/of de Locatie op tijd en voor aanvang van de les door te geven aan de Student.
  4. De Student is verplicht om tijdig voor het begin van de opleidingsactiviteit op de daartoe aangewezen plaats aanwezig te zijn.

Artikel 6 - Inspanningsverplichting Rijn IJssel en inspannings- en gedragsverplichting Student

  1. Rijn IJssel organiseert het onderwijs en de examinering daarvan op zo’n manier dat de Student de Opleiding redelijkerwijs binnen de gestelde termijn met succes af kan ronden. Te weten voor of uiterlijk op de verwachte einddatum die op het Opleidingsblad staat. Rijn IJssel draagt zorg voor het realiseren van de ingeroosterde lessen en andere activiteiten en spant zich in om uitval van onderwijsactiviteiten zoveel mogelijk te voorkomen en indien mogelijk en nodig op een andere wijze en/of ander tijdstip aan te bieden. In voorkomende gevallen kan het bevoegd gezag een alternatieve termijn voor de Opleiding vaststellen. In dit geval moet via een nieuw Opleidingsblad een nieuwe verwachte einddatum met de Student worden afgesproken.
  2. De Student spant zich naar beste vermogen in om de Opleiding binnen de gestelde termijn - dat is voor of uiterlijk op de verwachte einddatum die op het Opleidingsblad staat - met het behalen van het bij de Opleiding behorende diploma af te ronden. De Student heeft daarin een eigen verantwoordelijkheid. In het bijzonder is de Student verplicht daadwerkelijk aan opleidingsactiviteiten deel te nemen en de in het kader van de Opleiding gegeven opdrachten naar beste vermogen uit te voeren, tenzij dit om zwaarwegende redenen niet van de Student kan worden verwacht.
  3. De Student is verplicht zich te onthouden van gedragingen die de onderwijsactiviteiten, de activiteiten in het kader van de beroepspraktijkvorming en de goede gang van zaken in de locaties van Rijn IJssel verstoren.
  4. De Student houdt zich in de locaties en op de terreinen van Rijn IJssel aan de voorschriften die daar gelden. De Student volgt aanwijzingen en aanbevelingen die namens Rijn IJssel gegeven worden op, tenzij dat om zwaarwegende redenen niet van de Student kan worden verwacht.

Artikel 7 - Financiële verplichtingen

  1. De Student voldoet aan zijn financiële verplichtingen voortvloeiende uit de Onderwijsovereenkomst waaronder de verplichtingen ingevolge de Les- en cursusgeldwet. Het lesgeld wordt geïnd door DUO. Het cursusgeld wordt geïnd door Rijn IJssel. Een derde kan deze vordering voldoen middels een daartoe door de Student ingevulde machtiging. Bij het uitblijven van betaling door de gemachtigde zijn de Student of diens Ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) bij de minderjarige Student gehouden tot betaling van de gelden.
  2. Rijn IJssel bekostigt de onderwijsactiviteiten en de daarvoor benodigde inventaris die op basis van het betreffende kwalificatiedossier noodzakelijk zijn om de Student in staat te stellen het onderwijs te volgen en het diploma te behalen.
  3. De Student verklaart door ondertekening van de Onderwijsovereenkomst kennis te hebben genomen van de lijst met onderwijsbenodigdheden waar hij/zij voor aanvang van de Opleiding over moet beschikken. De lijst met onderwijsbenodigdheden op te vragen bij het onderwijscluster en is in te zien en te downloaden via http://www.natschool.rijnijssel.nl/. De Student bepaalt zelf hoe en waar deze onderwijsbenodigdheden worden aangeschaft. Specifiek door Rijn IJssel ontwikkelde leermiddelen, zoals readers, kan de Student alleen aanschaffen via Rijn IJssel, die het bestelproces en de facturatie heeft uitbesteed aan Van Dijk Educatie B.V.
  4. Rijn IJssel kan extra voorzieningen, faciliteiten en opleidingsactiviteiten aanbieden die niet noodzakelijk zijn om de Opleiding binnen de overeengekomen termijn met succes te kunnen afronden. De Student kan zich op vrijwillige basis bij Rijn IJssel daarvoor inschrijven c.q. deze afnemen. Voor deze extra zaken kan Rijn IJssel extra kosten in rekening brengen in de vorm van een vrijwillige bijdrage. De Student die ervoor kiest aan deze activiteiten deel te nemen c.q. deze zaken af te nemen, moet deze kosten apart betalen. De Student kan zich opgeven voor de activiteiten via http://www.natschool.rijnijssel.nl/. De incasso van de vrijwillige bijdrage wordt verzorgd door Van Dijk Educatie B.V. Rijn IJssel kan de Student uitsluiten van de extra activiteiten waarvoor de vrijwillige bijdrage is bestemd indien deze niet wordt betaald.

Artikel 8 - Passend onderwijs

  1. Indien van toepassing worden met de Student aanvullende afspraken gemaakt over extra ondersteuning in het kader van de Wet Passend Onderwijs. Afspraken over de ondersteuning worden voor aanvang van de Opleiding gemaakt, maar kunnen ook tijdens de looptijd van deze Onderwijsovereenkomst worden gemaakt of aangepast. Deze afspraken worden in een bijlage “ondersteuningsplan” bij de Onderwijsovereenkomst vastgelegd. Dit ondersteuningspan maakt deel uit van de Onderwijsovereenkomst voor de in het ondersteuningsplan aangegeven duur van de ondersteuningsactiviteiten of zolang er aanleiding is de ondersteuning aan te bieden.
  2. De Student levert Rijn IJssel de benodigde informatie over de (mogelijke) extra ondersteuningsbehoefte zodat Rijn IJssel deze ondersteuning kan bieden tenzij Rijn IJssel daardoor onevenredig wordt belast. Wanneer blijkt dat de Student deze informatie verzwijgt, wordt de extra ondersteuning ook niet opgenomen in de bijlage ‘ondersteuningsplan’ bij de Onderwijsovereenkomst. Rijn IJssel hoeft de noodzakelijke ondersteuning dan ook niet te leveren. Als tijdens de Opleiding blijkt dat de Student een ondersteuningsbehoefte heeft, stelt Rijn IJssel zelf vast of zij hieraan alsnog tegemoet kan komen of daardoor onevenredig wordt belast. De Student kan ook schriftelijk afzien van extra ondersteuning.

Artikel 9 - Ziekte en afwezigheid

  1. Als de Student wegens ziekte of andere zwaarwegende persoonlijke omstandigheden opleidingsactiviteiten niet kan volgen, meldt de Student dit zo snel mogelijk op de eerste ziektedag telefonisch voor 9.00 uur bij de receptie van de Locatie, tenzij de Opleiding andere afspraken heeft gemaakt of, indien ziekte tijdens de lesdag optreedt, schriftelijk middels een daartoe bestemd formulier ‘ziektemelding tijdens lesdag’ bij de servicedeskmedewerker op de Locatie van Rijn IJssel.
  2. Als een Student in geval van (langdurige) ziekte opleidingsactiviteiten niet kan volgen, dient hij/zij op verzoek van Rijn IJssel een verklaring van een arts in te leveren waaruit dat blijkt. Ook kan de Student worden verwezen naar de schoolarts.
  3. Bij herhaalde ziekmelding, langdurige ziekte (waaronder in ieder geval wordt begrepen ziekte langer dan één maand) of overige onderwijsbelemmeringen kunnen Rijn IJssel en de Student op basis van gezamenlijk overleg en een gezamenlijke inspanning een inhaaltraject of maatwerktraject overeenkomen.
  4. De Student die terugkeert na ziekte of andere zwaarwegende persoonlijke omstandigheid meldt zich vóór aanvang van de onderwijsactiviteiten beter en weer aanwezig bij de servicedeskmedewerker op de Locatie van Rijn IJssel.
  5. De Student die om een andere reden dan door ziekte of onvoorziene omstandigheden verhinderd is de opleidingsactiviteiten te volgen, dient verlof aan te vragen. Het verlof moet met opgave van reden(en) door de Student - of in geval van een minderjarige Student de Ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) - schriftelijk:
    a. uiterlijk vijf werkdagen vóór een bijzondere omstandigheid aangevraagd worden door een daartoe bestemd formulier ‘verlofaanvraag’ bij de servicedeskmedewerker van Rijn IJssel in te leveren. De verzuimconsulent verzamelt de verlofaanvragen en verzoekt de teamleider van Rijn IJssel toestemming te verlenen. Het verlof zal door de teamleider of leerplichtconsulent - dat laatste in geval van bijzonder verlof langer dan tien werkdagen bij een minderjarige Student - slechts worden verleend wegens gewichtige omstandigheden; of,
    b. uiterlijk acht weken vóór het gewenste vakantieverlof onder schooltijd aangevraagd worden door een daartoe bestemd grijs formulier ‘vakantieverlof onder schooltijd’ bij de servicedeskmedewerker van Rijn IJssel in te leveren. De verlofperiode mag niet langer zijn dan tien werkdagen en mag niet in de eerste twee weken van het schooljaar zijn gelegen. De clusterdirecteur van de Opleiding beoordeelt het verzoek. Het verlof wordt slechts verleend als de Student tijdens geen enkele reguliere schoolvakantie tenminste twee weken (tien werkdagen) op gezinsvakantie kan door de specifieke aard van het beroep van (een van) de Ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s). Het verlof wordt slechts dan verleend indien de opgegeven reden(en) door de clusterdirecteur als geldig wordt aangemerkt.
  6. Het besluit om al dan niet het verlof zoals bedoeld in artikel 9.5 te verlenen wordt schriftelijk verstuurd per e-mailadres aan de meerderjarige Student of per post naar de Ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) bij een minderjarige Student.
  7. De Student die verlof heeft gekregen als bedoeld in artikel 9.5 is verplicht de betreffende opleidingsactiviteit in te halen, tenzij anders is afgesproken.
  8. Als de Student onder de werking van hoofdstuk II van de Wet studiefinanciering 2000 of van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten valt en hij/zij gedurende een aaneengesloten periode van tenminste vijf weken zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen, maakt Rijn IJssel daarvan een aantekening en doet zij melding aan de Dienst Uitvoering Onderwijs conform de in artikel 8.1.7 WEB genoemde voorwaarden.
  9. Als de Student onder de Leerplichtwet valt en zonder geldige reden les- of praktijktijd heeft verzuimd en dit verzuim gedurende een periode van vier opeenvolgende lesweken in totaal zestien uren les- of praktijktijd bedraagt, geeft Rijn IJssel dit zonder uitstel via het Digitaal Verzuimloket van de Dienst Uitvoering Onderwijs aan de burgemeester en wethouders van de gemeente waar de Student woon- of verblijfplaats heeft.
  10. Studenten in de leeftijd van 18 jaar tot 23 jaar die nog geen startkwalificatie hebben, worden volgens dezelfde termijnen als leerplichtige Studenten als bedoeld in artikel 9.9 gemeld bij het Digitaal Verzuimloket van de Dienst Uitvoering Onderwijs.

Artikel 10 - Rechten en plichten van de Student

  1. Op de Onderwijsovereenkomst is het studentenstatuut van toepassing. Daarin staan de rechten en plichten van de Student. De Student houdt zich aan de regels en voorschriften die daarin zijn opgenomen, zoals onder meer regels over leef- en werkomgeving, gedrag, het onderwijs, ziekte en afwezigheid, en schorsing en verwijdering van de Student.
  2. De Studentenraad heeft ingestemd met het studentenstatuut. Het studentenstatuut is in te zien of op te vragen bij het onderwijscluster van Rijn IJssel en is te downloaden via http://www.rijnijssel.nl/.

Artikel 11 - Maatregel, schorsing en verwijdering

Maatregel

  1. Een persoon die constateert dat een Student de voorschriften en/of regelingen van Rijn IJssel overtreedt, kan de Student een maatregel opleggen zoals omschreven in het studentenstatuut.
    Schorsing is echter de uitsluitende bevoegdheid van de (vervangende) teamleider of clusterdirecteur, verwijdering van de opleiding of verwijdering van de instelling Rijn IJssel is de uitsluitende bevoegdheid van de clusterdirecteur.

    Schorsing
  2. Rijn IJssel kan de Student gedurende maximaal vijf werkdagen, met optie tot verlenging, schorsen. De procedure alsmede de mogelijkheid tot bezwaar is vastgelegd in het studentenstatuut.

    Verwijdering
  3. Rijn IJssel kan de Student van de Opleiding en/of de instelling Rijn IJssel verwijderen, hetgeen betekent dat de Student definitief van de Opleiding wordt uitgeschreven en de Onderwijsovereenkomst eindigt, indien de Student:
    a. de voorschriften of aanwijzingen van Rijn IJssel niet nakomt nadat de Student reeds tenminste eenmaal schriftelijk is gewaarschuwd en is gewezen op de mogelijke consequenties van zijn/haar handelen of nalaten; of,
    b. met regelmaat de onderwijsactiviteiten volgens het vastgestelde rooster zonder toestemming van Rijn IJssel niet volgt, onvoldoende studieresultaten heeft of slechte studiehouding laat zien nadat de Student reeds tenminste eenmaal schriftelijk is gewaarschuwd en is gewezen op de mogelijke consequenties van zijn/haar handelen of nalaten; of,
    c. zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig wangedrag of bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak is veroordeeld wegens een strafrechtelijk misdrijf of een poging/medeplegen daartoe.
  4. 11.4 De procedure tot verwijdering alsmede de mogelijkheid tot bezwaar en beroep is vastgelegd in het studentenstatuut.

Artikel 12 - Aansprakelijkheid

  1. Rijn IJssel is niet aansprakelijk voor gevolgschade, schade als gevolg van een besluit van de examencommissie, schade als gevolg van tussentijdse onderbreking van de Onderwijsovereenkomst of beëindiging door Rijn IJssel van de Onderwijsovereenkomst wegens toerekenbare niet nakoming door de Student.
  2. Rijn IJssel is niet aansprakelijk voor verlies, diefstal, verduistering en/of beschadiging van eigendommen of bezittingen van de Student behoudens in geval van opzet of grove schuld aan de zijde van Rijn IJssel.
  3. De aansprakelijkheid van Rijn IJssel voortvloeiende uit het niet of niet behoorlijk nakomen van de Onderwijsovereenkomst is beperkt tot een bedrag dat ten hoogste gelijk is aan het bedrag dat de Student dan wel de derde als bedoeld in artikel 7.1 heeft betaald aan Rijn IJssel ter uitvoering van de Onderwijsovereenkomst, te weten het les- of cursusgeld van het desbetreffende studiejaar, dan wel een evenredig deel daarvan als de Opleiding eerder wordt beëindigd.

Artikel 13 - Procedure voor geschillen en klachten

  1. Als de Student vindt dat de Onderwijsovereenkomst onjuist of onzorgvuldig is toegepast of in geval van klachten kan de Student zich in eerste instantie te wenden tot de teamleider van de Opleiding. Als de Student en de teamleider er samen niet uitkomen, kan de Student zich schriftelijk wenden tot de clusterdirecteur van de Opleiding.
  2. De Student heeft het recht een klacht in te dienen via de interne klachtenregeling van Rijn IJssel. De klachtenregeling is in te zien en op te vragen bij de studentenadministratie van de Opleiding en is te downloaden via http://www.rijnijssel.nl/.
  3. Tegen besluiten van de examencommissie in het algemeen, en over het bindend studieadvies in de entreeopleiding in het bijzonder, kan de Student in beroep bij de Commissie van beroep voor de examens volgens de procedure die daarvoor is vastgelegd in artikel 7.5.1 tot en met 7.5.4 van de WEB. De procedure is beschreven in het reglement van de Commissie van beroep voor de examens en is in te zien en op te vragen bij het onderwijscluster van Rijn IJssel en is te downloaden via http://www.rijnijssel.nl/.

Artikel 14 - Overmacht

  1. In aanvulling op artikel 6:75 Burgerlijk Wetboek geldt dat een tekortkoming van Rijn IJssel in de nakoming van enige verplichting jegens de Student niet aan Rijn IJssel kan worden toegerekend in geval van een van de wil van Rijn IJssel onafhankelijke omstandigheid, waardoor nakoming van haar verplichtingen jegens de Student geheel of gedeeltelijk wordt verhinderd of waardoor de nakoming van haar verplichtingen niet kan worden verlangd. Tot die omstandigheden behoort in ieder geval de situatie dat Rijn IJssel niet in staat is de Opleiding verder voort te zetten (bijvoorbeeld doordat de bekostiging wordt beëindigd, doordat rechten als bedoeld in artikel 6.1.4 WEB worden ontnomen, doordat aan het aantal toelaatbare Studenten in het beroepsonderwijs een beperking wordt opgelegd of doordat Rijn IJssel genoodzaakt is vanwege de organisatorische en/of technische capaciteit het aantal Studenten te beperken, Rijn IJssel niet heeft kunnen zorg dragen voor de totstandkoming van een praktijkovereenkomst wegens een omstandigheid die Rijn IJssel niet kan worden aangerekend, door faillissement of surséance van betaling van Rijn IJssel of het bedrijf waar de Student de beroepspraktijkvoering uitvoert). Doet zich een dergelijke situatie voor als gevolg waarvan Rijn IJssel niet aan haar verplichtingen jegens de Student kan voldoen, dan worden die verplichtingen opgeschort zolang Rijn IJssel niet aan haar verplichtingen kan voldoen.
  2. Rijn IJssel is in geval van overmacht niet gehouden tot vergoeding van enige schade, ook niet als Rijn IJssel als gevolg van de overmachtsituatie enig voordeel geniet.

Artikel 15 - Duur en beëindiging overeenkomst

  1. De Onderwijsovereenkomst treedt na ondertekening van het eerste Opleidingsblad in werking en wordt aangegaan voor de duur van de Opleiding zoals vermeld op het Opleidingsblad of voor het deel van de Opleiding waarop de inschrijving betrekking heeft.
  2. De Onderwijsovereenkomst eindigt, zonder dat een ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst is vereist:
    a. door het verstrijken van de termijn waarvoor de Onderwijsovereenkomst is aangegaan;
    b. als de Student de Opleiding inclusief de beroepspraktijkvorming met succes heeft afgerond met een diploma, certificaat of getuigschrift van Rijn IJssel;
    c. als de Student zich laat uitschrijven binnen de termijn waarop de Onderwijsovereenkomst betrekking heeft of Rijn IJssel op eigen initiatief kennelijk definitief heeft verlaten. Het aldus eindigen van de Onderwijsovereenkomst laat onverlet de verplichting van de Student om de in Onderwijsovereenkomst genoemde kosten van dat cursusjaar van de Opleiding geheel te voldoen;
    d. bij langdurige afwezigheid anders dan door ziekte wanneer de Student niet (voldoende) reageert op een herhaalde schriftelijke oproep van Rijn IJssel tot voortzetting van de Opleiding;
    e. wanneer onherroepelijk is komen vast te staan dat de Student de examens van de Opleiding niet met goed gevolg heeft afgesloten en hem/haar geen diploma, certificaat of getuigschrift van Rijn IJssel zal worden uitgereikt;
    f. in de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) door het, ondanks uiterste inspanningen van de Student en Rijn IJssel, niet tot stand komen van een BPV-overeenkomst vóór het einde van het kalenderjaar waarin de Opleiding start, dan wel het niet vinden van een toereikende vervangende voorziening voor de beroepspraktijkvorming binnen drie maanden na tussentijdse onderbreking;
    g. als Rijn IJssel de Student in een geval als beschreven in artikel 11 van deze algemene voorwaarden versie 1-2017 van de Opleiding definitief verwijdert;
    h. als Rijn IJssel niet langer in staat is de Opleiding aan te bieden – bijvoorbeeld indien de in artikel 14 van deze algemene voorwaarden versie 1-2017 genoemde overmachtsituatie dertig werkdagen heeft geduurd of er onvoldoende deelnemers zijn - waarbij Rijn IJssel zich inspant ervoor te zorgen dat de Student de Opleiding bij een andere instelling kan afmaken of daar wordt toegelaten;
    i. door een overstap naar een andere opleiding;
    j. bij wederzijds goedvinden;
    k. als de Student overlijdt;
    l. als er na een negatief bindend studieadvies aan een Student in de entreeopleiding van 18 jaar of ouder geen overeenstemming bestaat over een vervolg binnen Rijn IJssel, kan Rijn IJssel de Student eenzijdig uitschrijven na overleg met de leerplichtambtenaar;
    m. als de Student niet aan de wettelijke inschrijfvoorwaarden, zoals onder meer zijn opgenomen in artikel 8.1.1 tot en met 8.1.2 WEB, en kwalificatie-/vooropleidingseisen zoals die gelden bij de start van de Opleiding voldoet;
    n. als de Student de bij of krachtens de wet geregelde geldelijke bijdrage als bedoeld in artikel 8.1.4 WEB en artikel 7 van deze algemene voorwaarden versie 1-2017 niet voldoet.
  3. Bij het eindigen van de Onderwijsovereenkomst blijven nog niet betaalde financiële verplichtingen voortvloeiende uit de Onderwijsovereenkomst waaronder de verplichtingen ingevolge de Les- en cursusgeldwet verschuldigd, tenzij wettelijk anders is bepaald.
  4. Indien de Student binnen de overeengekomen tijdsduur de bij de Opleiding behorende examens niet met goed gevolg heeft behaald dan wel afgelegd, kunnen Partijen overeenkomen dat de Onderwijsovereenkomst wordt verlengd of een examenovereenkomst wordt aangegaan.
  5. Als een Student die een Opleiding aan Rijn IJssel met succes heeft afgerond en/of om andere redenen Rijn IJssel heeft verlaten, besluit een nieuwe opleiding bij Rijn IJssel te volgen, wordt een nieuwe onderwijsovereenkomst afgesloten.

Artikel 16 - Toepasselijke regelingen

  1. Naast de bepalingen in de Onderwijsovereenkomst en voor zover deze niet daarmee in strijd zijn, zijn de volgende regelingen van toepassing en maken daarvan onderdeel uit, zoals luidend en aan de Student bekend op de datum van ondertekenen van de Onderwijsovereenkomst:
    a. St-OER behorende bij de Opleiding;
    b. Studentenstatuut
    c. Klachtenregeling 
    d. Examenreglement mbo
    e. Reglement van de Commissie van beroep voor de examens
  2. De bovenstaande regelingen zijn in te zien en op te vragen bij het onderwijscluster van Rijn IJssel, via de digitale leeromgeving en/of zijn te downloaden via http://www.rijnijssel.nl/.

Artikel 17 - Slotbepalingen

  1. De Student en bij de minderjarige Student de Ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) verklaart (verklaren) kennis te hebben genomen van en in te stemmen met deze algemene voorwaarden versie 1-2017 die deel uitmaken van de Onderwijsovereenkomst, alsmede kennis te nemen van en zich te houden aan alle van toepassing zijnde regelingen, reglementen en protocollen.
  2. Op de Onderwijsovereenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing. Eventuele geschillen voortvloeiend uit de Onderwijsovereenkomst worden voorgelegd aan de bevoegde rechter te Arnhem. In de gevallen waarin de Onderwijsovereenkomst niet voorziet, beslist het college van bestuur van Rijn IJssel.

Bezwaar aantekenen in de zomer

Rijn IJssel neemt uw bezwaar het hele schooljaar serieus. Er wordt volgens de vastgelegde procedures hoor en wederhoor toepast om zo tot het juiste besluit te komen. Van 22 juli tot en met 20 augustus 2017 zijn de administratie, het docententeam en het management afwezig in verband met de zomervakantie. Om die reden kan een ingediend bezwaar pas vanaf 21 augustus 2017 optimaal in behandeling genomen worden. Dat wil echter niet zeggen dat u in deze periode geen bezwaar kunt aantekenen. Uw brief wordt vanaf 21 augustus in behandeling genomen, we nemen contact met u op. We streven ernaar uw bezwaar zo snel mogelijk te behandelen. Wij vragen hiervoor uw begrip en wensen u een goede zomervakantie.

 

Commissie bezwaar en beroep

Als je wilt klagen over de gang van zaken rondom de examinering, bijvoorbeeld over het gedrag van een medewerker of medestudent, kun je hierover een klacht indienen bij de Klachtencommissie Deelnemers. Hiervoor geldt een aparte procedure; zie hiervoor ‘Klachtenprocedure voor studenten Rijn IJssel’.

Wanneer je het niet eens bent met een beslissing van de examencommissie of met een beslissing over je examinering, bijvoorbeeld over een cijfer of een beoordeling, kun je bezwaar aantekenen. Een bezwaar aantekenen doe je bij voorkeur bij de examencommissie van je school*. Als je niet tevreden bent over de beslissing op jouw bezwaar door de examencommissie, kun je schriftelijk in beroep gaan bij de Commissie van Beroep voor de Examens.

Het aantekenen van bezwaar en het in beroep gaan en de afhandeling daarvan is gebonden aan regels. Hier staan deze regels kort beschreven. Ook kun je lezen welke stappen je kunt zetten om een procedure te voorkomen.

Elke nieuwe student (deelnemer genoemd in de reglementen) van Rijn IJssel ontvangt deze informatie en er is ook een brochure te verkrijgen bij de afdelingsmanagers of bij het secretariaat van de Commissie van Beroep voor de Examens, Postbus 5162, 6802 ED Arnhem. Voor de volledige tekst van de regels verwijzen we je naar hoofdstuk 5 van het Examenreglement.
In geval van verschillen tussen de tekst van deze folder en de tekst van het examenreglement geldt namelijk altijd de tekst van het examenreglement.

Waar teken je bezwaar aan en waar ga je in beroep?

  • Bezwaren over toetsen en examens worden in eerste instantie gericht tot de examencommissie van je school. De naam van de secretaris van de examencommissie kun je vinden in de studiewijzer/informatiegids of vragen bij de administratie, de afdelingsmanager of een docent.
  • Als je het niet eens bent met de uitspraak van de examencommissie van je school over het ingediende bezwaar, richt je je tot de Commissie van Beroep voor de Examens van Rijn IJssel. Je gaat dan in beroep tegen de uitspraak van de examencommissie.

Wat te doen wanneer je bezwaar wilt aantekenen over examens of in beroep wilt gaan?

  • Een bezwaar over de uitslag van een examen moet je binnen tien werkdagen schriftelijk indienen bij de examencommissie van je school.
  • Als je in beroep gaat naar aanleiding van een bezwaar dat je hebt ingediend bij de examencommissie, moet je dat doen binnen tien werkdagen nadat je de uitspraak van de examencommissie hebt ontvangen.
  • Het is raadzaam om de sectordirecteur op de hoogte te stellen van het aantekenen van een bezwaar en het indienen van een beroep.

Brief en inhoud bezwaar en beroep

In de brief, waarin je het bezwaar of het beroep kenbaar maakt, vermeld je in ieder geval:

  • je naam, adres, woonplaats, telefoonnummer en e-mailadres;
  • opleiding en onderwijslocatie;
  • de datum waarop je de brief schrijft;
  • een korte en duidelijke omschrijving van het bezwaar of het beroep;
  • wat je van de Examencommissie of de Commissie van Beroep voor de Examens verwacht;
  • je handtekening.

Doe bij de brief eventuele bewijsstukken. Je moet bij een beroep naar aanleiding van een bezwaar dat je hebt ingediend bij de Examencommissie óók de schriftelijke uitspraak van de Examencommissie meesturen. De brief moet duidelijk leesbaar zijn! Als je een bezwaar of beroep niet binnen de gestelde termijn hebt ingediend, komt deze niet in aanmerking voor behandeling, uitzonderingen daargelaten.

Nadat je beroep is ontvangen door de Commissie van Beroep voor de Examens, krijg je binnen twee weken een ontvangstbevestiging en een beschrijving van de verdere procedure.

Procedure van de Examencommissie

In het Examenreglement is de procedure beschreven voor het indienen en afhandelen van bezwaar en beroep over de uitslag van toetsen en examens.

Procedure van de Commissie van Beroep voor de Examens

Het huishoudelijk reglement voor de Commissie van Beroep voor de Examens geeft de regels die gelden voor de afhandeling van een beroep. Hieronder volgt een korte samenvatting:

  • De secretaris van de commissie onderzoekt eerst of de brief, waarin het beroep is verwoord, de voorgeschreven gegevens bevat.
  • Wanneer het beroep in behandeling wordt genomen door de commissie, kan de persoon die in beroep gaat, worden uitgenodigd voor een gesprek. Deze kan zich laten bijstaan door een familielid, een ander vertrouwd persoon of een adviseur.
  • Indien nodig vraagt de commissie advies aan deskundigen of doet onderzoek op de werkplek.
  • Op basis van deze informatie doet de commissie een uitspraak. De uitspraak van de Commissie van Beroep voor de Examens is bindend voor de partijen.

De commissie neemt binnen tien werkdagen na ontvangst van het beroep een besluit. Deze termijn kan door omstandigheden met tien werkdagen worden verlengd. Je wordt daarvan schriftelijk op de hoogte gesteld.

* Conform artikel 7.5.2 van de WEB kan je in uitzonderlijke gevallen ook direct in beroep gaan bij de Commissie van Beroep voor examens Rijn IJssel.

Arnhem, juli 2015

Het examenreglement is een wettelijke verplicht document dat elke school in Nederland moet opstellen. Rijn IJssel heeft voor elk type onderwijs een apart examenreglement. Er is een reglement voor het middelbaar beroepsonderwijs, voortgezet volwassenenonderwijs en de inburgering.

In het examenreglement staan alle afspraken over de organisatie en afname van examens. Ook staat er in het examenreglement wat je moet doen als je het niet eens bent met een beslissing van een betrokkene bij je examen of de examencommissie. Verder vind je in het reglement het adres van de examencommissie van jouw opleiding.

Hieronder kun je het examenreglement voor het betreffende onderwijstype downloaden.

Aangemeld… en dan?

Je hebt je aangemeld voor een opleiding bij Rijn IJssel… En nu?

Bevestigingsmail en digitaal doorstroomdossier

Als je je hebt aangemeld, krijg je van Rijn IJssel een bevestigingsmail. In deze mail vragen we je ook om een digitaal doorstroomdossier (DDD) in te vullen. In het doorstroomdossier beantwoord je vragen over je huidige of vroegere school, over werk- en stage-ervaringen. We vragen je ook naar je motivatie voor de gekozen opleiding. De informatie in dit doorstroomdossier bespreken we tijdens het intakegesprek. Belangrijk daarbij is ook dat jouw mentor/decaan een gedeelte van het doorstroomdossier invult. Dit in ieder geval wanneer je nog geen 18 jaar bent. Graag ontvangen we je DDD zo snel mogelijk na je aanmelding, zodat we je kunnen uitnodigen voor de intake.

Intake

Zodra we je digitale doorstroomdossier ontvangen hebben, krijg je een uitnodiging voor een intake. In de meeste gevallen is dit een gesprek. De intake vindt plaats binnen drie weken nadat we het DDD van je ontvangen hebben. Hoe eerder we je doorstroomdossier binnen hebben, des te eerder je dus een intake hebt.
Voor sommige opleidingen gelden aanvullende eisen zoals bijvoorbeeld een auditie, een praktijktest of een sporttest. Dit staat op de website bij de betreffende opleiding genoemd. In die gevallen is de procedure iets anders. Informatie daarover ontvang je na je aanmelding.

Advies

Na de intake en nadat er eventueel gekeken is naar aanvullende toelatingseisen, krijg je een toelatingsadvies. Het kan ook zijn dat we nog onvoldoende informatie hebben. In dat geval word je uitgenodigd voor een wat uitgebreidere intake (verdiepte intake). Een verdiepte intake vindt ook plaats wanneer we met elkaar constateren dat je extra ondersteuning nodig hebt om de gekozen opleiding met succes te volgen.

Er zijn normaal gesproken twee adviezen mogelijk:

  • Positief advies
  • Advies om voor een andere opleiding/traject te kiezen

In uitzonderlijke gevallen kan besloten worden dat je niet geplaatst kunt worden. Zie hieronder onder het kopje ‘Bijzondere gevallen en instromen zonder het vereiste diploma’.

Opleiding vol

Er is binnen Rijn IJssel een aantal opleidingen dat maar een beperkt aantal studenten kan plaatsen. Op de website kun je zien om welke opleidingen het gaat. Ook rondom de zomervakantie kan het voorkomen dat een opleiding geen studenten meer kan plaatsen. Meld je dus tijdig aan.
Mocht een opleiding vol zitten, dan krijg je daarvan uiteraard bericht. Wanneer je hulp wilt bij het zoeken naar een andere passende opleiding, kun je een afspraak maken door een mail te sturen naar loopbaan@rijnijssel.nl.

Bijzondere gevallen en instromen zonder het vereiste diploma

Rijn IJssel heeft een Toelatingscommissie. In sommige gevallen wordt je aanmelding aan deze commissie voorgelegd. Dit gebeurt in ieder geval wanneer een opleiding van mening is dat je niet geplaatst kunt worden. In een aantal gevallen kan een aanmelding ook onmiddellijk naar de Toelatingscommissie worden gestuurd ter beoordeling. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer je al verschillende opleidingen bij Rijn IJssel hebt gevolgd zonder succes of wanneer de inschatting is dat Rijn IJssel je niet datgeen kan bieden wat je nodig hebt.
Soms is het mogelijk om zonder het benodigde diploma in te stromen in een niveau 2, 3 of 4 opleiding. Dit wordt dan voorgelegd aan de Toelatingscommissie.

Bezwaar en klachten

Het kan zijn dat je het niet eens bent met een besluit dat door ons wordt genomen. Ook kan het zijn dat je ontevreden bent over de gang van zaken rond je aanmelding. Laat dit ons dan weten. Hoe je dit kunt doen, vind je hieronder bij de 'klachtenregeling externe belanghebbenden'.

Klachtencommissie in de zomer

Rijn IJssel neemt uw klachten het hele schooljaar serieus. Bij iedere klacht wordt volgens de vastgelegde procedures hoor en wederhoor toepast om zo tot het juiste besluit te komen. Van 22 juli tot en met 20 augustus 2017 zijn de administratie, het docententeam en het management afwezig in verband met de zomervakantie. Om die reden kan een ingediende klacht pas vanaf 21 augustus 2017 optimaal in behandeling genomen worden. Dat wil echter niet zeggen dat u in deze periode geen klacht kunt uiten. Uw brief wordt vanaf 21 augustus in behandeling genomen, we nemen contact met u op. We streven ernaar uw klacht zo snel mogelijk op te lossen. Wij vragen hiervoor uw begrip en wensen u een goede zomervakantie.

 

Klachtenprocedure 

Rijn IJssel beschikt over een klachtenprocedure voor studenten. Dit geeft je als student (deelnemer genoemd in het klachtenreglement) de mogelijkheid een klacht in te dienen wanneer je ontevreden bent over de gang van zaken op school. Het indienen en de afhandeling van een klacht zijn gebonden aan regels. Hier staan kort deze regels beschreven. Ook kun je lezen welke stappen je kunt zetten om een procedure te voorkomen.

Er is een brochure over de klachtenprocedure die ook te verkrijgen is bij de afdelingsmanagers. Een exemplaar kan ook worden aangevraagd bij het secretariaat van de Klachtencommissie Deelnemers, Postbus 5162, 6802 ED Arnhem. Voor de volledige tekst verwijzen we je naar het Klachtenreglement Deelnemers dat ook aangevraagd kan worden bij het secretariaat. In geval van verschillen tussen de tekst van deze brochure en de tekst van het Klachtenreglement Deelnemers geldt altijd de tekst van het Klachtenreglement Deelnemers.

Wat is een klacht?

Een klacht is een uiting van ongenoegen over het doen en laten van medewerkers van Rijn IJssel of de gang van zaken op school. Een klacht kan over zaken gaan die volgens de student anders hadden moeten verlopen. De aard en de ernst van de klacht kan verschillen.
Er mag bijvoorbeeld geklaagd worden over:

  • het onderwijs op school
  • de BPV
  • de dienstverlening
  • het gedrag van medewerkers
  • het gedrag van medestudenten
  • het maken van beledigende opmerkingen
  • het lang ergens op moeten wachten
  • de gang van zaken bij toetsen en examens (voor bezwaren over de inhoud en beoordeling van toetsen en examens geldt een aparte procedure. Zie hiervoor de brochure voor de procedure voor bezwaar of beroep examens Rijn IJssel of het Examenreglement Rijn IJssel, hoofdstuk 5)
  • de gang van zaken bij verwijdering van een student (voor bezwaren over het besluit geldt een aparte procedure, zie verderop in de tekst onder 'Reageren op een besluit tot definitieve verwijdering van een student').

Iedere student heeft het recht om een klacht in te dienen. Als je nog geen 18 jaar bent, moet je de klacht ook indienen samen met je ouder(s) of verzorger(s). In het kader van inburgeringcursussen is het ook mogelijk dat een bedrijf of gemeente in het belang van een student als klager optreedt.

Waar dien je een klacht in?

Klachten kunnen ingediend worden bij de Klachtencommissie Deelnemers van Rijn IJssel. Het adres is Postbus 5162, 6802 ED Arnhem.

Wat te doen wanneer je een klacht hebt?

Wat voor een klacht je ook hebt, stel het aan de orde. Bespreek het eerst met degene die de klacht heeft veroorzaakt of met iemand die voor een oplossing kan zorgen. Je bent dit niet verplicht. Je kunt ook direct kiezen voor het schriftelijk indienen van je klacht.

Waarom eerst praten?

De betrokken docent, medewerker of afdelingsmanager heeft er recht op om te weten dat je niet tevreden bent. Je klacht geeft de mogelijkheid om verbeteringen aan te brengen. In veel gevallen blijkt een misverstand de oorzaak van een klacht.

Hoe pak je het gesprek aan?

  • Reageer zo snel mogelijk. Hoe langer je wacht, hoe moeilijker het vaak wordt. Alleen wanneer je erg geëmotioneerd bent, kun je de zaak beter een paar dagen laten bezinken.
  • Maak een afspraak met de betrokkene om over de klacht te praten. Geef daarbij aan waarover je wilt praten. De betrokkene kan zich dan op het gesprek voorbereiden.
  • Schrijf van tevoren voor jezelf op waarover je wilt praten.
  • Bedenk van tevoren wat je wilt bereiken. Wil je excuses, wil je weten wat er precies is gebeurd of wil je een bepaalde actie.
  • Probeer het gesprek zo zakelijk mogelijk te houden. Als je boos of emotioneel wordt kan dit felle reacties oproepen bij betrokkene.
  • Je kunt wel laten weten welke gevoelens de klacht bij je heeft opgeroepen.
  • Stel niet te veel zaken aan de orde. Bespreek wat je werkelijk van belang vindt.
  • Ben je bang voor een negatieve reactie van betrokkene? Wil je niet dat hij/zij je voortaan benadert als de klagende student? Zeg dit dan tegen hem/haar.
  • Neem iemand mee ter ondersteuning als je daar behoefte aan hebt. Laat dit wel van tevoren aan betrokkene weten, zodat deze zich niet overvallen voelt.
  • Wees bereid om samen tot een oplossing te komen. Als je een gesprek aangaat, geef je daarmee aan dat je openstaat voor de mening van de ander.
  • Geef betrokkene de kans om zaken te herstellen.
  • Behandel betrokkene met respect. Jij verwacht dat ook van de ander.

Wat mag je van de betrokken docent/medewerker/manager verwachten? Van de betrokkene mag je verwachten dat hij/zij:

  • op korte termijn op je vraag of klacht ingaat
  • een gesprek met je aangaat; de tijd voor je neemt
  • zich goed op het gesprek voorbereidt
  • serieus op je vraag of klacht ingaat
  • je opening van zaken geeft
  • de klacht erkent wanneer deze redelijk is
  • ernaar streeft om de situatie te verbeteren.

Het indienen van een klacht bij de Klachtencommissie Deelnemers

Als je niet kiest voor een gesprek met betrokkene of als het gesprek niet de gewenste uitkomst had, kun je een officiële klacht indienen. Als je dat doet, is het raadzaam eventuele andere acties stop te zetten. De klacht dien je schriftelijk in bij de Klachtencommissie Deelnemers van Rijn IJssel (hierna genoemd de Klachtencommissie). In de meeste gevallen is het raadzaam een afschrift te sturen naar de directeur van de sector.

In je brief vermeld je in ieder geval:

  • je naam, adres, woonplaats, telefoonnummer en e-mailadres
  • opleiding en onderwijslocatie
  • de datum waarop je de brief schrijft
  • een korte en duidelijke omschrijving van de klacht en over wie of wat de klacht gaat
  • wat je van de Klachtencommissie verwacht
  • je handtekening.

Op de linkerbovenhoek van de envelop vermelden: 'Klacht'.

De klacht moet duidelijk leesbaar zijn! Klachten die niet binnen een half jaar na het voorval zijn ingediend, komen niet in aanmerking voor behandeling, uitzonderingen daargelaten. Nadat je klacht is ontvangen door de commissie, krijg je binnen twee weken een ontvangstbevestiging en een beschrijving van de verdere procedure.

Klachtenbemiddeling

Nadat de klacht is ontvangen door de Klachtencommissie, kan de secretaris eventueel besluiten eerst tot klachtenbemiddeling over te gaan in plaats van de officiële procedure te volgen. Dit om de klacht snel af te handelen. In dit geval zal de secretaris van de klachtencommissie binnen een week contact opnemen met de klager met de vraag of hij/zij openstaat voor bemiddeling. Als dat zo is, dan start de bemiddeling.

De bemiddeling wordt in handen gelegd van de verantwoordelijke leidinggevende. Het is aan de klager om te bepalen gebruik te maken van de klachtenbemiddeling.

Wanneer de bemiddeling heeft plaatsgevonden, rapporteert de verantwoordelijke leidinggevende het resultaat schriftelijk binnen een week aan de Klachtencommissie.

Wanneer de klager de procedure alsnog wil vervolgen, deelt deze dit telefonisch of schriftelijk mee aan de commissie.

Procedure van de Klachtencommissie

Het huishoudelijk reglement voor de Klachtencommissie geeft de regels die gelden voor de afhandeling van de klacht. Hieronder volgt een korte samenvatting:
De secretaris van de commissie onderzoekt eerst of de brief waarin de klacht is verwoord de voorgeschreven gegevens bevat.
Daarna wordt de mogelijkheid van bemiddeling onderzocht.

Wanneer de klacht niet in behandeling wordt genomen ontvang je zo spoedig mogelijk hiervan bericht, uiterlijk binnen vier weken.
Wanneer de klacht in behandeling wordt genomen door de commissie, kunnen de klager en de aangeklaagde afzonderlijk uitgenodigd worden voor een gesprek. De klager kan zich eventueel laten bijstaan door een familielid, een ander vertrouwd persoon of een adviseur.
Indien nodig vraagt de commissie advies aan deskundigen of doet onderzoek op de werkplek.

Op basis van deze informatie doet de commissie een uitspraak. De uitspraak van de Klachtencommissie is een advies aan het college van bestuur. Het college van bestuur neemt een besluit en informeert hierover de klager en de sectordirecteur. Het besluit van het college van bestuur is bindend voor klager en aangeklaagde. Als de student het niet eens is met het besluit van het college van bestuur kan hij/zij zich wenden tot de bevoegde rechter in Arnhem

Een klacht wordt binnen acht weken na de ontvangst afgehandeld, tenzij verlenging noodzakelijk is.

Klachten worden door de Klachtencommissies binnen vijf werkdagen na ontvangst van de klacht in behandeling genomen. Binnen vijftien werkdagen na het horen van de klager en aangeklaagde stelt de Klachtencommissie het college van bestuur op de hoogte van haar advies. Het college van bestuur neemt op basis van het advies binnen twee weken een besluit en laat dit de klager binnen een week weten.

Reageren op een besluit tot definitieve verwijdering van een student

In het ernstige geval dat er sprake is van een verwijdering van een student, dient de school volgens een voorgeschreven werkwijze te handelen. Meer informatie hierover vind je in de Onderwijsovereenkomst. Het is mogelijk dat een student protesteert tegen een verwijdering: hiervoor is een voorgeschreven procedure die bestaat uit drie stappen.

  1. Als de student een brief ontvangt waarin het voornemen tot definitieve verwijdering staat beschreven en hiertegen wil protesteren, dient deze binnen een week na ontvangst van de brief schriftelijk te reageren naar de sectordirecteur. De sectordirecteur neemt daarop een besluit tot wel of niet verwijdering binnen twee weken na dagtekening van de eerste brief waarin het voornemen tot definitieve verwijdering staat beschreven. Als de uitslag van dit besluit bevredigend is, kan de student weer naar school. Als het resultaat niet bevredigend is, kan de student de volgende stap doen door in beroep te gaan.
  2. De student kan schriftelijk in beroep gaan tegen het besluit tot definitieve verwijdering bij de Klachtencommissie. Wanneer het beroep in behandeling wordt genomen door de commissie, kunnen de student en de sectordirecteur afzonderlijk uitgenodigd worden voor een gesprek. De student kan zich eventueel laten bijstaan door een familielid, een vertrouwd persoon of een adviseur.
    Indien nodig vraagt de commissie advies aan deskundigen of doet onderzoek op de werkplek.
    Op basis van deze informatie doet de commissie binnen drie weken een uitspraak. De uitspraak van de Klachtencommissie is een advies aan het college van bestuur. Het college van bestuur neemt binnen een week een besluit en informeert hierover binnen een week de student en de sectordirecteur. Wanneer dit besluit bevredigend is, kan de student weer naar school. Als het resultaat niet bevredigend is, kan de student een volgende stap maken door in beroep te gaan bij de Rechtbank.
  3. Als de student het niet eens is met het besluit van het college van bestuur kan hij/zij zich wenden tot de bevoegde rechter in Arnhem.

Arnhem, juli 2015

Klachten in de zomer

Rijn IJssel neemt uw klachten het hele schooljaar serieus. Bij iedere klacht wordt volgens de vastgelegde procedures hoor en wederhoor toepast om zo tot het juiste besluit te komen. Van 22 juli tot en met 20 augustus 2017 zijn de administratie, het docententeam en het management afwezig in verband met de zomervakantie. Om die reden kan een ingediende klacht pas vanaf 21 augustus 2017 optimaal in behandeling genomen worden. Dat wil echter niet zeggen dat u in deze periode geen klacht kunt uiten. Uw brief wordt vanaf 21 augustus in behandeling genomen, we nemen contact met u op. We streven ernaar uw klacht zo snel mogelijk op te lossen. Wij vragen hiervoor uw begrip en wensen u een goede zomervakantie.

 

Klachtenregeling externe belanghebbenden 

Onderstaande tekst betreft de klachtenregeling voor externe belanghebbenden, door het college van bestuur vastgesteld d.d. 20 mei 2014, document 13-0771. Het document kan hier gedownload worden.

Inleiding

Op basis van de klachtenregeling externe belanghebbenden Rijn IJssel kunnen externe belanghebbenden klachten effectief aanhangig te maken. Deze klachtenregeling biedt een bepaalde instantie de mogelijkheid om met Rijn IJssel in gesprek te komen wanneer zij bijvoorbeeld van mening is dat onvoldoende effectief en efficiënt met haar opleidingsvragen en verwachtingen wordt omgegaan. Aspirant-studenten kunnen op grond van deze regeling een klacht indienen over bijvoorbeeld de intakeprocedure of de afwijzing voor een opleiding van Rijn IJssel. Ook kunnen sollicitanten op basis van deze regeling een klacht indienen over de sollicitatieprocedure.

Het indienen en het afhandelen van een klacht is gebonden aan formele regels, omdat er belangen van verschillende mensen in het geding kunnen zijn. Grote zorgvuldigheid is dan een eerste vereiste. In deze klachtenregeling worden de regels nader beschreven.

Begrippenkader

Artikel 1 Begrippen
In deze regeling wordt verstaan onder:

  • cao-bve: collectieve arbeidsovereenkomst voor het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie;
  • college van bestuur: het bevoegd gezag van Rijn IJssel;
  • klachtencommissie: commissie als bedoeld in artikel 2 van deze regeling;
  • klacht: een concreet geformuleerd bezwaar op het gebied van:
    • de missie, beleid en doelstellingen van Rijn IJssel of het profiel en het concrete opleidingsaanbod en de dienstverlening van Rijn IJssel,
    • de intakeprocedure en/of (een bezwaar tegen) de afwijzing voor een opleiding van Rijn IJssel
    • de sollicitatieprocedure
  • klager: een externe belanghebbende, zijnde:
    • het afnemende beroepenveld (bedrijfsleven, non-profitinstellingen), de lokale overheid (gemeenten), aanbieders van andere publieke diensten en producten (reïntegratiebedrijven, centra voor werk en inkomen, woningcorporaties, welzijnsorganisaties, jeugdzorg en hulpverlening, justitie en politie en dergelijke), werkgevers- en werknemersorganisaties in de regio, brancheorganisaties in het bedrijfsleven, toeleverende en afnemende scholen en andere regionale partijen zoals de Kamer van Koophandel;
    • de aspirant-student die zich heeft aangemeld bij Rijn IJssel maar nog geen onderwijsovereenkomst heeft gesloten;
    • een sollicitant die niet in dienst is van Rijn IJssel en een sollicitatie procedure heeft doorlopen bij Rijn IJssel.
  • verweerder:
    • in geval een klacht als genoemd onder artikel 1 d onder 1: Rijn IJssel, vertegenwoordigd door het college van bestuur;
    • in geval van een klacht als genoemd onder artikel 1 d onder 2: de clusterdirecteur van de opleiding waarbij de aspirant-student zich heeft aangemeld
    • in geval van een klacht als genoemd onder artikel 1 d onder 3: de HRM-manager
  • OR: ondernemingsraad van Rijn IJssel;
  • werkdag: elke dag niet zijnde een zaterdag, zondag, erkende feestdag of een door Rijn IJssel vastgestelde vakantiedag;
  • Raad van toezicht: raad van toezicht van Rijn IJssel

Behandeling van klachten

Klachtencommissie voor externe belanghebbenden

Artikel 2 Instelling en samenstelling klachtencommissie voor externe belanghebbenden

  1. Er is een klachtencommissie voor externe belanghebbenden die klachten onderzoekt en het college van bestuur (en in geval van een klacht als genoemd in artikel 1d onder 1: tevens de raad van toezicht) hierover adviseert.
  2. De klachtencommissie bestaat uit drie leden:
    a. een voorzitter
    b. een secretaris
    c. een oproepbaar lid
  3. De voorzitter is een onafhankelijk persoon die geen dienstverband heeft met Rijn IJssel. De voorzitter ontvangt een door het college van bestuur vast te stellen vergoeding per dagdeel.
  4. Het oproepbare lid is afkomstig uit een van de onderwijsclusters, niet zijnde het bij de klacht betrokken cluster. Het is een leidinggevende uit een cluster, die deskundig is op het terrein van klachtbehandeling. De secretaris roept in overleg met de voorzitter een lid op. Hiervoor is een lijst met oproepbare personen beschikbaar. Elk cluster stelt tenminste één medewerker beschikbaar. De secretaris vraagt ieder schooljaar bij de clusters een actuele lijst op van beschikbare medewerkers.
  5. Leden van het college van bestuur of de raad van toezicht, alsmede studenten van Rijn IJssel en wettelijke vertegenwoordigers van minderjarige studenten kunnen geen zitting hebben in de klachtencommissie.

Artikel 3 Taken klachtencommissie

  1. De klachtencommissie bepaalt de ontvankelijkheid van de klacht.
  2. De klachtencommissie bepaalt of een klacht gegrond is en brengt een advies uit aan het college van bestuur.
  3. De klachtencommissie neemt, ter bescherming van de belangen van alle direct betrokkenen, de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht bij de behandeling van een klacht. De leden van de klachtencommissie zijn verplicht tot geheimhouding van alle zaken die zij in die hoedanigheid vernemen. Deze plicht vervalt niet nadat betrokkene zijn taak als lid van de klachtencommissie heeft beëindigd.
  4. De klachtencommissie brengt jaarlijks aan het College van Bestuur schriftelijk verslag uit over het aantal en de soort klachten, waarover zij advies heeft uitgebracht. Een afschrift van dit verslag gaat naar de OR.

Artikel 4 Zittingsduur

  1. De voorzitter en secretaris en hun plaatsvervangers worden telkens voor drie jaar benoemd door het college van bestuur.
  2. De voorzitter kan op ieder moment ontslag nemen met inachtneming van een opzegtermijn van 3 maanden.

Procedure

Artikel 5 Indienen van een klacht

  1. De klager dient de klacht in bij de klachtencommissie Externe belanghebbenden.
  2. Indien de klacht terecht komt bij een ander orgaan dan de klachtencommissie, verwijst de betreffende de klager door naar de klachtencommissie. De ontvanger is tot geheimhouding verplicht.
  3. De secretaris van de klachtencommissie stuurt, binnen twee weken na ontvangst van de klacht een ontvangstbevestiging en een beschrijving van de verdere procedure.

Artikel 6 Ontvankelijkheid/inhoud van de klacht

  1. De klacht dient te worden ingediend binnen twee maanden nadat de gebeurtenis heeft plaatsgevonden die tot de klacht heeft geleid. Uitzonderingen op deze bepaling zijn ter beoordeling aan de Klachtencommissie.
  2. De klacht wordt ondertekend en schriftelijk ingediend bij de klachtencommissie Externe belanghebbenden, postbus 5162, 6802 ED Arnhem.
  3. De klacht bevat ten minste:
    a. de naam en het adres van de klager;
    b. de dagtekening;
    c. een omschrijving van de klacht.
  4. Indien niet is voldaan aan het gestelde in lid 1 t/m 3, dan zal de klager door de klachtencommissie niet-ontvankelijk worden verklaard.
  5. Indien de klager niet-ontvankelijk wordt verklaard, wordt dit gemotiveerd aan de klager en de verweerder gemeld.

Artikel 7 Intrekken van de klacht
Indien de klager tijdens de procedure bij de klachtencommissie de klacht intrekt, deelt de klachtencommissie dit aan de verweerder mee. De procedure wordt daarmee beëindigd.

Artikel 8 Vooronderzoek
De klachtencommissie is in verband met de voorbereiding van de behandeling van de klacht bevoegd alle gewenste inlichtingen in te winnen. Zij kan daartoe deskundigen inschakelen en hen zo nodig uitnodigen voor de hoorzitting. Indien hieraan kosten zijn verbonden, is ter dekking daarvan vooraf akkoord van het college van bestuur vereist.

Artikel 9 Hoorzitting

  1. De voorzitter van de klachtencommissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de klager en de verweerder tijdens een hoorzitting in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord. De hoorzitting is niet openbaar.
  2. De verweerder wordt voorafgaande aan de hoorzitting door de klachtencommissie schriftelijk op de hoogte gesteld van de inhoud van de klacht en in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de hoorzitting zijn reactie schriftelijk in te dienen.
  3. Tijdens de hoorzitting kunnen klager en verweerder hun standpunt en de relevante feiten en omstandigheden nader toelichten. Bij deze hoorzitting kunnen de klager en de verweerder zich laten bijstaan door één persoon, bijvoorbeeld een familielid of (juridisch) adviseur.
  4. De klager en de verweerder worden buiten elkaars aanwezigheid gehoord, tenzij de klachtencommissie anders bepaalt.
  5. De klachtencommissie kan bepalen, al dan niet op verzoek van de klager of de verweerder, dat derden bij het verhoor aanwezig zijn.
  6. Van de hoorzitting wordt geen apart verslag gemaakt. Een zakelijke weergave van het besprokene wordt verwerkt in het advies van de klachtencommissie als genoemd in artikel 12 van deze regeling.

Artikel 10 Niet-deelneming aan de behandeling
De voorzitter en de leden van de klachtencommissie nemen niet deel aan de behandeling van een klacht, indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. In dat geval wijst het college van bestuur een plaatsvervanger aan.

Artikel 11 Quorum
Voor het houden van een zitting is vereist, dat ieder lid van de klachtencommissie of zijn plaatsvervanger aanwezig is.

Artikel 12 Advies

  1. De klachtencommissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het advies. Het advies komt tot stand met meerderheid van stemmen.
  2. De klachtencommissie brengt binnen 6 weken na ontvangst van de klacht haar advies schriftelijk uit aan het College van Bestuur (en in geval van een klacht als genoemd in artikel 1 d onder 1) van deze regeling: tevens aan de Raad van Toezicht als interne toezichthouder). Deze termijn kan met 20 werkdagen worden verlengd. Deze verlenging meldt de klachtencommissie met redenen omkleed aan de klager, de verweerder en de Raad van Toezicht.
  3. De klachtencommissie geeft in haar advies een gemotiveerd oordeel over het al dan niet gegrond zijn van de klacht. De klachtencommissie doet geen uitspraak over aansprakelijkheid.
  4. In geval van een klacht als genoemd in artikel 1 d onder 1) van deze regeling geldt dat de Raad van Toezicht en het college van bestuur naar aanleiding van het advies van de klachtencommissie met elkaar in overleg dienen te treden over het op grond van artikel 13 te nemen besluit.

Artikel 13 Beslissing op advies door college van bestuur

  1. Binnen tien werkdagen na ontvangst van het advies van de klachtencommissie neemt het college van bestuur een besluit naar aanleiding van het advies en deelt aan de klager, de verweerder en de klachtencommissie mee of naar aanleiding van het advies maatregelen worden genomen en zo ja welke.
  2. Deze termijn kan met ten hoogste één maand worden verlengd. Deze verlenging meldt het college van bestuur met redenen omkleed aan de klager, de verweerder en de klachtencommissie.

Artikel 14 Geheimhouding

  1. Eenieder, betrokken bij Rijn IJssel, die ingevolge de klachtenregeling op de hoogte is gebracht van feiten dan wel in het bezit is gekomen van schriftelijke stukken met betrekking tot een klacht, is verplicht tot geheimhouding van deze feiten en stukken tegenover derden.
  2. Het schenden van de geheimhoudingsplicht wordt voor een medewerker aangemerkt als plichtsverzuim in de zin van artikel H-32 en H-33 van de verlengde cao-bve 2007-2009.

Slotbepalingen

Artikel 15 Openbaarheid
Het college van bestuur maakt deze regeling openbaar.

Artikel 16 Evaluatie
De regeling wordt binnen vier jaar na inwerkingtreding door een commissie, bestaande uit vertegenwoordigers van het college van bestuur, de klachtencommissie en de OR geëvalueerd.

Artikel 17 Wijziging van het reglement
Deze regeling kan door het college van bestuur worden gewijzigd of ingetrokken, na overleg met de klachtencommissie en de OR, met inachtneming van de vigerende bepalingen.

Artikel 18 Overige bepalingen

  1. In gevallen waarin de regeling niet voorziet, beslist het college van bestuur.
  2. Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Klachtenregeling voor externe belanghebbenden Rijn IJssel’.
  3. De regeling treedt in werking op 20 mei 2014.

Regeling inzake het omgaan met een vermoeden van een ernstige misstand (klokkenluidersregeling) van Rijn IJssel (Stichting Regionaal Opleidingscentrum Arnhem)

Inhoudsopgave

Rijn IJssel acht het van maatschappelijk belang dat medewerkers en deelnemers op adequate en veilige wijze melding kunnen doen van eventuele vermoedens van ernstige misstanden bij Rijn IJssel.

Toelichting

Algemeen
Op basis van de Governance Code BVE geldt voor elke BVE-instelling de verplichting om een klokken-luidersregeling vast te stellen.

Inhoud van de regeling
De regeling dient als houvast bij het melden van een ernstige misstand voor zowel de werknemer en de deelnemer als de werkgever.

Zorgvuldigheidseisen
In zijn algemeenheid gelden een aantal materiële en formele zorgvuldigheidseisen, die de klokkenluider in acht dient te nemen.

Van materiële zorgvuldigheid is sprake indien:

  • de werknemer of de deelnemer een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden heeft dat sprake is van een ernstige (dreigende) misstand, zoals een (dreigend) ernstig strafbaar feit, het misleiden van justitie of het bewust achterhouden van informatie over deze feiten, en
  • met de openbaarmaking een maatschappelijk belang gediend wordt, en
  • het belang van de openbaarmaking in maatschappelijk opzicht prevaleert boven het belang van de werkgever bij geheimhouding.

Van formele zorgvuldigheid is sprake indien:

  • de werknemer of de deelnemer de betreffende feiten eerst intern aan de orde stelt, tenzij dit in redelijkheid niet van hem/haar kan worden gevergd, zinloos is of strijdig met het maatschappelijk belang, en
  • de werknemer of de deelnemer, indien interne melding niet is geboden of niet tot cor-rectieve actie leidt, de feiten op een passende en evenwichtige wijze bekend maakt.

Rechtsbescherming
Medewerkers die volgens de omschreven procedure een ernstige misstand aan de orde stellen, ge-dragen zich op een wijze die bij een goede uitoefening van de functie hoort. Zij mogen niet in hun belangen worden geschaad en dienen derhalve voldoende rechtsbescherming te krijgen. Het melden van de ernstige misstand mag geen ontslaggrond vormen noch leiden tot het treffen van maatregelen.
Hetzelfde geldt voor de deelnemer. Het melden van een ernstige misstand mag geen grond zijn om de onderwijsovereenkomst met de deelnemer te beëindigen noch tot het treffen van maatregelen.

Externe bekendmaking / publiciteit
In zijn algemeenheid geldt dat er sprake is van plichtsverzuim als de medewerker zonder het vermoe-den van de ernstige misstand intern aan de orde te hebben gesteld naar buiten treedt. Bij een deelnemer is in dat geval de classificatie ‘ernstig wangedrag’ van toepassing.
De omstandigheden van het geval dienen bij de beoordeling echter altijd meegewogen te worden.

Definities

Artikel 1

  • de werknemer: degene die al dan niet in dienst werkzaam is ten behoeve van Rijn IJssel;
  • de deelnemer: degene met ene geldige onderwijsovereenkomst met Rijn IJssel;
  • leidinggevende: degene die direct leiding geeft aan de werknemer;
  • de klachtencommissie deelnemers: de commissie die door het college van bestuur van Rijn IJssel is ingesteld om als zodanig te functioneren;
  • de interne geschillencommissie: de commissie die door het college van bestuur van Rijn IJssel is ingesteld om als geschillencommissie voor medewerkers te functioneren; deze commissie bestaat uit drie externe leden, maar wordt door de term ‘interne’ onderscheiden van de externe geschil-lencommissie voor de bve-sector in Woerden;
  • een vermoeden van een ernstige misstand: een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden met betrekking tot Rijn IJssel, ondermeer in verband met:
    a. een (dreigend) strafbaar feit;
    b. een (dreigende) schending van wet- en regelgeving;
    c. een (dreiging van) bewust onjuist of onrechtmatig informeren van ondermeer publieke organen;
    d. een gevaar voor de volksgezondheid, de veiligheid of het milieu; of
    e. (een dreiging van) het bewust achterhouden, vernietigen of manipuleren van informatie over deze feiten of andere feiten.

Procedure

Artikel 2

Procedure werknemer

  1. Tenzij sprake is van een uitzonderingsgrond als bedoeld in artikel 3 lid 2, meldt de werknemer een vermoeden van een ernstige misstand intern bij zijn leidinggevende of indien hij melding aan zijn leidinggevende niet wenselijk acht bij een lid van het college van bestuur. Melding aan het college van bestuur kan ook plaatsvinden naast de melding aan zijn leidinggevende.
  2. De leidinggevende of het lid van het college van bestuur legt de melding, met de datum waarop deze ontvangen is, schriftelijk vast en laat die vastlegging voor akkoord tekenen door de werknemer, die daarvan een afschrift ontvangt. De leidinggevende of het lid van het college van bestuur draagt er zorg voor dat de voorzitter van de interne geschillencommissie onverwijld op de hoogte wordt gesteld van een gemeld vermoeden van een ernstige misstand en van de datum waarop de melding ontvangen is en dat de voorzitter van de interne geschillencommissie een afschrift van de vastlegging ontvangt. Ook de voorzitter van het college van bestuur, voor zover deze nog niet op de hoogte is, wordt van de melding in kennis gesteld, tenzij sprake is van een uitzonderingsgrond als bedoeld in artikel 3 lid 1.
  3. De voorzitter van de interne geschillencommissie stuurt een ontvangstbevestiging aan de werk-nemer die een vermoeden van een ernstige misstand heeft gemeld.
  4. Onverwijld wordt door de Interne geschillencommissie een onderzoek gestart naar aanleiding van de melding van een vermoeden van een ernstige misstand.
  5. De werknemer die het vermoeden van een ernstige misstand meldt en degene(n) aan wie het vermoeden van de ernstige misstand is gemeld behandelen de melding vertrouwelijk. Zonder toe-stemming van de voorzitter van de interne geschillencommissie wordt geen informatie verschaft aan derden binnen of buiten Rijn IJssel. Bij het verschaffen van informatie zal de naam van de werknemer niet worden genoemd en ook overigens de informatie zo worden verstrekt dat de anonimiteit van de werknemer voor zover mogelijk gewaarborgd is.
  6. Binnen een periode van vier weken vanaf het moment van de interne melding wordt de werknemer door of namens de voorzitter van de interne geschillencommissie schriftelijk op de hoogte gebracht van een inhoudelijk standpunt omtrent het gemeld vermoeden van een ernstige misstand (dan wel omtrent een verlengingstermijn voor behandeling). Daarbij wordt aangegeven óf de melding tot stappen heeft geleid en zo ja, tot welke stappen. Ook de voorzitter van het college van bestuur, voorzover deze nog niet op de hoogte is, wordt van het standpunt in kennis gesteld, tenzij sprake is van een uitzonderingsgrond als bedoeld in artikel 3 lid 1.

    Procedure deelnemer
  7. Tenzij sprake is van een uitzonderingsgrond als bedoeld in artikel 3 lid 2, meldt de deelnemer een vermoeden van een ernstige misstand intern bij de directeur van de sector waar zijn/haar opleiding onder valt of indien hij/zij melding aan de directeur niet wenselijk acht, bij een lid van het college van bestuur. Melding aan de directeur kan ook plaatsvinden naast de melding aan het college van bestuur.
  8. De directeur of het lid van het college van bestuur legt de melding, met de datum waarop deze ontvangen is, schriftelijk vast en laat die vastlegging voor akkoord tekenen door de deelnemer, die daarvan een afschrift ontvangt. De directeur of het lid van het college van bestuur draagt er zorg voor dat de voorzitter van de Klachtencommissie deelnemers zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen één week op de hoogte wordt gesteld van een gemeld vermoeden van een ernstige misstand en van de datum waarop de melding ontvangen is en dat de voorzitter van de Klachtencommissie deelnemers een afschrift van de vastlegging ontvangt. Ook de voorzitter van het college van bestuur, voor zover deze nog niet op de hoogte is, wordt van de melding in kennis gesteld, tenzij sprake is van een uitzonderingsgrond als bedoeld in artikel 3 lid 1.
  9. De voorzitter van de Klachtencommissie deelnemers stuurt een ontvangstbevestiging aan de deel-nemer die een vermoeden van een ernstige misstand heeft gemeld.
  10. Uiterlijk binnen één week na ontvangst van de melding wordt door de Klachtencommissie deel-nemers een onderzoek gestart naar aanleiding van de melding van een vermoeden van een ernstige misstand.
  11. De deelnemer die het vermoeden van een ernstige misstand meldt en degene(n) aan wie het vermoeden van de ernstige misstand is gemeld behandelen de melding vertrouwelijk. Zonder toe-stemming van de voorzitter van de klachtencommissie deelnemers wordt geen informatie verschaft aan derden binnen of buiten Rijn IJssel. Bij het verschaffen van informatie zal de naam van de deelnemer niet worden genoemd en ook overigens de informatie zo worden verstrekt dat de anonimiteit van de deelnemer voor zover mogelijk gewaarborgd is.
  12. Binnen een periode van vier weken vanaf het moment van de interne melding wordt de deelnemer door of namens de voorzitter van de Klachtencommissie deelnemers schriftelijk op de hoogte gebracht van een inhoudelijk standpunt omtrent het gemeld vermoeden van een ernstige misstand (dan wel omtrent een verlengingstermijn voor behandeling). Daarbij wordt aangegeven óf de melding tot stappen heeft geleid en zo ja, tot welke stappen. Ook de voorzitter van het college van bestuur, voorzover deze nog niet op de hoogte is, wordt van het standpunt in kennis gesteld, tenzij sprake is van een uitzonderingsgrond als bedoeld in artikel 3 lid 1.

Melding aan de voorzitter van de raad van toezicht

Artikel 3

  1. De werknemer of de deelnemer kan het vermoeden van een ernstige misstand melden bij de voorzitter van de raad van toezicht, indien:
    a. hij/zij het niet eens is met het standpunt of de verlengingstermijn voor behandeling als bedoeld in artikel 2; of
    b. het vermoeden van een ernstige misstand een lid van de Interne geschillencommissie resp. deelnemers betreft; of
    c. het vermoeden van een ernstige misstand een lid van het college van bestuur betreft; of
    d. sprake is van een uitzonderingsgrond als bedoeld in het volgende lid.
  2. Een uitzonderingsgrond als bedoeld in het vorige lid onder d doet zich voor, indien sprake is van
    a. acuut gevaar, waarbij een zwaarwegend en spoedeisend maatschappelijk belang onmiddellijke externe melding noodzakelijk maakt;
    b. een situatie waarin de werknemer of de deelnemer in redelijkheid kan vrezen voor tegenmaat-regelen als gevolg van een interne melding;
    c. een eerdere interne melding conform de procedure van in wezen dezelfde ernstige misstand, die de ernstige misstand niet heeft weggenomen;
    d. een wettelijke plicht tot direct extern melden.
  3. De voorzitter van de raad van toezicht legt de melding, met de datum waarop deze ontvangen is, schriftelijk vast en laat die vastlegging voor akkoord tekenen door de werknemer of de deelnemer, die daarvan een afschrift ontvangt.
  4. De voorzitter van de raad van toezicht stuurt een ontvangstbevestiging aan de werknemer of de deelnemer die een vermoeden van een ernstige misstand heeft gemeld.
  5. Uiterlijk binnen één week na ontvangst van de melding wordt door of namens de voorzitter van de raad van toezicht een onderzoek naar aanleiding van de melding van een vermoeden van een ernstige misstand gestart. Dit onderzoek dient omwille van de zorgvuldigheid geheel buiten Rijn IJssel uitgevoerd te worden. Hiertoe kan de voorzitter van de raad van toezicht een bureau of een persoon/personen inschakelen dat gekwalificeerd is / die gekwalificeerd zijn om met inachtneming van de bepalingen in deze regeling de melding te onderzoeken.
  6. De werknemer of de deelnemer die het vermoeden van een ernstige misstand meldt en degene(n) aan wie het vermoeden van de ernstige misstand is gemeld behandelen de melding vertrouwelijk. Zonder toestemming van de voorzitter van de raad van toezicht wordt geen informatie verschaft aan derden binnen of buiten Rijn IJssel. Bij het verschaffen van informatie zal de naam van de werknemer of deelnemer niet worden genoemd en ook overigens zal de informatie zo worden verstrekt dat de anonimiteit van de werknemer of deelnemer voor zover mogelijk gewaarborgd is.
  7. Binnen een periode van vier weken vanaf het moment van de melding wordt de werknemer of deelnemer door of namens de voorzitter van de raad van toezicht schriftelijk op de hoogte gebracht van een inhoudelijk standpunt omtrent het gemeld vermoeden van een ernstige misstand (dan wel omtrent een verlengingstermijn voor behandeling). Daarbij wordt aangegeven of de melding tot stappen heeft geleid en zo ja, tot welke stappen.

Rechtsbescherming

Artikel 4
De werknemer of deelnemer die met inachtneming van de bepalingen in deze regeling een vermoeden van een ernstige misstand heeft gemeld, wordt op geen enkele wijze in zijn positie benadeeld als gevolg van het melden daarvan.

Inwerkingtreding

Artikel 5
Deze regeling treedt in werking op 30 oktober 2007 en kan worden aangehaald als ‘Klokkenluidersregeling Rijn IJssel 2007’. De regeling is geldig voor onbepaalde tijd.

Privacyreglement van Rijn IJssel ten behoeve van de verwerking van deelnemersgegevens door bve-instellingen in het kader van de Wet Bescherming Persoonsgegevens, de Wet op het Onderwijs en de Wet Educatie Beroepsonderwijs.

Algemene bepalingen

1. Begripsbepalingen

  1. Persoonsgegevens
    Elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. Anonieme gegevens zijn geen persoonsgegevens en vallen niet onder dit reglement.

    Personalia en identificatiegegevens
    Persoonsgegevens, die betrekking hebben op persoonlijke bijzonderheden van betrokkene (naam, adres, woonplaats, e.d.).

    Medische of psychologische gegevens
    Persoonsgegevens, direct of indirect betrekking hebbend op de lichamelijke of geestelijke gesteldheid van betrokkene.

    Financiële en administratieve gegevens
    Gegevens die in de administratie van de Rijn IJssel en de persoonsdossiers zijn opgenomen, niet zijnde personalia, identificatie-, medische of psychologische gegevens, die noodzakelijk zijn voor de financiering en / of administratieve afhandeling.

  2. Persoonsgebonden nummer
    Het sociaal-fiscaalnummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder j, van de Algemene wet
    inzake rijksbelastingen, dan wel het door de Informatie Beheer Groep uitgegeven
    onderwijsnummer, bedoeld in artikel 8.1.1,a, vierde lid van de Wet Educatie en
    Beroepsonderwijs.
  3. Verwerking van persoonsgegevens
    Elke handeling of geheel van handelingen met betrekking tot persoonsgegevens, waaronder in ieder geval het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van >doorzending, verspreiding of enige vorm van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van gegevens.
  4. Bestand
    Elk gestructureerd geheel van persoonsgegevens, ongeacht of dit geheel van gegevens gecentraliseerd is of verspreid is op een functioneel of geografische wijze, dat volgens bepaalde criteria toegankelijk is en betrekking heeft op verschillende personen.
  5. Verantwoordelijke
    Het college van bestuur van Rijn IJssel dat krachtens delegatie door de Raad van Toezicht het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt.
  6. Beheerder
    Degene die onder verantwoordelijkheid van de verantwoordelijke is belast met de dagelijkse zorg voor een persoonsregistratie of een gedeelte daarvan.
  7. Gebruiker
    Degene die geautoriseerd is gegevens in een persoonsregistratie in te voeren en /of te muteren, dan wel van enigerlei uitvoer van de persoonsregistratie kennis te
    nemen (zie bijlage A).
  8. Bewerker
    Externe persoon of organisatie niet verbonden aan Rijn IJssel, die ten behoeve van de verantwoordelijke persoonsgegevens verwerkt, zonder aan zijn rechtsgezag te zijn onderworpen.
  9. Betrokkene
    Degene op wie een persoonsgegeven betrekking heeft.
  10. Derde
    Ieder ander dan de betrokkene, de verantwoordelijke, de bewerker, of degene(n) die onder gezag van de verantwoordelijke of de bewerker gemachtigd is (zijn) om
    persoonsgegevens te verwerken.
  11. Ontvanger
    Degene aan wie de persoonsgegevens worden verstrekt.
  12. Toestemming van betrokkene
    Elke vrije, specifieke en op informatie berustende wilsuiting waarmee de betrokkene aanvaardt dat zijn persoonsgegevens worden verwerkt.
  13. College bescherming persoonsgegevens
    Het College dat tot taak heeft toe te zien op de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig de wet, hierna te noemen 'het College'.
  14. De functionaris gegevensbescherming
    Een functionaris voor de gegevensbescherming (FG) die bij besluit wordt benoemd door de verantwoordelijke. De bevoegdheden van het College blijven onverminderd van kracht.
  15. Voorafgaand onderzoek
    Een onderzoek door het College voorafgaand aan de verwerking van persoonsgegevens.
  16. Verstrekken van persoonsgegevens
    Het bekend maken of ter beschikking stellen van persoonsgegevens.
  17. Rijn IJssel
    De Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Arnhem, tevens handelend onder de naam Rijn IJssel met als doel: het (doen) geven en bevorderen van beroepsonderwijs en volwasseneneducatie en het (doen) uitvoeren van vormings- en ontwikkelingswerk, één en ander in de zin van de daarop betrekking hebbende wet- en regelgeving en op algemeen bijzondere grondslag, met specifieke aandacht voor groepen in de samenleving die een laag onderwijs en/of ontwikkelingsniveau hebben.
  18. De WBP
    De Wet Bescherming Persoonsgegevens, waarin de belangrijkste regels voor het verzamelen, vastleggen en gebruiken van persoonsgegevens zijn opgenomen.
  19. De WEB
    De Wet Educatie en Beroepsonderwijs. In dit verband is met name de wetswijziging die gerelateerd is aan het gebruik van de persoonsgebonden nummers van belang zoals opgenomen in Staatsblad 2001 nr. 681.

2. Reikwijdte

  1. Dit reglement is van toepassing op zowel geautomatiseerde als handmatige verwerking van persoonsgegevens in relatie tot de deelnemers binnen Rijn IJssel.
  2. Elk gebruik van persoonsgegevens berust op ten minste één van de volgende gronden:
    a. toestemming van betrokkene;
    b. noodzakelijkheid voor de uitvoering of voorbereiding van een overeenkomst met betrokkene;
    c. het nakomen van een wettelijke verplichting door de instelling;
    d. noodzakelijkheid ter vrijwaring van vitale belangen van de betrokkene (zoals een ernstig gevaar voor de gezondheid);
    e. noodzakelijkheid voor een goede vervulling van een publiekrechtelijke taak van de instelling;
    f. noodzakelijkheid in verband met een gerechtvaardigd belang van de verantwoordelijke.
  3. Voor de verwerking van de deelnemergegevens heeft de instelling de volgende rechtvaardigingsgronden:
    a. Artikel 8.1.1. van WEB: dit schrijft voor dat de instelling een deelnemerregistratie voert. Hiermee is voldaan aan de voorwaarde, genoemd onder artikel 2.2 sub c van dit reglement.
    b. Artikel 8.1.3. Onderwijsovereenkomst en 7.2.8. De beroepspraktijkvorming van de WEB:
    deze schrijven voor dat de instelling een onderwijs- en praktijkovereenkomst afsluit met de deelnemer. Hiermee is voldaan aan de voorwaarde, genoemd onder artikel 2.2 sub b van dit reglement.
    c. Artikel 2.2 sub d (in geval van een ernstig gevaar voor de gezondheid) en sub f (functioneren eigen organisatie) van dit reglement.
    d. Artikel 49 t/m 51 van de Wet Inburgering

Verwerking van persoonsgegevens

3. Doel van de verwerking van persoonsgegevens

  1. De verwerking van persoonsgegevens door Rijn IJssel geschiedt conform artikel 19 van het Vrijstellingsbesluit WBP slechts voor:
    a. de organisatie of het geven van het onderwijs, de begeleiding van leerlingen, deelnemers of studenten, dan wel het geven van studieadviezen;
    b. het verstrekken of ter beschikking stellen van leermiddelen;
    c. het berekenen, vastleggen en innen van inschrijvingsgelden, school- en lesgelden en bijdragen of vergoedingen voor leermiddelen en buitenschoolse activiteiten, waaronder begrepen het in handen van derden stellen van vorderingen, alsmede andere activiteiten van intern beheer;
    d. het behandelen van geschillen en het doen uitoefenen van accountantscontrole;
    e. de uitvoering of toepassing van een andere wet.

4. Verwerking van persoonsgegevens

  1. Conform artikel 19 van het Vrijstellingsbesluit WBP worden geen andere persoonsgegevens verwerkt dan:
    a. naam, voornamen, voorletters, titulatuur, geslacht, geboortedatum, adres, postcode, woonplaats, telefoonnummer en soortgelijke voor communicatie bedoelde gegevens, alsmede bank- en girorekeningnummer van de betrokkene;
    b. een administratienummer dat geen andere informatie bevat dan bedoeld onder a;
    c. nationaliteit en geboorteplaats;
    d. gegevens als bedoeld onder a, van de ouders, voogden of verzorgers van leerlingen, deelnemers of studenten;
    e. gegevens die noodzakelijk zijn met het oog op de gezondheid of het welzijn van betrokkene;
    f. gegevens betreffende de aard en het verloop van het onderwijs, alsmede de behaalde studieresultaten;
    g. gegevens met het oog op de organisatie van het onderwijs en het verstrekken of ter beschikking stellen van leermiddelen;
    h. gegevens met het oog op het berekenen, vastleggen en innen van inschrijvingsgelden, school- en lesgelden en bijdragen of vergoedingen voor leermiddelen en buitenschoolse activiteiten;
    i. andere dan de onder a tot en met i bedoelde gegevens waarvan de verwerking wordt vereist ingevolge of noodzakelijk is met het oog op de toepassing van een andere wet.
  2. 4.2 De verantwoordelijke verwerkt op basis van artikel 2.3.6a lid 2 WEB en artikel 47 t/m 51 van de Wet Inburgering ook de volgende gegevens in verband met uitwisseling met de Informatie Beheer Groep:
    a. de postcode van de woonplaats;
    b. de datum van inschrijving of einde inschrijving;
    c. de opleiding;
    d. de hoogste en de laatste vooropleiding;
    e. het al dan niet betalen van lesgeld;
    f. het al dan niet volgen van een educatief programma als bedoeld in artikel 6 lid 1, en 7 van de Wet inburgering nieuwkomers;
    g. het educatieprogramma (vakken);
    h. de behaalde certificaten;
    i. het uitstroomniveau of het behaalde diploma en de datum waarop het dipoma is behaald;
    j. het registratienummer van de instelling en locatie.

    Bij ministeriële regeling kan een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens bedoeld in dit lid.
  3. De verantwoordelijke zorgt voor het goed functioneren van de verwerking van de
    persoonsgegevens. De verantwoordelijke is aansprakelijk voor eventuele schade als gevolg van het niet naleven van het reglement.
  4. De verantwoordelijke verplicht de bewerker bij civielrechtelijke overeenkomst dit reglement na te leven. De taken, rechten en verplichtingen van de bewerker worden door de verantwoordelijke schriftelijk vastgelegd. Dit houdt in dat de bewerker in ieder geval een geheimhoudingsplicht heeft en slechts toegang heeft tot, dan wel kennis neemt van persoonsgegevens voor zover dit, gelet op technische middelen ter voorkoming daarvan, strikt noodzakelijk is ten behoeve van door hem uit te voeren werkzaamheden. De bewerker is voorts verantwoordelijk voor het goed functioneren van de onder zijn beheer staande faciliteiten. Hij treft de noodzakelijke maatregelen met betrekking tot de beveiliging van onder andere apparatuur, programmatuur en de gegevens waarmee de persoonsregistraties worden gevoerd. De ter zake getroffen regelingen zijn bij de bewerker in te zien.
  5. De verantwoordelijke treft de nodige voorzieningen ter bevordering van de juistheid en volledigheid van de opgenomen gegevens en draagt zorg voor de nodige voorzieningen van technische en organisatorische aard ter beveiliging van de persoonsgegevens tegen verlies of aantasting van gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking daarvan. Gelijke plicht rust op de bewerker voor het geheel of het gedeelte van de faciliteiten dat hij onder zich heeft.

5. Vertegenwoordiging

  1. Indien persoonsgegevens verwerkt worden van jongeren jonger dan zestien jaar,
    treden de ouders die de ouderlijke macht uitoefenen, dan wel de voogd in de plaats
    van de betrokkene (cf art. 5 WBP).
  2. De persoon, die in de plaats treedt van de betrokkene, betracht de zorg van een
    goed vertegenwoordiger. Hij is gehouden de betrokkene zoveel mogelijk bij de
    vervulling van zijn taken te betrekken.
  3. De verantwoordelijke komt zijn verplichtingen die voortvloeien uit wet en reglement
    na jegens de vertegenwoordiger van de betrokkene, tenzij die nakoming niet
    verenigbaar is met de zorg van een goed verantwoordelijke.

6. Informatieplicht

  1. De verantwoordelijke informeert, conform artikel 30,lid 3, 33 en 34 WBP de betrokkene actief over:
    a. de persoonsgegevens die worden verwerkt,
    b. met welk doel dat gebeurt,
    c. wie toegang hebben tot de persoonsgegevens,
    d. aan wie de gegevens worden verstrekt,
    e. wie in of namens de instelling gerechtigd is c.q. zijn tot het gebruiken, beheren of bewerken van de persoonsgegevens. De verantwoordelijke dient zich ervan te overtuigen dat betrokkene over deze informatie kan beschikken. In de onderwijsovereenkomst zal uitdrukkelijk naar dit privacy/reglement verwezen dienen te worden.
  2. De verantwoordelijke informeert betrokkene over het verwerken van diens persoonsgegevens, voorafgaand aan de verzameling van de persoonsgegevens of, indien de gegevens van derden afkomstig zijn, voorafgaand aan de verwerking.

7. Verstrekking van gegevens

  1. De persoonsgegevens worden slechts verstrekt aan:
    a. degenen, waaronder begrepen derden, die leiding geven aan of belast zijn met de in artikel 3.1 (doel verwerking persoonsgegevens) van dit reglement bedoelde activiteiten of die daarbij noodzakelijk zijn betrokken;
    b. anderen, in de gevallen bedoeld in artikel 8 (rechtmatige grondslag), onder a, c en d, of artikel 9 (verenigbaar gebruik), derde lid, van de WBP;
    c. anderen, in de gevallen bedoeld in artikel 8 (rechtmatige grondslag), onder e en f, van de WBP, voor zover het slechts gegevens betreft als bedoeld in artikel 4.1 onder a van dit reglement, en nadat het voornemen daartoe aan betrokkene of diens wettelijk vertegenwoordiger is medegedeeld en deze gedurende een redelijke termijn in de gelegenheid is geweest het recht als bedoeld in artikel 40 of 41 (recht op verzet) van de WBP uit te oefenen.
  2. Indien persoonsgegevens dusdanig zijn geanonimiseerd, dat zij redelijkerwijs niet tot de individuele persoon herleidbaar zijn, kan de verantwoordelijke beslissen deze te verstrekken ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek en statistiek, zowel
    binnen als buiten de organisatie.
  3. Persoonsgegevens ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek kunnen alleen dan zonder toestemming van de betrokkene worden verstrekt, indien aan alle van de volgende voorwaarden is voldaan:
    • het vragen van gerichte toestemming is in redelijkheid niet mogelijk;
    • het onderzoek dient een algemeen belang;
    • het onderzoek kan niet zonder de desbetreffende gegevens worden uitgevoerd;
    • de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene wordt door het onderzoek niet onevenredig geschaad;
    • het onderzoek wordt verricht conform een op de onderzoeker betrekking hebbende gedragscode.
    Daarnaast dienen er tussen de verantwoordelijke en onderzoeker(s) afspraken te worden gemaakt over de te nemen maatregelen om de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene zo veel mogelijk te beschermen. Deze afspraken dienen schriftelijk te worden vastgelegd.
  4. De verantwoordelijke is verplicht alle gegevensverstrekkingen aan derden te registreren. Deze informatie blijft minstens twee jaar bewaard. De verantwoordelijke deelt de betrokkene op diens schriftelijke verzoek, schriftelijk, binnen vier weken mede of zijn persoonsgegevens in het jaar voorafgaand aan het verzoek uit het bestand aan derden zijn verstrekt.
  5. De verantwoordelijke kan het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding gebruiken in het verkeer met de deelnemer op wie het nummer betrekking heeft.
  6. De verantwoordelijke verstrekt het persoonsgebonden nummer van iedere deelnemer aan een opleiding aan de Informatie Beheer Groep tezamen met de gegevens van de deelnemer als bedoeld in artikel 2.3.6a, lid 4 van de WEB.
  7. De verantwoordelijke gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een inburgeringstraject als bedoeld in artikel 7 van de Wet Inburgering, in contacten met gemeenten ten behoeve van de registratie door de gemeente van de invan de Wet Inburgering bedoelde voortgang van het inburgeringsprogramma dat voor die deelnemer is vastgesteld, tezamen met de gegevens die voor die registratie noodzakelijk zijn.
  8. De verantwoordelijke gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding in het contact met een school of instelling voor ander onderwijs ten behoeve van de in- en uitschrijving van die deelnemer.
  9. De verantwoordelijke verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een deelnemer, die een opleiding educatie volgt, ter uitvoering van artikel 107, tweede en vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

8. Alumniregistratie

Vervallen.

9. Toegang tot persoonsgegevens

  1. Onverminderd eventuele wettelijke voorschriften ter zake hebben slechts toegang tot de persoonsgegevens :
    a. degenen, waaronder begrepen derden, die zijn belast met of leiding geven aan de activiteiten die in verband staan met de verwerking van de gegevens of die daarbij noodzakelijk zijn betrokken;
    b. anderen, in gevallen als bedoeld in artikel 8 (rechtmatige grondslag), onder a, c en d, en artikel 9 (verenigbaar gebruik), derde lid, van de WBP
  2. Voorts hebben toegang tot persoonsgegevens in het betreffende bestand de aangewezen gebruikers van de registratie, die binnen Rijn IJssel werkzaam zijn en die met name genoemd zijn in bijlage A bij dit reglement. Deze bijlage vormt één geheel met dit reglement en is in het bezit van de verantwoordelijke. Bij de in deze bijlage genoemde personen of functionarissen wordt aangegeven tot welke persoonsgegevens zij toegang hebben.

10. Rechten van de betrokkene

  1. Inzage- en kopierecht (artikel 35 WBP)
    De betrokkene heeft het recht zich vrijelijk en met redelijke tussenpozen schriftelijk tot de verantwoordelijke te wenden met het verzoek hem mede te delen of hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt. De verantwoordelijke deelt de betrokkene schriftelijk binnen vier weken mee of hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt. Indien zodanige gegevens worden verwerkt, bevat de mededeling een volledig overzicht daarvan in begrijpelijke vorm, met een omschrijving van het doel of de doeleinden van de verwerking, de categorieën van gegevens waarop de verwerking betrekking heeft en de ontvangers of categorieën van ontvangers, alsmede de beschikbare informatie over de herkomst van de gegevens.
  2. Gewichtige belangen van anderen dan de verzoeker, de verantwoordelijke daaronder begrepen, kunnen grond zijn voor weigering van inzage en verstrekking van een afschrift. De verantwoordelijke doet hiervan schriftelijk mededeling aan betrokkene, waarbij hij de redenen voor zijn beslissing uiteenzet.
  3. Voor de verstrekking van een afschrift van de verwerkte gegevens mag een redelijke vergoeding in rekening worden gebracht. Zie hiervoor het Besluit kostenvergoedingen rechten betrokkene WBP d.d. 13 juni 2001 Stb. 2001, 305.
  4. Recht op verbetering, aanvulling, verwijdering en afscherming (artikel 36 WBP)
    Degene aan wie kennis is gegeven van hem betreffende persoonsgegevens, kan de verantwoordelijke verzoeken deze te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen, of af te schermen, indien deze feitelijk onjuist zijn, voor het doel of doeleinden van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. De betrokkene of diens vertegenwoordiger dient schriftelijk een gemotiveerd verzoek tot wijziging in, met daarin opgenomen de aan te brengen wijzigingen, bij de verantwoordelijke van de registratie. De verantwoordelijke bericht de verzoeker binnen vier weken na ontvangst van het verzoek schriftelijk of, dan wel in hoeverre, hij daaraan voldoet. Een weigering is met redenen omkleed.
  5. De verantwoordelijke draagt er zorg voor dat een beslissing tot verbetering of aanvulling dan wel tot verwijdering, afscherming of buiten gebruik brengen van persoonsgegevens zo spoedig mogelijk wordt uitgevoerd.
  6. In geval van correctie c.q. aanvulling van persoonsgegevens worden derden aan wie de (onjuiste) gegevens van de betrokkene eerder werden verstrekt, van de wijzigingen op de hoogte gebracht, tenzij:
    a. het onmogelijk is om die derden op te sporen
    b. daartoe een onevenredige inspanning geleverd zou moeten worden.
  7. Recht op verzet (artikel 40 en 41 WBP)
    Wanneer de verwerking van persoonsgegevens plaatsvindt op de grondslag dat die verwerking:
    a. noodzakelijk is voor de goede vervulling van een door de verantwoordelijke verrichte publiekrechtelijke taak, of
    b. noodzakelijk is voor een gerechtvaardigd belang van de verantwoordelijke of een derde, of
    c. geschiedt voor direct marketingdoeleinden kan betrokkene schriftelijk verzet aantekenen tegen de verwerking van de gegevens, op basis van zijn bijzondere persoonlijke omstandigheden.
    De verantwoordelijke dient binnen vier weken na ontvangst van het verzet te beoordelen of het verzet terecht is. Is dat het geval, dan dient de verwerking van persoonsgegevens onmiddellijk te worden beëindigd.

11. Bewaartermijnen

  1. Met inachtneming van eventuele wettelijke voorschriften stelt de verantwoordelijke vast hoe lang de in de registratie(s) opgenomen persoonsgegevens bewaard blijven. Deze bewaartermijn bedraagt twee jaar nadat de studie van betrokkene is beëindigd, tenzij de persoonsgegevens noodzakelijk zijn ter voldoening aan een wettelijke bewaarplicht.
  2. De desbetreffende persoonsgegevens worden binnen één jaar na het verstrijken van de bewaartermijn verwijderd en vernietigd. Indien de desbetreffende gegevens zodanig zijn bewerkt dat herleiding tot individuele personen redelijkerwijs onmogelijk is, kunnen zij in geanonimiseerde vorm bewaard blijven.

12. Klachten

  1. Indien de betrokkene van mening is dat de bepalingen van dit reglement niet door de instelling worden nageleefd dient hij zich te wenden tot de verantwoordelijke.
  2. Indien de ingediende klacht voor de betrokkene niet leidt tot een voor hem acceptabel resultaat, heeft de betrokkene de volgende mogelijkheden. Allereerst dient hij zich te wenden tot de functionaris gegevensbescherming met het verzoek binnen vier weken te bemiddelen of te adviseren in zijn geschil met de verantwoordelijke. Mocht dit niet tot een voor hem acceptabel reslutaat leiden dan kan betrokkene zich wenden tot het College Bescherming Persoonsgegevens met het verzoek te bemiddelen of te adviseren in zijn geschil met de verantwoordelijke. Dit dient te geschieden binnen een termijn van zes weken na ontvangst van het antwoord van de verantwoordelijke.

Overgangs- en slotbepalingen

13. Looptijd van de registratie

  1. Onverminderd eventuele wettelijke bepalingen is dit reglement van kracht gedurende de hele looptijd van de verwerking van de persoonsgegevens.

14. Wijziging van het reglement

  1. Wijzigingen in dit reglement worden aangebracht door de verantwoordelijke. De wijzigingen in het reglement zijn van kracht vier weken nadat ze bekend zijn gemaakt aan belanghebbenden.

15. Inwerkingtreding

  1. Dit reglement is per 15 januari 2008 in werking getreden en heeft een looptijd van een jaar. Dit reglement wordt jaarlijks per 15 januari stilzwijgend verlengd met de periode van een jaar.
  2. Dit reglement is bij de verantwoordelijke in te zien. Desgewenst kan een afschrift van dit reglement worden verkregen.

16. Toepassing op overige regelgeving

  1. Indien er strijdigheid is, danwel ontstaat, tussen dit privacyreglement en overige regelgeving binnen Rijn IJssel, prevaleert onderhavig privacyreglement.
  2. Bij strijdigheid met enige wettelijke bepaling kan uitsluitend die betreffende bepaling uit de dit reglement nietig verklaard worden, de overige bepalingen van dit privacyreglement blijven onverkort van toepassing.

Bijlage A

Overzicht van de medewerkers van Rijn IJssel die toegang hebben tot de deelnemerregistratie van Rijn IJssel zoals bedoeld in artikel 9 lid 2 van dit reglement:

Functie en gebruikersgroep Toegang tot
Leden management Alle gegevens deelnemerregistratie
Degenen die deelnemers begeleiden in hun opleiding (zoals trajectbegeleiders en mentoren) Alle gegevens deelnemerregistratie
Leden Zorg Advies Team (ZAT) Gegevens uit deelnemerregistratie van deelnemers die onder een ZAT vallen

Het volledige studentenstatuut is hier te downloaden of na te lezen.

Samenwerking
Het subsidieloket Arnhem Nijmegen is een samenwerkingsverband tussen Rijn IJssel en ROC Nijmegen. Beide roc’s streven vergelijkbare inhoudelijke doelstellingen na en willen de regionale arbeidsmarkt ondersteunen door goed opgeleid personeel 'af te leveren'. De twee roc’s zijn actief in een grootstedelijke omgeving met een flinke problematiek van mensen die moeite hebben om aansluiting te vinden en te houden bij de samenleving. Het werkterrein van beide roc’s bestrijkt voor een belangrijk deel de stadsregio Arnhem Nijmegen, met in beide steden een groot aandeel werkgelegenheid in de zorgsector, zakelijke dienstverlening en toenemende aandacht voor energie en milieutechnologie. Dat zijn elementen waarbij de twee roc’s elkaar goed aanvullen waardoor er een efficiencyslag gemaakt wordt. De mbo-sector pakt op het terrein van subsidieverwerving de kans om op basis van goede onderlinge afspraken de belangen van de gehele sector beter te behartigen.

Het subsidieloket signaleert en onderzoekt mogelijkheden om de innovatieve ontwikkelingen voor de toekomstige arbeidsmarkt in samenwerking met strategische partners financieel te ondersteunen. De kwaliteit van de uitvoering en verantwoording van subsidietrajecten wordt door het subsidieloket bewaakt.

Rijn IJssel bereidt studenten voor op een toekomstige carrière die zich steeds vaker buiten de landsgrenzen van Nederland zal afspelen. In internationale trajecten krijgen studenten de kans zich op het buitenland te oriënteren. Naast de uitwisselingsprojecten zijn er ook internationale projecten waar in samenwerking met buitenlandse partners gewerkt wordt aan de ontwikkeling van de onderwijsinhoud.

Meer informatie?
Subsidieloket
Wilfrie Koekkoek, 06 46016819
subsidieloket@rijnijssel.nl

Binnen Rijn IJssel hebben we één aanpak voor alle studenten van alle mbo-beroepsopleidingen, BOL en BBL, voor de studenten van de Entree-opleidingen en voor de studenten van de VAVO en ISK. De folder over verzuim kun je hier downloaden.

Aanleiding
Verzuim wordt gezien als een signaal van onderliggende problematiek en een mogelijke voorloper van dreigende uitval: voortijdig schoolverlaten (VSV). Voor een aantal studenten is meer ondersteuning nodig omdat zij door persoonlijke problemen vastlopen in hun studie. Bijvoorbeeld als ze thuis problemen hebben, verslaafd zijn of als ze schulden hebben. Verzuim leidt voor de student tot achterstand en vertraging in het onderwijsproces. Preventie van verzuim en daarmee van VSV is van groot belang om studenten met een beroepsopleiding succesvol te laten zijn op de arbeidsmarkt.

Doel van het verzuimprotocol
Onderwijsinstellingen zijn verplicht om de wet op de leer- en kwalificatieplicht na te leven en melding te maken van verzuim. Binnen Rijn IJssel is er voor gekozen geen onderscheid te maken tussen studenten met of zonder startkwalificatie. Er wordt in procedures en protocollen ook geen onderscheid gemaakt tussen minderjarige of meerderjarige studenten.

We streven naar het succesvol afronden van de opleiding van álle studenten en willen alle studenten daarbij waar nodig ondersteunen. Voor studenten met een startkwalificatie worden om deze reden dezelfde procedures en protocollen gevolgd, met uitzondering van de landelijke vereisten wat betreft de melding aan het digitale verzuimloket.

Visie
De visie op aanpak van het verzuim binnen Rijn IJssel:

  • De student voelt verbondenheid met en door de school en weet zich gezien; “we missen je”;
  • Verzuim is een signaal en vraagt om direct en persoonlijk contact;
  • Verzuim vraagt om een brede aanpak met meerdere partners.


In dit verband is ook een belangrijke rol weggelegd voor de ouders/verzorgers. De ouders/verzorgers worden betrokken bij de aanpak van het voortijdig schoolverlaten. Dit geldt niet alleen voor de studenten onder de 18 jaar, maar ook voor studenten die ouder zijn dan 18 jaar, tenzij een student nadrukkelijk bij de directie heeft aangegeven niet in te stemmen met informatieoverdracht naar de ouders/verzorgers. Voor het al dan niet contact met de ouders op te mogen nemen is er een 'Contactformulier'.

Verzuimprocedures
Rijn IJssel heeft alle verzuimprocedures beschreven. Het gaat om:

  • Registreren van de aan- en afwezigheid van de student
    In elke les wordt de aanwezigheid geregistreerd in een digitaal registratiesysteem COMTAK. In dit systeem kunnen de student en de ouders/verzorgers het lesrooster en de aan- en afwezigheid zien.
  • Controleren van het dagelijkse verzuim
    Ieder cluster heeft een verzuimconsulent. De verzuimconsulent belt naar de ouders/verzorgers indien de student ongeoorloofd afwezig is.
  • Preventieve leerplicht en RMC-gesprekken (RMC=Regionaal Meld- en Coördinatiepunt)
    Het Regionaal Bureau Leerlingzaken van de gemeente Arnhem en Rijn IJssel werken samen om ongeoorloofd verzuim vroegtijdig te signaleren en terug te dringen. Als een student ongeoorloofd afwezig bent, kan het zijn dat de student wordt uitgenodigd voor een informatief en waarschuwend gesprek met de leerplichtconsulent of RMC-consulent. In dit gesprek wordt besproken wat de reden van afwezigheid is en wordt de student gewezen op de risico’s van veelvuldig verzuim. Na het gesprek ontvangen de student (of de wettelijk vertegenwoordiger(s)) en Rijn IJssel een brief van de leerplichtconsulent met daarin een waarschuwing en eventueel de gemaakte afspraken.
  • Melden van verzuim bij DUO
    Als een student meer dan 16 klokuren ongeoorloofd afwezig is, is Rijn IJssel verplicht om de student te melden bij de leerplichtconsulent (minderjarige studenten) of bij de RMC-consulent (meerderjarige studenten). Studenten jonger dan 18 jaar worden samen met de wettelijke vertegenwoordigers opgeroepen voor een verzuimgesprek met de leerplichtconsulent. Studenten vanaf 18 jaar worden opgeroepen door een RMC-consulent voor een verzuimgesprek.
  • Buitengewoon verlof
    • verlof belangrijke omstandigheden
      Zijn er belangrijke redenen waarom een student niet op school kan zijn, dan dient de student vijf dagen vooraf verlof aan te vragen. Dit kan gaan om een huwelijksjubileum, bezoek aan een arts/tandarts/ziekenhuis of een andere dringende reden om verlof aan te vragen. Het (gele) formulier ‘verlofaanvraag’ is af te halen bij de servicedesk.
    • extra vakantieverlof
      Wil een student buiten de reguliere Rijn IJssel vakantieplanning op vakantie? Dit kan alleen onder strikte voorwaarden. Dat is als de ouders een seizoensgebonden beroep hebben en wanneer het hele gezin in geen van de schoolvakanties in één schooljaar met vakantie kan en als de extra vakantie niet in de eerste twee weken van het schooljaar valt. Het (grijze) formulier ‘vakantieaanvraag’ is af te halen bij de servicedesk.
  • Langdurig ziek of zwangerschap
    Bij langdurige afwezigheid door ziekte of zwangerschap moet de student een doktersverklaring aan de studieloopbaanbegeleider overhandigen. Indien dit niet mogelijk is, wordt de student door de trajectbegeleider naar de schoolarts doorverwezen. Indien mogelijk wordt er een alternatief programma opgezet. Bij zwangerschap heeft de student recht op 16 weken zwangerschapsverlof.
  • Verwijderen uit de klas
    Het kan zijn dat een student om een van de volgende redenen door de docent uit de klas verwijderd wordt: boeken vergeten, gedrag, kleding en niet maken van huiswerk. Als dit gebeurt, gaat de student bij de servicedesk het (rode) formulier ‘verwijdering uit de les’ ophalen en vult dat in. Na de les meldt de student zich bij de docent om samen het formulier te bespreken en verder in te vullen. Vervolgens levert de student het ingevulde formulier in bij de servicedesk.
  • Schorsing, verwijdering en uitschrijven
    • Opstellen waarschuwingen; we hebben als doel dat iedere student een diploma behaalt. Lukt het een student niet om zich aan de opleidingseisen te houden of laat de student niet de gewenste inzet, houding en gedrag zien, dan krijg de student een studiecontract. In het studiecontract worden afspraken en verbeteracties vastgelegd en de begeleiding die de school daarin aanbiedt. Na een termijn van 10 weken wordt het contract geëvalueerd. Na deze evaluatie, afhankelijk van de vorderingen, worden de vervolgstappen bepaald.
    • Schorsing en gedwongen uitschrijving; wanneer een student de gedragsregels overtreedt door het vertonen van ernstig wangedrag (denk hierbij aan; bedreiging, mishandeling, discriminatie, seksuele intimidatie etc.) heeft Rijn IJssel het recht om de student te schorsen of kan Rijn IJssel zelfs overgaan tot definitieve uitschrijving.
    • Vroegtijdig uitschrijven; wanneer een student een verkeerde beroepskeuze heeft gemaakt of er zijn andere redenen om te stoppen met de opleiding, dan gaat de student in gesprek met de studieloopbaanbegeleider. Samen met de studieloopbaanbegeleider en de trajectbegeleider worden de vervolgacties uitgezet. Let op; als de student minderjarig is, mag Rijn IJssel de student niet uitschrijven totdat de student gaat beginnen bij een nieuwe opleiding.

Samenwerking Regionaal Bureau Leerlingzaken
De gemeente Arnhem heeft drie kwalificatiemedewerkers mbo - regio Arnhem voor Rijn IJssel aangesteld.

Theo Weijers
Techniek, Economie & Uiterlijke Verzorging
06 48951224 of 026 3773136
theo.weijers@rblmidden-gelre.nl

Frederieke Schilling
Creatieve Industrie, Vakschool Wageningen, Welzijn, Zorg, CIOS & Veiligheid, Welzijn breed
06 52513591 of 026 3775783
frederieke.schilling@rblmidden-gelre.nl

Rob Huberts
Entree, VAVO, ICT, Laboratoriumtechniek
06 46737453 of 026 3774164
rob.huberts@rblmidden-gelre.nl

Adres
RBL Midden-Gelre
Eusebiusbuitensingel 53
6828 HZ Arnhem